Watermeloen

Als botanicus heb ik met veel belangstelling kennisgenomen van het artikel: 'Was men bekend met de watermeloen?' op de achterpagina van NRC Handelsblad van 20 juni. Als men uitsluitend af gaat op de klassieke auteurs zal men tot de conclusie komen dat het antwoord op deze vraag 'nee' moet zijn.

Het is vaak niet eenvoudig de in de klassieke literatuur genoemde plantennamen te koppelen aan hedendaagse cultuurgewassen, en speciaal in de komkommerfamilie, waartoe de watermeloen behoort, bestaat veel verwarring over de naamgeving van de verschillende soorten, omdat door klassieke schrijvers voor kalebassen, komkommers en meloenen verschillende namen door elkaar worden gebruikt. Ik kan hier niet dieper op deze materie ingaan, maar het is duidelijk dat de watermeloen (Citrullus lanatus) door de klassieke auteurs niet genoemd wordt.

Het gebeurt echter wel vaker dat op gegevens uit geschreven bronnen interessante aanvullingen worden verkregen door archeologisch (in mijn specifieke geval archeobotanisch) onderzoek. Uit Nederlandse bodem is namelijk een vondst van de watermeloen bekend, en wel uit de haven van het Romeinse fort bij Velsen (N.-H.). Dit fort lag aan de noord-oever van het oorspronkelijke IJ en is, na zijn stichting in 15 A.D., enkele decennia in gebruik geweest als voorpost voor de verovering van noordelijk Germania. Het is opgegraven in de jaren 1985-88 in verband met de aanleg van de Wijkertunnel onder het Noordzeekanaal. In het havenbekken bevond zich een laag met afval, zeer rijk aan allerlei voedselresten (beenderen, schelpen, zaden) waartussen zich de pitten van een aantal uit het Mediterrane gebied geïmporteerde vruchten bevonden: olijven, perziken, vijgen, een pijnappelpit en de reeds genoemde pit van de watermeloen. Uit het feit dat deze vrucht niet door klassieke auteurs genoemd wordt kan men concluderen dat het een zeldzaam produkt geweest moet zijn.

Velsen is trouwens niet de enige archeologische vindplaats waar is gebleken dat de Romeinen er veel aan deden om ook in afgelegen gebieden hun eetcultuur in stand te houden.