Onbekend talent op popfestival Metropolis in Rotterdam; James Hall in bezeten act

Metropolis Festival met Mad Professor, Supergrass, James Hall, Lordz of Brooklyn, Doo Rag, Dag en anderen. Gehoord: 1/7 Zuiderpark, Rotterdam.

'Als ik dat zo bekijk gaan we vér over Maaspop heen, en dat zonder Elton John!' De overdreven lollige presentator Wilfried de Jong van het cabaretduo Waardenberg & De Jong plaatste het succes van het gratis toegankelijke Metropolisfestival zaterdag in een Rotterdams perspectief. Waar het debâcle van het slecht bezochte Maaspop illustratief leek voor de festivalmoeheid die in dit drukke popseizoen op de loer ligt, trok Metropolis een respectabele 70.000 bezoekers.

De organisatie maakt het zichzelf niet makkelijk, want Metropolis wil jaarlijks een overzicht geven van de nieuwste ontwikkelingen in de popmuziek. Gevestigde namen en uitgesproken publiekstrekkers zijn daarbij per definitie uitgesloten, zodat de aantrekkingskracht moet komen van het vertrouwen in een interessante greep uit het aanbod van onbekend talent. Na enkele magere jaren heroverde Metropolis de reputatie van trendsetter, met hoogtepunten in vooral het onuitroeibare gitaarrock-genre.

Hedendaagse dansmuziek leent zich in essentie niet bijzonder voor de traditionele festival-opzet, waarbij een massapubliek zich onder luid kabaal vergaapt aan een paar stippen op het podium. De loodzware dub-reggae van de Engelse groep Zion Train sloeg dood in de lome sfeer van het zonovergoten Zuiderpark en meesterdubber Mad Professor vestigde de aandacht niet op zichzelf, maar op een razendsnel over zijn tong struikelende jungle-rapper. De Nederlandse house-acts Human Beings en Sensurreal staafden de stelling dat de artiest bij hun computergestuurde bezweringsrituelen beter anoniem kan blijven, en dat de muziek het volk in beweging moet brengen. Daar slaagden ze maar matig in: het publiek bleef verwachtingsvol kijken naar het podium waar niets anders te zien was dan kleurloze mannetjes die aan knoppen draaiden.

De Newyorkse Lordz of Brooklyn bleken beter uitgerust voor het spektakel dat van een festivalattractie verwacht wordt. Als een stoere variant op de Beastie Boys brachten zij hun uitdagende rap in een West Side Story-achtige opzet, alsof deze gang van strijdlustige rappers een gevecht aan ging met het publiek. Het merkwaardige duo Doo Rag bracht rust op het grasveld met vuilnisbakkenpercussie en vervormde zang, wat bereikt werd door in een vooroorlogs model stofzuigerslang te zingen.

Een meer oorverdovende vorm van transistorradiopop kwam van Supergrass, een enthousiast Engels gitaartrio dat de in essentie leuke liedjes om zeep liet helpen door een overmaat aan decibellen. Metropolis bracht een primeur met het concert van de blanke funkgroep Dag, die op de dansspieren werkte met soepele retro-funk in de geest van Wild Cherry en KC & the Sunshine Band. Het festival dat bekend staat omdat het groepen als Living Colour en Fishbone in een vroeg stadium durfde programmeren, openbaarde dit keer tenminste één artiest die tot grote dingen in staat moet worden geacht. De Amerikaan James Hall deed recht aan de belofte van zijn debuut-cd My love, sex and spirit met een fascinerend optreden waarbij hij trompet, gitaar en mondharmonica speelde. Hij zong als een getergde blanke geestverwant van Prince en stormde over het podium heen en weer alsof de geest van Jim Morrison bezit van hem had genomen en Iggy Pop hem op de hielen zat. De meeslepende act van James Hall was de beste ondersteuning voor de lovenswaardige functie die Metropolis vervult, namelijk het wekken van nieuwsgierigheid voor artiesten die het clubcircuit nog niet per definitie zijn ontgroeid.