Waar is Sonja?

In de Amsterdamse Marnixstraat is een man op zoek naar zijn hond. Bewoners aan het begin van de Marnix hebben een persbericht op hun deurmat gevonden. En dat liegt er niet om.

HELP

Wie weet waar mijn hond Sonja is, een herdershond met een vetbult op de heup.

Zaterdagnacht was ik totaal dronken op de Marnixstraat vlakbij het Haarlemmerplein. Ik sleepte Sonja aan haar voorpoten de straat over. Zij krijstte natuurlijk en omstanders hielpen haar. Dit is niet mijn normale doen en ik mis haar vreselijk. Al zeven jaar zijn wij vrienden door dik en dun.

Zij is meegenomen door een blank Nederlands stel met een Rotweiler.

Hij: lang (1,95), blond en politieman.

Zij: ongeveer 1,70, met half lang zwart haar.

Wie weet wie dit zijn of waar Sonja is?

Onderaan de circulaire heeft de ongelukkige zijn of haar telefoonnummer vermeld.

Wat is er die noodlottige nacht precies met de schrijver gebeurd en hoe moet het nu verder met hem in het leven?

Laten we de zaken eens op een rijtje zetten. De aanhef: HELP. Men is geneigd een dergelijke aanhef in getypte letters voor een zoveelste oproep van de een of andere om aandacht smekende belangenvereniging te houden. De vuist maakt routineus een prop en... weg ermee.

Maar deze HELP is met de hand geschreven. Daar waar de schrijver met de P is begonnen moet het hem (of haar, maar ik denk hem, wegens dat hardhandige 'slepen') al te kwaad zijn geworden. De gedachte aan zijn verdwenen Sonja maakt de eenzame man al dagenlang radeloos, hij kan niet meer eten, slapen, nadenken, laat staan netjes schrijven.

Dan die vetbult, op de heup van Sonja. Ik stel me voor hoe de man al zeven jaar lang Sonja's heup insmeert met een speciaal zalfje, dat uitdroging van het vel over de vetbult tegengaat.

“Stil zitten, Sonja. 't Duurt maar even. Zit, zegt het baasje!” Misschien dat al die jaren de helft van het maandsalaris wordt geïnvesteerd in de vetbult-zalf van Sonja. En nu zit ergens in een ander huis een blank stel met een gemene Rotweiler met de handen in het haar. Wat moeten zij in godsnaam aan met die vreselijke vetbult?

Vervolgens komen wij aan bij het hartverscheurendste fragment: de biecht, de spijt, het berouw.

Kijk. Dronken zijn we allemaal wel eens, maar dit toegeven is een tweede. Hooguit zijn wij wat aangeschoten geweest, ten gevolge waarvan wij anderen in levensgevaar hebben gebracht, maar dit terzijde.

Sonja's baasje echter was 'totaal dronken' en sleepte zijn hond op brute wijze aan haar voorpoten over het straatdek. In zijn herinnering heeft Sonja gekrijst, maar zo erg zal het wel niet zijn geweest. We mogen veronderstellen dat Sonja wat gewend is, na zeven jaar samenleven met haar baasje. Het was waarschijnlijk de kater die de volgende morgen zo 'krijstte', Sonja heeft hooguit licht geprotesteerd.

En toen kwam die Rotweiler met zijn blanke politieagent en zijn vriendin met half lang zwart haar uit een donkere steeg opgedoemd. Oog in oog met een dronken lallende man die aan de voorpoten van zijn hond trekt.

“Dit is niet mijn normale doen!”, schreeuwde Sonja's baasje nog. Maar het was al te laat. De Rotweiler had zijn tanden in de man z'n kuiten gezet en de agent en zijn vriendin ontfermden zich over Sonja.

In de nacht verdween het viertal, onze arme held achterlatend op het verlaten Haarlemmerplein. Had'ie maar geblaft of desnoods, met zijn hoofd in de nek, gejankt als een hond.

Het aan de voorpoten over straat slepen van Sonja is niets vergeleken met hoe mannen doorgaans hun vriendin behandelen. Ik heb ze gezien die hun Sonja's aan de haren mee naar huis sleurden, en dat na véél meer dan die lullige zeven jaar vriendschap door dik en dun. Maar ik heb nog nooit zo'n prachtige oproep in de bus gekregen van een man die zijn meisje mist.