Witgeverfde borstjes en valse zang uit het Braziliaanse oerwoud

Concerten: Viva Brasil Festival met Timbalada, Treme Terra en zangeres Margareth Menezes en haar octet. Gehoord: 30/6 Melkweg en 1/7 Paradiso, Amsterdam.

De Braziliaanse muziek mag zich, ongeacht het artistiek niveau, verheugen in een grote belangstelling, zo bleek afgelopen weekeinde in Amsterdam. De ervaren zanger/gitarist Gilberto Gil bracht een uitverkocht Paradiso tot enthousiasme, het krakkemikkig uitpakkende Timbalada had in een zompige Melkweg niet minder succes.

Cada Cabeça & Um Mundo, de nieuwe cd van deze laatste groep, is heel geschikt voor een pretentieloos dansavondje, vooral dankzij vaardig producerswerk. In de Melkweg echter, waar de band het allemaal zelf moet doen, overheerst geklungel. De slagwerkers lijken er maar een slag naar te slaan - bij zoveel klappen zit vast wel een rake - de vocalisten zingen allemaal vals. 'Timbalada was in 1993 met een bezetting van 200 percussionisten de ontdekking van het carnaval in Bahia' meldt de festival-folder. Misschien verklaart dat de povere vertoning; op het podium van de Melkweg staan maar zestien musici en dat zijn zo te zien de allerjongsten. De met witte verf beschilderde borstjes van de beide zangeresjes zijn te klein om obsceen te schudden, de idem beschilderde jongensborstjes zijn in verwachting van de eerste haargroei. Een schoolorkest op reis met de bovenmeester, daar heeft het van weg, maar het publiek voelt het overduidelijk anders; de stem van het oerwoud of zoiets, en daar past wel een olé'tje bij.

De in Nederland opgerichte slagwerkgroep Treme Terra, qua omvang ongeveer gelijk aan het Braziliaanse ensemble maar natuurlijk 'bleker' en daarom niet bloot, speelt stukken beter, zo bleek zaterdag in Paradiso. Alle, op regenachtige namiddagen in buurt- en clubhuizen ingestudeerde accenten komen helder uit de verf, of het nu om samba, maracatú of baiáo gaat. Van commercieel succes is bij deze groep nog geen sprake, maar misschien helpt een potje roetzwarte verf.

Ook bij de uit Bahia afkomstige zangeres Margareth Menezes regeert het slagwerk, want als dat ophoudt dan gaat het mis, zoals in Love of my Life, bekend van o.a. Queen-zanger Freddie Mercury. Ook de half Engelse, half Portugese versie van Bob Marley's No Woman, no Cry is geen groot succes en begrijpelijk; wie gaat er naar een festival getiteld Viva Brasil om reggae uit de tweede hand te horen?

Het best komt het vette en ruige geluid van Menezes tot zijn recht als ze recht-toe-recht-aan Braziliaanse stampers zingt, ook al zijn dat veelal covers, zoals Namoro a Dois van Alain Tavares, ook door Timbalada op cd gezet.

Botervette samba's met dreunende accenten op paukachtige grote trommen, dat is het meeslependste dat Brazilië te bieden heeft, wat gladde platenpluggers en lispelende presentatrices van nachtprogramma's ook mogen beweren.