Woelig Liberia wacht tevergeefs op vrede

MONROVIA, 1 JULI. Zelfs de hoerenmadam in het bordeel in Monrovia gelooft niet meer dat het vrede wordt in Liberia. “Praten, praten, dat kunnen ze hier goed maar daar blijft het bij”, aldus de Egyptische mevrouw Khan. Lange tijd probeerde ze het hoofd in het woelige Liberia boven water te houden maar ze staat nu op het punt om de handdoek in de ring te gooien. “Niemand heeft meer geld en iedereen is onvriendelijk. Over vijf maanden vertrek ik naar de Verenigde Staten.”

Ook de gasten in haar etablissement, veelal VN-militairen, spreken vooral over hun vertrek dat al dan niet aanstaande is. Geen woord wordt meer vuil gemaakt aan de oorspronkelijke taakstelling van de VN-macht, het begeleiden van het vredesproces in de Westafrikaanse staat. Af en toe wordt het gesprek onderbroken voor een bezoek aan de peeskamers op de eerste etage. Een enkeling neemt, in een residu van plichtsbesef, zijn walkie-talkie mee naar boven.

Liberia is de oorlog moe. Hoop op vrede is er echter nauwelijks. Sinds 1989, toen de krijgsheer Charles Taylor met zijn troepenmacht het land binnenviel, wordt er al over vrede onderhandeld maar tot nog toe heeft dat niets opgeleverd. Even leek het vorig jaar alsof een doorbraak binnen handbereik lag. De krijgsheren werden het toen eens over de vorming van een voorlopige raad die het land tot aan verkiezingen zou moeten besturen. Al spoedig ontbrandde er echter een conflict over de vraag wie de raad zou moeten voorzitten. Charles Taylor wil koste wat kost president worden van Liberia, de andere krijgsheren hebben echter de dure eed gezworen om dat te voorkomen. Een bezoek van Taylor aan zijn aartsvijand Nigeria, dat volgens hem zijn rivalen steunt, doorbrak de patstelling niet.

Inmiddels wordt er bij Buchanan, aan de grens van het door de Westafrikaanse vredesmacht ECOMOG gecontroleerde gebied, weer zwaar gevochten. Nieuw is het optreden van de zogeheten naked brigade, een groep rebellen die zonder kleren de strijd voert. Onlangs beval de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, aan om de aanwezigheid van de VN in het land tot het allerlaagste niveau terug te brengen, als de krijgsheren voor eind september er niet in slagen om grote stappen te zetten op weg naar de vrede.

“Het probleem in Liberia is dat iedereen het paard achter de wagen heeft gespannen”, aldus kapitein Frank Ntima van de ECOMOG, die tot taak heeft om de strijdende partijen te scheiden. Vol trots pakt de Nigeriaan, die gelegerd is bij het dorpje Goba Town, een foto waarop hij te zien is met een groep rebellen. “Dacht je dat de krijgsheren ooit hun macht vrijwillig zullen opgeven? Ze vinden al die reisjes naar Ghana voor die zogenaamde vredesbesprekingen veel te leuk. Ik ken de rebellen die hier aan de andere kant van de weg zitten. Het zijn geen kwade jongens. Ze hebben honger en willen graag iets van hun leven maken. Geef ze een kans om hun wapens neer te leggen en de burgeroorlog is zo over.”

Bij Susukuu, een niet-gouvernementele organisatie in Monrovia, wordt die filosofie in de praktijk gebracht. Als rebellen afscheid nemen van de wapenen biedt Susukuu hun de mogelijkheid om een jaar lang gratis naar de lagere of middelbare school te gaan. Ook een gedeelte van een universitaire studie wordt onder bepaalde omstandigheden gefinancierd. Sinds 1992 hebben ten minste 1.600 voormalige rebellen gebruik gemaakt van deze regelingen. Vergelijkbare initiatieven elders in Liberia zouden sinds 1990 geleid hebben tot de demobilisatie van ten minste 20.000 van de 60.000 rebellen.

