Blauwhelm moet in Bosnië blijven

De blauwe baret wordt in de oorlog in Bosnië langzamerhand vervangen door de groene helm, schreef VVD-Kamerlid Van den Doel onlangs. Joep Creyghton en Hans Feddema hopen dat deze voorspelling niet uitkomt. De vredesoperaties in de zin van 'peace keeping' bieden perspectief en moeten doorgaan.

In het heldere en empirisch onderbouwde betoog van de Britse militaire strateeg Charles Dobbie worden drie beginselen genoemd van peace keeping: instemming van de bevolking, onpartijdigheid en minimaal geweld (NRC Handelsblad, 8 juni). Humanitaire en vredesoperaties zijn gedoemd te mislukken als tegen deze principes wordt gezondigd, aldus Dobbie.

In reacties noemde generaal-majoor b.d. A.J. van Vuren (17 juni) het Haagse beleid “wereldvreemd, idealistisch en onrealistisch”, zonder echter in te gaan op Dobbie's uitgangspunten, terwijl VVD-Kamerlid Van den Doel (20 juni) deze wèl als referentiekader hanteert, maar ze vervolgens onderuithaalt als traditioneel en verouderd. Mèt Van Cleef (29 juni) zoeken Van Vuren en Van den Doel de oplossing in een overwegend militaire aanpak, hetzij door een (grootschalige) interventie van buiten af, hetzij via bewapening van de Bosnische moslims. Is deze visie realistisch?

Van Vuren stelt dat er in het voormalige Joegoslavië slechts twee wegen konden worden gevolgd: “volledig terugtrekken en het conflict gecontroleerd laten uitbranden, of grootscheeps militair interveniëren en vrede afdwingen”. Aangezien de wereldgemeenschap niet bereid is tot het laatste, resteert voor hem slechts de optie van 'gecontroleerd laten uitbranden'. Hij bepleit de Bosnische moslims van wapens te voorzien. “Het Westen moet er dan wel voor waken dat de bewapende moslims niet als een ongeleid projectiel de hele Balkan in brand zetten. Met het reguleren van de (militaire) hulp en desnoods met ingrijpen vanuit de lucht moet zeker worden gesteld dat de moslims hun legitieme oorlogsdoelen bereiken en niet méér.”

Een onthutsende uitspraak. Legitieme oorlogsdoelen? Wie stelt die doelen dan vast? De VN? Het Westen? En moeten de Bosniërs zich vervolgens daarvoor laten inzetten als een 'geleid projectiel'? Het lijkt uitgesloten dat een internationaal geldende consensus over oorlogsdoelen te bereiken valt zonder dat alle strijdende partijen in Bosnië in dat proces betrokken zijn. Daarnaast getuigt dit concept van een verregaande overschatting van de mogelijkheid om een burgeroorlog in te dammen en van buitenaf in de gewenste richting te manipuleren. De kans is levensgroot aanwezig dat het conflict in Bosnië daarmee uit de hand loopt. Ook Van Cleef miskent dit volledig.

Van den Doel stelt dat Dobbie's ideeën na het einde van de Koude Oorlog hun geldigheid hebben verloren en dat echte vredesoperaties helemaal niet meer mogelijk zijn: “Het regulerend en dempend effect van de VS en de Sovjet-Unie, zoals dat ten tijde van de Koude Oorlog gold, bestaat niet meer.”

Ook deze uitspraak is weinig verhelderend. De wederzijdse afschrikking tijdens de Koude Oorlog dwong beide supermachten en machtsblokken inderdaad tot zelfbeheersing in hun directe onderlinge relaties. Die afschrikking heeft zeker aan scherpte verloren, maar het matigende effect ervan gold ten tijde van de Koude Oorlog zeker niet voor de rest van de wereld. Daar was juist dikwijls sprake van polarisatie doordat beide supermogendheden zich in lokale conflicten mengden en trachtten één van de strijdende partijen aan zich te binden met wapens en (geheime) militaire hulp. Men denke slechts aan gevallen waar deze inmenging uit de hand liep zoals Korea, Vietnam, Afghanistan, Angola. Wanneer geweldvermijding in de relatie tussen Oost en West als maatstaf wordt genomen, zoals Van den Doel wil, is de ruimte voor vredesoperaties dus juist toegenomen in plaats van afgenomen.

