Subtopper Cuba te sterke sparringpartner Oranje

ROTTERDAM, 3 JULI. Het Nederlands honkbalteam heeft afgelopen weekeinde de laatste twee oefenwedstrijden ter voorbereiding op het eind deze week in Haarlem beginnende Europees kampioenschap verloren. Zaterdagavond, in het eerste van de twee finaleduels van het World Port Tournament in Rotterdam, was Ciudad uit Havana met 10-2 te sterk. Gistermiddag wonnen de Cubanen opnieuw: 3-1.

Op het ruim een week durende toernooi in de Maasstad stonden beide ploegen in totaal drie keer tegenover elkaar. Ook in de groepswedstrijd had Ciudad al aan het langste eind getrokken (6-3). Dat de regerend Europees kampioen niet opgewassen was tegen een team van spelers die in eigen land slechts tot de subtop behoren, is geen schande. Honkbal is op Cuba niet alleen veruit de populairste sport. Het wordt ook op een zeer hoog niveau gespeeld. De nationale ploeg is 21 keer wereldkampioen geworden, won goud op de Olympische Spelen van Barcelona en is al meer dan 120 wedstrijden ongeslagen.

Vooral in de Verenigde Staten - het land dat volgens insiders de sterkste honkbalcompetitie heeft - wordt al jaren gespeculeerd over de werkelijke kracht van het Cubaanse honkbal. Een vergelijking tussen beide landen is moeilijk te maken, omdat Amerika op wereldkampioenschappen of Olympische Spelen nooit wordt vertegenwoordigd door de topspelers uit de Major League, de professionele nationale competitie, maar door getalenteerde college-spelers. Zij zijn meestal geen partij voor de vooral aan slag altijd zeer sterke Cubanen.

Na de Olympische Spelen van '92 meende een Amerikaanse scout dat vrijwel alle spelers van de kampioensploeg zo in de Major League zouden kunnen meedraaien. De vraag van een Amerikaanse journalist of Cuba ook olympisch goud had gewonnen als Amerika in Barcelona door de beste profs was vertegenwoordigd, ging de scout liever uit de weg. De beste honkballers van Cuba - waartoe ook de subtoppers van Ciudad worden gerekend - zijn staatsamateurs. Ze hebben vaak een 'papieren-baantje', als ambtenaar of suikerrietsnijder bijvoorbeeld. Over zaken als huisvesting, goed eten en vervoer hoeven ze zich doorgaans evenmin zorgen te maken. Het zijn privileges waar de meeste Cubanen alleen maar van kunnen dromen.

Topsport in het algemeen en honkbal in het bijzonder om de sleur van het dagelijkse leven op het economisch zwaar getroffen eiland het hoofd te bieden. Dat geldt overigens ook voor de miljoenen die geen homerun kunnen slaan, want alle honkbalwedstrijden zijn op Cuba, zoals alle sportwedstrijden, gratis voor het publiek toegankelijk. In de vele honkbalstadions die het land rijk is, is dan ook vrijwel nooit een plaats onbezet.

Honkbalfans in Nederland hebben de afgelopen anderhalve week op het World Port Tournament in Rotterdam een glimp kunnen opvangen van de kwaliteiten van de spelers van Ciudad. Een glimp, want de Cubanen leken zelden tot het uiterste te gaan. Dat was ook niet nodig, omdat geen van de andere vier deelnemende ploegen voldoende kwaliteiten had om het team uit Havana in problemen te brengen. Ook Nederland niet, al had de nationale ploeg gisteren wel degelijk kansen om meer dan een punt te scoren. Zowel in de achtste als negende inning had Oranje bij een 3-1 achterstand twee honken bezet, maar beide keren bleek zoals ook al eerder vorige week duidelijk was geworden dat Nederland moeite heeft met het benutten van scoringskansen.

Verdedigend maakte de ploeg in de Maasstad wel een sterke indruk. Eelco Jansen werd zelfs uitgeroepen tot beste werper van het toernooi. Gisteren stond Peter Callenbach het grootste deel van de wedstrijd op de heuvel. Na een moeizame start zette ook hij een prestatie neer die er mocht wezen. Bondscoach Jan Dick Leurs heeft in Rotterdam bewust veel gewisseld met zijn werpers. Hij wilde ze ontzien met het oog op het EK, dat aanstaande vrijdag in Haarlem begint. “Als ik dat niet had gedaan zouden ze te weinig rust hebben gekregen”, zei Leurs, die het World Port Tournament “een ideale voorbereiding” op de Europese titelstrijd noemde. Nederland is bij het EK in Haarlem niet alleen titelverdediger, maar kan zich in de Noordhollandse hoofdstad ook kwalificeren voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Atlanta. Daarvoor is een tweede plaats al voldoende, maar met die positie wil de bondscoach geen genoegen nemen. Hij heeft het al zo vaak gezegd: “Een wereld- of een olympische titel behoort niet tot de mogelijkheden van dit land. Dus moeten we gewoon de titel pakken die wel tot de mogelijkheden behoort.”