Ook kunst is politiek bij VVD-leider Frits Bolkestein

Toen Frits Bolkestein enige tijd geleden de Nieuwe Revu ontving voor een vraaggesprek was hij met zijn gedachten ergens anders: bij de voorbereiding van het VPRO-televisieprogramma Zomergasten. De politiek leider van de VVD was bezig filmfragmenten te selecteren van Joris Ivens (Heldenlied) en Leni Riefensthal (Triumph des Willens), beiden cineasten die hun “ongetwijfeld grote talenten in dienst hebben gesteld van een gruwelijk regime”, zoals hij gisteren tegen interviewer Peter van Ingen zei. Onder andere hierdoor kwam Bolkestein op zijn gewraakte vergelijking tussen oud-CPN'ers en ex-NSB'ers.

De eerste aflevering van de nieuwe serie Zomergasten gaf een mooi inkijkje in de manier waarop de politieke agenda van Bolkestein tot stand komt: betrekkelijk toevallig, naar eigen keuze, en geïnspireerd door gebeurtenissen in de kunst en cultuur. Kunst ìs bij Bolkestein zelfs politiek, zo bleek. Hij beschouwde de cineasten een beetje als concurrenten, want, zo zei hij: “ook zij werken, net als een politicus, met beelden.”

De selectie film- en televisiefragmenten in de vier uur durende uitzending was dan ook doortrokken van politiek en politieke stellingnames. De films Oeroeg en de Stille Kracht brachten Bolkestein tot mijmeringen over de koloniale verhoudingen waarbinnen volgens hem niet economische uitbuiting maar de onderlinge menselijke vernederingen het grootste kwaad hadden gevormd. Het zien van de demonstratie tegen de kruisraketten in Amsterdam deed hem de “prachtige demogagie” loven van de “typische volksmenner” IKV-voorman Mient Jan Faber. Zelfs het fragment uit een moderne uitvoering van La Nozze di Figaro betrof voor opera-liefhebber Bolkestein “een hele politieke zaak”. Immers, de opera van Mozart is gebaseerd op een Frans toneelstuk uit het einde van de achttiende eeuw waarin bepaalde adellijke gewoonten op de hak worden genomen. Bolkestein: “En wie lachte het hardste toen het stuk vlak voor de revolutie voor het eerst werd opgevoerd? De adel. De elite die zich zelf niet meer serieus neemt, beleeft het einde van zijn tijd.”

Ondanks de politieke keuzes van Bolkestein was het geen voorspelbare televisie-avond. Hoewel de VVD-leider weer erg zijn best deed zich te presenteren als het brutaaltje dat voor niets en niemand bang is, kon hij ook ontsnappen aan de cliché's die over hem de ronde doen. Tot verbazing van zijn interviewer had hij onder meer gekozen voor een fragment uit een Belgische film over sociale misstanden in een textielfabriek aan het einde van de negentiende eeuw. Als hij toen geleefd had, had hij misschien zelf een rol gespeeld als strijder tegen de sociale kwaden van het ruwe kapitalisme, zo zei hij, al realiseerde hij zich ook meteen het gratuite karakter van zo'n opmerking. En met de keuze van het liedje 'Mijn Amsterdam' van Jenny Arean dat de uitzending besloot, liet de rationeel ogende politicus zich nadrukkelijk van zijn nostalgische kant zien.