Tekort nul

MET EEN HAAST messiaanse bezieling heeft het Amerikaanse Congres besloten één van de chronische economische plagen van de afgelopen jaren, het financieringstekort van de federale overheid, aan te pakken. Het Huis van Afgevaardigden en de Senaat hebben eind vorige week overeenstemming bereikt over een begrotingsplan dat voorziet het Amerikaanse overheidstekort in zeven jaar volledig te laten verdwijnen. Niet de criteria van Maastricht, die Europese overheden dwingen hun tekorten met mondjesmaat terug te brengen - en die nog altijd een tekort toestaan van maximaal drie procent van de economie - maar de nullijn van het nieuwe radicalisme. Weliswaar moeten de komende maanden de bezuinigingen nog concreet worden ingevuld en heeft president Clinton dan de mogelijkheid om tegen onderdelen van het pakket een veto uit te spreken, maar de radicale omslag in het politieke klimaat in Washington is duidelijk.

Nog geen vijftien jaar geleden besloten de Republikeinen onder president Reagan dat de omvang van het begrotingstekort van geen enkele politieke of economische betekenis was. Het gevolg van deze nonchalance is de recordschuld van de Amerikaanse overheid. Nu maakt het Republikeinse 'Contract met Amerika' van Newt Gingrich, de voorzitter van het Huis, met steun van de Democraten een einde aan het overheidstekort. Ook Clinton wil het tekort tot nul terugbrengen, alleen wil hij dat niet in zeven maar in tien jaar bereiken. Dat graduele verschil kan niet verhullen dat de president zijn standpunt in een half jaar tijd volledig heeft omgedraaid.

HET BEGROTINGSPAKKET dat het Congres nu heeft aanvaard, bevat een combinatie van belastingverlagingen en bezuinigingen. Bij die bezuinigingen wordt niets ontzien: de sociale zekerheid en medische zorg zijn niet langer onaantastbaar in Washington. Bezuinigen op de gezondheidszorg voor ouderen, in de VS een van de machtigste belangengroepen, zijn politiek buitengewoon riskant, maar ook die worden doorgezet. Verder laat de federale overheid de sociale programma's grotendeels over aan de staten. Maar daar blijft het niet bij. Hele ministeries worden gesloten, federale diensten afgestoten. 'The great society' van president Johnson waarmee de armoede in de jaren zestig te lijf werd gegaan en 'The new deal' waarmee Roosevelt de depressie van de jaren dertig bestreed, worden aan de kant gezet.

Aan deze radicale aanpak van het begrotingstekort ligt een politieke filosofie over de rol van de overheid in moderne economieën ten grondslag. Net als andere bewegingen die in de VS hun oorsprong vinden, zal deze overslaan naar Europa en niet nalaten de komende jaren ook hier haar sporen te trekken.

De gevolgen zijn vèrstrekkend: niet alleen in de Verenigde Staten zelf, maar ook in de internationale betrekkingen. Zo zullen de Amerikaanse bijdragen aan internationale organisaties en voor ontwikkelingshulp drastisch omlaag gaan. Dat stelt Europa straks voor grote financiële en politieke dilemma's. Moet het 'gat' dat de Amerikanen achterlaten, door de Europese landen worden opgevuld? Of moet ook Europa zich snel en diepgaand bezinnen op het nut van internationale en regionale overdrachtsuitgaven.

HET ALLERBELANGRIJKSTE gevolg van een begrotingsevenwicht in de VS is dat aan de chronische ontsparing door de Amerikaanse overheid in een land waar toch al weinig gespaard wordt, door bezuinigingen een einde komt. Daarop is jarenlang door alle mogelijke gezaghebbende organisaties aangedrongen en hoogstwaarschijnlijk komt dit de stabiliteit van de internationale economische betrekkingen ten goede. Nadat het Amerikaanse bedrijfsleven een golf van afslankingen en moderniseringen heeft doorgemaakt, de produktiviteit en het concurrentievermogen zijn vergroot, is nu de overheid voor sanering aan de beurt. Als de Verenigde Staten er in slagen om naast hun spreekwoordelijke flexibiliteit ook hun spaarquote structureel te verhogen, staat de Amerikaanse economie op de drempel van een nieuwe periode van vitaliteit. De Europese landen doen er goed aan zich daarvan rekenschap te geven.