Voor vele rebellen was de keuze voor de gewapende strijd niet echt een vrijwillige, zo blijkt in het kantoor van Susukuu. “Ik moest wel gaan vechten voor ULIMO-K (één van de Liberiaanse milities red)”, zegt Sarvival Gboyar. “Het was schieten of zelf doodgeschoten worden.” Prince Gaye werd lid van de Liberiaanse Vredesraad (LPC) nadat zijn vrouw was doodgeschoten door soldaten van de militie van Charles Taylor. “Maar vechten maakte de pijn niet minder.” Bij het centrum heeft hij geleerd, zo vertelt hij, om te vergeven en te vergeten. Ten bewijze daarvan kout hij met Thomas Kamara, een officier uit Taylors militie die naar eigen zeggen enkele mensen heeft laten vermoorden. Alle voormalige rebellen willen breken met het verleden, zo blijkt bij Susukuu. Een aantal van hen leest met interesse de grondwet van Liberia.

“Demobilisatie is minder moeilijk dan iedereen denkt”, aldus de Interest Groups of Liberia, een samenwerkingsverband van 32 niet-gouvernementele organisaties, onlangs in een open brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. “De VN zouden minder aandacht moeten besteden aan vredesbesprekingen en meer aan de soldaten in het veld.” Ten minste 5.000 van de nog overgebleven rebellen in Liberia zijn bereid, aldus de brief, om onmiddellijk hun wapens neer te leggen als er maar goede voorzieningen worden getroffen om hen bij de demobilisatie op te vangen.

De woordvoerder van UNOMIL, de VN-missie in Liberia, erkent dat de volkerenorganisatie meer aandacht zou moeten besteden aan de demobilisatie. “Het probleem is dat de soldaten met drie organisaties te maken hebben. Ze moeten hun wapens inleveren bij de Afrikaanse vredesmacht, dan naar de VN-missie toestappen om formeel gemobiliseerd te worden. Vervolgens krijgen ze van de UNDP (de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties red) een demobilisatiepremie en dat is het dan, verdere begeleiding is er niet. Tenzij ze natuurlijk ontheemd zijn dan komen ze bij het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen terecht. We zijn nu bezig met onderhandelingen om deze procedure te stroomlijnen.”

In het ziekenhuis van Monrovia moet Dr. James Grant, een van de twee psychiaters die Liberia rijk is, lachen om de woorden van de woordvoerder. “We hadden hier een project om de voormalige rebellen psychologisch te begeleiden maar UNOMIL is sinds januari gestopt met de financiering daarvan. De redenen voor dat besluit zijn me niet geheel duidelijk.” Reïntegratie van voormalige rebellen in de maatschappij is, aldus Grant, niet eenvoudig. “Velen voelen zich diep schuldig over wat ze anderen hebben aangedaan. Vaak is het onmogelijk voor hen om terug te gaan naar hun dorp omdat iedereen daar weet wat ze uitgespookt hebben. Wij leren hun om hun verleden te accepteren, hoe moeilijk dat soms ook is.” De integratie van kind-soldaten is nog moeilijker, aldus Grant. “Vaak krijgen de kinderen drugs voordat ze naar het slagveld worden gestuurd. Ze hebben geen flauw benul meer van wat goed en kwaad is en moeten eigenlijk helemaal opnieuw worden opgevoed.”

De meeste Liberianen geloven niet dat ECOMOG een grote rol kan spelen bij de demobilisatie. “Het contingent uit Sierra Leone is een zooitje ongeregeld”, aldus de Liberiaan O'Neill, die voor de UNDP werkt. “Hun land gaat ten onder aan een burgeroorlog, hoe zouden ze hier dan vrede kunnen brengen? De Ghanezen zijn hier alleen maar om de wereld te laten zien hoe goed zij het met de vrede menen. En de Nigerianen, die roven het land leeg.”

Ook Dr. Grant gelooft niet dat ECOMOG het voortouw zal nemen bij de demobilisatie. “Ik merk hier in het ziekenhuis dat Monrovia overspoeld wordt met drugs. Waar komen die vandaan? Ik denk zelf dat mensen wier tassen op grond van hun militaire rang niet worden doorzocht, dat spul het land binnensmokkelen. Kun je van zulke mensen een toewijding aan de vrede verwachten?”