Israel en PLO wisten beide dat ze 1 juli niet zouden halen

TEL AVIV, 3 JULI. Het missen van de magische datum van 1 juli voor het van kracht worden van de Palestijnse bestuursbevoegdheden op de Westelijke Jordaanoever is geen onoverkomelijke tegenslag voor de moeilijke Israelisch-Palestijnse vredesdialoog. De Israelische minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, wist zaterdagavond bij voorbaat dat zijn lange nachtelijke zitting met de Palestijnse leider Yasser Arafat niet tot een doorbraak zou leiden.

Toch had die ontmoeting plaats, omdat beide partijen, om hun eigen redenen, er belang bij hadden de indruk te wekken dat 1 juli wel degelijk een belangrijke datum was. Voor Peres was het omwille van Israels geloofwaardigheid van belang de Palestijnen het bewijs te leveren dat de toezegging van premier Yitzhak Rabin dat er voor 1 juli een akkoord zou komen serieus moest worden genomen. Arafat bewees dat hij, ondanks zijn vurige verlangen om 1 juli te halen, om zijn eigen redenen 'nee' tegen Israel kon zeggen. Ook hij vocht voor zijn geloofwaardigheid tijdens de marathon met Peres.

Het psychologisch obstakel, dat 1 juli ging heten, is zo genomen zonder dat beide partijen gezichtsverlies hebben geleden. Dat is in het Midden-Oosten, waar prestige en eer zo'n belangrijke rol spelen, een goede basis om verder te praten. Dat spraken Peres en Arafat dan ook af als teken dat het vredesproces doorgaat, totdat er een situatie ontstaat waarin wederzijdse concessies een doorbraak mogelijk maken.

De grootste toegevingen zullen van de kant van Arafat moeten komen. De regering Rabin wil onder druk van de bezorgde Israelische publieke opinie aan de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever slechts minimale veiligheidsconcessies doen, die verkiezingen voor de Palestijnse bestuursraad in het najaar mogelijk moeten maken. Israel is wel bereid zijn bezettingsleger uit de centra van een viertal Palestijnse steden terug te trekken, maar weigert de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de Westelijke Jordaanoever uit handen te geven ter bescherming van de 130.000 kolonisten in meer dan honderd nederzettingen. Dus geen Palestijnse politie in de Palestijnse dorpen, geen Palestijnse politie op de wegen die joodse nederzettingen met elkaar verbinden, enzovoorts. In wezen moet Arafat zich volgens het Israelische dictaat neerleggen bij een minimale Palestijnse bestuurssoevereiniteit onder Israelische heerschappij. Kortom een tussenoplossing, met daarna vooruitzicht op onderhandelingen over de uiteindelijke status van de Westelijke Jordaanoever.

Het Israelische aas waarin de Palestijnse leider moet happen is mager, maar als zwakste partner zal hij wel toehappen. Tot dusverre zijn de Israelische onderhandelingsmanoeuvres aardig gelukt, omdat de pragmatische Palestijnse leider het belang van 'kleine passen naar het grote doel' begrijpt, net zoals vroeger de grondleggers van de staat Israel. Om die simpele redenen wordt het Israelisch-Palestijnse akkoord getekend, misschien op 17 juli in Washington al, met groot vertoon, zoals de Amerikanen graag willen voor het prestige van president Bill Clinton.

De overdracht van vier steden aan de Palestijnse politie wordt een test van de inzet waarmee de Palestijnen proberen te voorkomen dat deze steden uitvalspoorten worden voor zelfmoordterroristen van de Islamitische Jihad en Hamas. Niet alleen tegen Israelische 'grenssteden', waar Likud de bevolking met de somberste scenario's tegen het autonomie-akkoord ophitst, maar ook tegen joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Zelfs Rabin is tegenwoordig aardig tevreden over het optreden van de Palestijnse politie tegen terreur door moslim-extremisten in de Gazastrook. Eenzelfde Palestijnse vastberadenheid in de onder Palestijnse controle komende steden op de Westelijke Jordaanoever is voor Rabin van het allergrootste belang om in 1996 de verkiezingsstrijd met Likud aan te gaan. Als Palestijnse terreur toeslaat zoals in de eerste fase van het autonomie-akkoord van Oslo gebeurde (ook vanuit de Westelijke Jordaanoever) heeft Likud redelijke kansen om de macht uit handen van de Arbeidspartij over te nemen.

Met dat scenario is ook Arafat bekend. Maar om zijn concessies aan zijn Palestijnse achterban te verkopen heeft hij Palestijnse en geen Israelische argumenten nodig. Vrijlating van duizenden Palestijnse gevangenen is onder de gegeven omstandigheden het beste smeermiddel dat Israel hem kàn en ook zal geven.