Gulden onverminderd sterk

AMSTERDAM, 3 JULI. Al bijna vier maanden lijkt de koers van de Amerikaanse dollar geen andere richting op te kunnen dan zijwaarts. Sinds begin maart van dit jaar bevindt de koers zich, met een marge van plus of min vijf cent, rond een niveau van 1,57 gulden. Ook het woensdag tussen de Verenigde Saten en Japan bereikte akkoord over een vrijere toegang voor Amerikaanse automobielproducenten tot de Japanse markt kon de dollar uiteindelijk nauwelijks beroeren. Vanochtend werd de Amerikaanse munt verhandeld tegen een koers van 1,55 gulden; twee cent lager dan vier weken geleden. Vooralsnog lijkt onzekerheid over de richting van het monetaire beleid van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, de dollar in zijn greep te houden. Volgende week woensdag komt de Fed bijeen en zal de vraag aan de orde komen of, voor het eerst in bijna drie jaar, tot renteverlaging zou moeten worden overgegaan. Binnen de Fed lijken de meningen hierover momenteel gelijkelijk verdeeld tussen voor- en tegenstanders. Mogelijk dat deze en vorige week gepubliceerde cijfers over de Amerikaanse economie, die zeer voorzichtig indiceren dat de groeivertraging niet culmineert in een recessie, de Fed zullen weerhouden van een renteverlaging. Maar van uitstel komt geen afstel, zo zullen de valutamarkten waarschijnlijk redeneren. De mogelijkheid van een renteverlaging later dit jaar zal derhalve boven de valutamarkt blijven hangen en het opwaarts potentieel van de dollar beperken.

Zowieso moeten de herstelkansen van de 'greenback' niet al te hoog worden ingeschat. Structurele factoren zoals de omvangrijke debiteurpositie van de VS (netto buitenlandse schuld in 1993 10,4% bbp) - in tegenstelling tot de crediteurenstatus van Duitsland en Japan (netto buitenlands vermogen 11,6% respektievelijk 14,5% bbp) - en het aanhoudend lage niveau van de binnenlandse besparingen lijken de dollar vooralsnog in zijn jarenlange neerwaartse trend gevangen te zullen houden. Naast de structureel dollar-ondermijnende factoren is voor de korte termijn ontwikkeling van de Dmark/dollar-koers ook het verschil in de reële lange rentes (rente gecorrigeerd voor inflatie) tussen de VS en Duitsland van belang. Bij de huidige inflatie-vooruitzichten lijkt het reële lange rente-ecart zich echter eerder in het nadeel dan ten gunste van de dollar te zullen uitwerken.

Bij de wisselkoers van de Nederlandse gulden ten opzichte van de Duitse mark is de situatie juist omgekeerd. De opwaartse druk onder de gulden ten opzichte van de mark lijkt alleen te kunnen worden ingedamd door een ten opzichte van Duitsland lagere geldmarktrente. Sinds 28 april is het verschil in driemaands rente tussen Nederland en Duitsland gewijzigd van +3 basispunten (Nederland hoger) tot -34 basispunten (Nederland lager). De ijzersterke positie van de gulden ten opzichte van de Dmark kan niet los worden gezien van de in de afgelopen jaren door Nederland opgebouwde reputatie als laag inflatieland en het structurele karakter van het overschot op de lopende rekening. Al meer dan acht jaar achtereen is de inflatie in Nederland op jaarbasis lager dan in Duitsland. Waarschijnlijk zal de opwaartse druk onder de gulden ten opzichte van de mark nog wel even aanhouden. Afgaande op ramingen van het Centraal planbureau ten behoeve van de zogenoemde Koninginne-MEV zou de inflatie in Nederland dit jaar uitkomen op gemiddeld 1,75%. Gezien de realisatie tot en met mei van dit jaar, die gemiddeld 2,3% bedraagt, impliceert dit voor de komende maanden een aanzienlijke daling van de inflatie in ons land. Voor Duitsland lijkt een dergelijk forse inflatiedaling niet te verwachten. In dat land staan tegenover de prijsdrukkende effecten van de lage dollarkoers prijsopdrijvende invloeden uit hoofde van een, anders dan in Nederland, hoge loonstijging.

De strijd in het Verenigd Koninkrijk om het leiderschap van de conservatieve partij heeft het Britse pond weer dicht in de buurt gebracht van het historische dieptepunt van 2,438 gulden van 9 mei van dit jaar. Vanochtend noteerde het pond 2,47 gulden, na halverwege deze maand nog 2,52 te hebben genoteerd. De financiële markten vragen zich af of een nieuw of verzwakt politiek leiderschap niet zal leiden tot een meer populistische regeerstijl. Dit zou mogelijk kunnen uitmonden in een vergroting van het begrotingstekort en een verslapping van het monetaire beleid.

Bron: Economisch Bureau ING Groep