Miricioiu wordt nu de grote ster bij de Zomerconcerten

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Kees Bakels en Nelly Miricioiu, sopraan. Programma: operamuziek van Rossini, Verdi, Puccini, Leoncavallo, Mascagni en Bellini. Gehoord: 1/7 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 4/7 14 uur Tros Radio 4.

Het operaconcert van Nelly Miricioiu, waarmee zaterdag de serie van meer dan veertig Robeco-Zomerconcerten in het uitverkochte Amsterdamse Concertgebouw werd geopend, leek het voorlopig laatste te zijn dat de in Amsterdam zo uitzonderlijk geliefde sopraan hier zou geven. De Matinee op de Vrije Zaterdag, waar Miricioiu in concertante operavoorstellingen de afgelopen tien jaar vele fenomenale successen behaalde, heeft nog geen nieuwe plannen met haar. Maar na de langdurige ovaties waarmee Miricioiu zaterdag door het Amsterdamse publiek werd overladen, nodigde Concertgebouwdirecteur Sanders haar uit voor een nieuw optreden in een van de volgende series Zomerconcerten.

Miricioiu was zaterdag terug bij de vorm waarin ze iets meer dan elf jaar geleden voor het eerst in Amsterdam was te horen: het operaconcert met losse nummers van diverse componisten, nu afgesloten met Vissi d'arte uit Puccini's Tosca, de koninklijke toegift, die hier klonk met grote ingeleefde passie. De echt serieuze kwaliteit van Miricioiu ligt echter in complete uitvoeringen, zoals we die kennen van de Matinee: in het opbouwen van een rol en het uitdiepen van de tragiek van een personage. En dat dan bij voorkeur in werk uit het pure bel canto-tijdperk: van Rossini tot en met Donizetti.

Niettemin zag Miricioiu kans om ook een overtuigend escalerende dramatische inhoud te geven aan kortere scènes zoals Ernani, Ernani, involami uit Verdi's Ernani (licht en met goed lukkende coloraturen) en Oh, cielo! ... Ah, del sen di quella tomba uit Verdi's Aroldo. De scène van de lijdende Mina uit Aroldo was zeer intens en deed waarschijnlijk meer recht aan Miricioiu's lyrisch-dramatische capaciteiten dan het aanvankelijk geprogrammeerde Pace, pace o mio Dio uit Verdi's La forza del destino.

In nog grotere mate overtuigde Miricioiu in de lange lijnen die Bellini trekt in Col sorisso d'innocenza uit Il pirata - de aan Casta diva herinnerende melodiek doet erg verlangen naar een Norma met Miricioiu. En in Sola, perduta, abbandonato uit Puccini's Manon Lescaut toonde Miricioiu met aangrijpend effect een sterk expansieve dramatiek. Eerder was Senza mamma, o bimbo, tu sei morto uit Puccini's Suor Angelica het complement daarvan: een erg verinnerlijkte en etherisch-visionaire reflectie van de moeder die onder hardvochtige omstandigheden de dood van haar kind verneemt.

De dirigent Kees Bakels was met zijn niet altijd even perfect spelende Radio Symfonie Orkest een uitstekende begeleider met veel stilistisch gevoel voor dit genre opera. Hij wist te werken met stiltes en spaarzame noten, maar ook te animeren en te stuwen. De epaterende effecten bouwde hij steeds op met veel nuances, altijd in een uitstekende klankbalans met de soliste.

Het puur instrumentale deel van het concert was goed gekozen. Er waren veeleisende, in dit soort operaconcerten klassieke nummers als de ouvertures van Rossini's Semiramide en Verdi's La forza del destino. Maar ook klonken zelden gehoorde stukken als het intermezzo Il sogno uit Mascagni's Guglielmo Rattcliff (met de melodie van Harold Arlens Somewhere over the rainbow) en vooral Puccini's vroege Capriccio sinfonico - de wat bombastische basis voor zijn La bohème.