Arnhemmer tobt met vijf ton (2)

Een lezer met vijf ton aan spaargeld en beleggingsfondsen tobt over de inhoud van zijn spaarpotje: is die veilig en juist van samenstelling, klopt de asset allocation.

Na invulling van de asset planner van bank MeesPierson (MP), een brochure met vragen (op 19 juni beschreven), blijkt hij een type 2 belegger te zijn en een portefeuille te bezitten met deze globale verdeling: aandelen 10 - 30 procent, onroerend goed 5 - 15 procent, obligaties 30 - 60 procent en liquiditeiten 10 - 50 procent.

Aan zo'n ruwe verdeling heeft een belegger natuurlijk niets. Daarom zendt de afdeling funds service van de bank, indien daar voldoende aanleiding voor is, cliënten vrijblijvend een nauwkeurige, persoonlijke mix, afgeleid van de financieeleconomische werkelijkheid. De vijftonner zou kennis kunnen nemen van de actuele Mees-mix voor portefeuille-2 en die vervolgens vergelijken met zijn eigen fondsen.

De categorieën van de defensieve mix-2 zagen er, volgens de laatste opgave van de bank, zo uit: aandelen 20 procent, onroerend goed 5 procent, obligaties 55 procent en liquiditeiten 20 procent. Portefeuille 6 voor dynamische beleggers bevat, ter vergelijking, 70 procent aandelen en 30 procent liquiditeiten.

Hoe zijn de circa vijf ton van de briefschrijver verdeeld? Om dit vast te stellen is enig rekenwerk nodig, want er zit 70 duizend gulden in een gemengd fonds dat belegt in aandelen, onroerend goed, obligaties en liquiditeiten. Door verschuiving binnen de categorieën probeert de beheerder van zo'n mix fonds met weinig risico een hoge opbrengst te realiseren.

In feite doet een gemengd fonds, er zijn er ongeveer 15 op de beurs, wat een belegger ook kan doen: fondsen actief beheren en heen en weer switchen om te profiteren van de economische ontwikkelingen. Die zelfwerkzaamheid wil de adviesdienst van MP graag stimuleren en begeleiden. Gemengde fondsen passen niet in die strategie.

Die 70 duizend bestaat, uitgaande van een opgave van het fonds, uit 2000 gulden onroerend goed, 14.000 gulden liquiditeiten, 44.000 gulden obligaties en 10.000 gulden aandelen. Verder bezit de lezer een ton spaargeld, 125.000 in een liquiditeiten-groeifonds, 120.000 in obligatiefondsen (waarvan 80.000 in een buiten Nederland gevestigd fonds) en 60.000 in een wereldwijd actief aandelenfonds. Even hutselen en de lezersmix blijkt te zijn: 0,5 procent (Mees: 5 procent) onroerend goed, 50 procent (20 procent) liquide, 34,5 procent (55 procent) obligaties en 15 procent (20 procent) aandelen.

Wat blijkt uit de verschillen tussen lezers- en bankmix? Bijvoorbeeld: een overschot aan liquiditeiten en minder belegd in onroerend goed, obligaties en aandelen. Deze spaarpot is dus goed beveiligd tegen koersdaling van obligaties en aandelen. Vanuit dat gezichtspunt is de samenstelling goed. Maar de opbrengsten blijven waarschijnlijk achter bij de potentie die de Mees-mix mogelijk biedt.

Is er, buiten het opbrengst-aspect, een reden om iets te gaan wijzigen? Ja, want de portefeuille bestaat voor circa 85 procent uit (vast)rentende waarden. De rente-belasting, tot slechts 2000 gulden per (echt)paar onbelast, ligt dus hoog.

Welke wijziging ligt voor de hand? De vermindering met 60.000 gulden van de ton spaargeld tot 40.000. Dit bedrag kan in MP's Preferent Fund, een speciaal fonds dat vooral belegt in een groot aantal preferente aandelen ING, waardoor het fonds bijna verzekerd is (door de preferentie) van een vaste uitkering en profiteert van een gunstige fiscale regeling, vanwege de deelnemingsvrijstelling. Daardoor lijkt het op een fonds dat belegt in obligaties.

En: 25.000 van de 125.000 in het liquiditeiten groeifonds naar een aandelenfonds. Maar welk? In Mees-2 zitten Obam (wereldwijd, accent op Nederland), Orange Fund (kleine en middelgrote Nederlandse ondernemingen) en ING Bank Dutch Fund met Nederlandse aandelen. Een 'Nederlands' fonds (Orange of ING) verdient de voorkeur, er zit immers al 60.000 in een wereldwijd fonds.

Door deze verschuivingen komt de lezers asset allocation op: liquide 32 procent (Mees: 20 procent), obligaties 47 procent (55 procent) en aandelen 20 procent, net als de bank. Optrekken van het onroerend goed-deel van 0,5 procent naar 5 procent lijkt weinig zinvol: briefschrijver bezit onroerend goed in de vorm van een eigen huis.

Heeft het zin zijn fondsen (alle van de Robeco Groep) om te ruilen voor fondsen die de bank als voorbeeld geeft? Nee. De Robeco fondsen komen, met uitzondering van het gemengde RG Obligatie Mix Fund, alle voor in de MP-lijst van aanbevolen beleggingsfondsen.

Conclusie: de portefeuille van vijf ton is veilig en krijgt meer pit door de liquiditeiten nu om te ruilen voor aandelen.

(voorgaande artikel 19 juni)

    • Adriaan Hiele