Vervolgens komt hij met zijn alternatief: de rapid reaction force. Waar Dobbie pleit voor kwetsbare vredestroepen met een minimaal geweldgebruik, kiest Van den Doel voor een superieur militair potentieel. Waar Dobbie de eis stelt van onpartijdigheid en instemming van de plaatselijke bevolking, maakt Van den Doel inzet afhankelijk van het initiatief van een (middel)grote mogendheid of een groep van gelijkgezinde landen, “bij voorkeur met mandaat van de Veiligheidsraad”.

Daarnaast stelt Van den Doel onder meer als voorwaarde dat deelname van Nederland aan deze strijdmacht in het 'nationale belang' moet zijn en dat de militaire inzet een politieke oplossing naderbij moet brengen. Deze criteria zijn helaas verschrikkelijk moeilijk hard te maken. Wat is ons nationale belang in Bosnië? Is dat onze nationale veiligheid? Is die niet onverbrekelijk verbonden met de Europese veiligheid die in Bosnië op het spel staat? Of zijn onze economische belangen doorslaggevend? Dan hebben we weinig in Bosnië te zoeken. Nog problematischer is de eis dat vast moet staan dat militair ingrijpen een politieke oplossing naderbij brengt. Het bereiken van tevoren vastgestelde militaire doelen zal al moeilijk genoeg zijn en ten koste gaan van veel slachtoffers. Maar of dit doel (een militaire nederlaag van de Bosnische Serviërs?) leidt tot een stabiele vredessituatie in het voormalige Joegoslavië is hoogst onzeker.

Kortom, Nederland zal waarschijnlijk van alle actie afzien als er gestalte wordt gegeven aan het 'nieuwe, heldere' beleid van Van den Doel. Want de 'klassieke vredesoperaties' zijn voor hem uit de tijd. “De blauwe baret wordt langzamerhand vervangen door de groene helm”, zo stelt hij.

Het is te hopen dat deze voorspelling niet uitkomt. Evenmin is te hopen, dat de optie van Van Cleef wordt gevolgd om in Bosnië “openlijk en ondubbelzinnig” militair partij te kiezen. Hij noemt het militair neutraal zijn “een illusie als er geen vrede is”. Onzin. Juist omdat er (nog) geen vrede is, is voor derden militaire neutraliteit een conditio sine qua non in een burgeroorlog. Hebben het echec in Somalië en ook de impasse na de NAVO-bombardement op een vliegveld bij Bihac in Bosnië en recent op Servische munitie- en wapenopslagplaatsen in Pale dat niet genoegzaam aangetoond? Er is toen niet te weinig, maar juist te veel militair partij gekozen, waarmee de grenzen van peace keeping werden overschreden. Dat is jammer, want vredesoperaties zijn op zich functioneel.

Deze vredesoperaties kwamen in Kroatië en Bosnië te laat om de massale moordpartijen, vooral door het optreden van de Serviërs, te verhinderen. Maar er zijn vele duizenden mensenlevens mee gered. De voedseltransporten, hoezeer ook gefrustreerd en gesaboteerd door met name de Servische partij, hebben het vele tienduizenden ingesloten Bosnische burgers mogelijk gemaakt te overleven. De aanwezigheid van ongewapende waarnemers en licht bewapende vredestroepen, met in hun kielzog de internationale pers en televisie, heeft het isolement van de burgerslachtoffers doorbroken en wellicht een slachting van nog veel grotere omvang voorkomen. De indamming van het geweld ten gevolge van hun aanwezigheid schept de mogelijkheid voor onderhandelingen tussen de diverse etnische groepen.

Vredesoperaties in de zin van Dobbie garanderen geen politieke oplossingen op korte termijn. Ze creëren op langere termijn voorwaarden voor een vredesproces waarin de burgerbevolking zelf oplossingen kan zoeken. Kortom, de vredesoperaties in de zin van peace keeping moeten doorgaan. Ook de Nederlandse blauwhelmen mogen niet worden teruggetrokken. Maar dan is het wel zaak vast te houden aan de criteria van Dobbie.