Prijsverhoging maakt windenergie rendabel

DEN HAAG, 3 JULI. Eind vorige week zijn de leveranciers en afnemers van elektriciteit uit windenergie overeengekomen de prijs voor stroom uit wind te verhogen. De afgesproken prijs van 16,3 cent per kilowattuur (kWh) maakt elektriciteit uit wind rendabel in de windrijke gebieden van Friesland, Flevoland en Zeeland. Voor minder windrijke gebieden zijn aanvullende maatregelen nodig, wil het streven van de overheid - 1000 megawatt (MW) aan windvermogen in het jaar 2000 - ooit werkelijkheid worden.

Op dit moment is het opgestelde vermogen aan windenergie 160 MW. Daarvan is 35 MW in particuliere handen: 'windboeren' in Friesland en coöperatieve verenigingen met een idealistische inslag. Het overgrote deel van het opgestelde vermogen wordt geëxploiteerd door de distributiebedrijven zelf of in joint ventures van distributiebedrijven met project-ontwikkelaars of leveranciers van windturbines.

EnergieNed, de organisatie van energie-distributiebedrijven, wilde de particuliere exploitanten aanvankelijk niet meer dan 12 cent per kWh betalen. Veel te weinig volgens de exploitanten van windenergie. Windenergie was volgens hen slechts rendabel te maken bij een vergoeding van 18 tot 20 cent. Daarbij wezen ze onder meer op vergoedingen in Duitsland en Engeland van 20 en zelfs 30 cent per kWh.

In juni vorig jaar concludeerde een arbitrage-commissie dat de elektriciteitsbedrijven niet verplicht zijn om meer te betalen voor stroom uit wind dan voor stroom uit bijvoorbeeld warmte/kracht (kostprijs zes cent per kWh). De daaropvolgende patstelling tussen leveranciers en afnemers van elektriciteit uit wind werd doorbroken door het ministerie van economische zaken. Dat had daar groot belang bij, want het streven van de overheid, 1000 megawatt aan windenergie in het jaar 2000, dreigde onhaalbaar te worden als niet ook particulieren flink zouden investeren in windmolens. Temeer omdat de investeringssubsidie voor windturbines (tot 30% van de investeringskosten) per 1 januari 1996 komt te vervallen.

Het lijkt er overigens op dat het ministerie zelf die doelstelling van 1000 megawatt in 2000 al heeft laten vallen. In de notitie Energiebesparingsbeleid, die op 28 juni naar de Tweede Kamer is gezonden, wordt gesproken van een plaatsingstempo van maximaal 90 MW vermogen per jaar. Tot het jaar 2000 levert dat 450 MW vermogen op. Gevoegd bij het al geïnstalleerde vermogen van 160 MW blijft de inzet van windenergie in het jaar 2000 dus steken op ongeveer 600 megawatt.

De bemiddelingspoging van de directeur-generaal voor de Energievoorziening Stan Dessens heeft na een jaar moeizaam onderhandelen succes gehad. Naast een standaardvergoeding van 7,5 tot 8 cent en een vergoeding uit het milieufonds van 5,4 cent krijgen de leveranciers van windenergie ook nog eens 3 cent doorgesluisd van de regulerende energieheffing die per januari 1996 moet ingaan.

Volgens Mirjam Tielen van de Organisatie voor Duurzame Energie, ODE, valt met deze terugleververgoeding alleen op de beste lokaties wat te verdienen. Toch zijn de particuliere leveranciers van windenergie akkoord gegaan. Dat heeft, aldus Tielen, te maken met het feit dat investeren in windenergie een vorm van 'groen beleggen' is. Over de rente uit 'groen belegd' vermogen hoeft geen inkomstenbelasting te worden betaald. Daarnaast vallen windturbines sinds kort ook onder de regeling voor vrije afschrijving (VAMIL) die ook belastingvoordeel oplevert.