Teleurgesteld in Stalin

'Waarom schrijf je nooit meer?' Briefwisseling Henriette Roland Holst-Henk Sneevliet. Bezorgd door Nico Markus met een inleiding van Fritjof Tichelman

608 blz., geïll., Stichting beheer IISG 1995, ƒ 75.-

Henriette Roland Holst omringde zich graag met invloedrijke mannen. Toen zij nog de deftige notarisdochter Jet van der Schalk was die op haar meisjeskamer in Noordwijk gedichten schreef, schroomde ze niet bij haar dorpsgenoot Albert Verwey aan te bellen en de gerenommeerde dichter en criticus een aan hem gewijde sonnettencyclus voor te lezen. Hetzelfde had ze gedaan bij Jan Toorop die eveneens in de buurt woonde. Bij Verwey thuis ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot, beeldend kunstenaar Rik Roland Holst en Herman Gorter, de toen al beroemde dichter van Mei. Deze mannen werden de mentors van de beginnende dichteres: Gorter zorgde ervoor dat haar verzen werden gepubliceerd in het tijdschrift van de Tachtigers, De Nieuwe Gids, haar verloofde Rik belastte zich met de vormgeving van haar eerste bundel.

Samen met Gorter en haar man meldde Henriette Roland Holst zich in 1897 aan bij de SDAP. Ze was toen net 27. Van het socialisme wist ze bijna niets, maar ook in dit haar totaal vreemde milieu slaagde ze er in belangrijke figuren om zich heen te verzamelen, zoals P.L. Tak, Henri Polak en Wibaut. Bij de in Berlijn wonende Karl Kautsky, internationaal de invloedrijkste socialistische theoreticus en als zodanig beschouwd als de opvolger van Karl Marx, werd ze kind aan huis.

Jet Holst ontwikkelde zich in rap tempo zelf tot een gerenommeerde en ver over de grenzen bekende marxistische theoretica, wier boeken en artikelen in het Duits, Russisch, Hongaars en vele andere talen verschenen. Met mannen als Trotski en Lenin die ze op internationale congressen leerde kennen, stond ze op voet van gelijkheid en haar oude mentors groeide ze boven het hoofd. Zij werd nu op haar beurt de mentrix van jonge mannen in wie zij iets zag. De belangrijkste van hen was Henk Sneevliet, dertien jaar jonger dan Roland Holst en spoorwegbeambte te Zwolle.

Groter verschil dan tussen deze twee persoonlijkheden is nauwelijks denkbaar: zij een preutse, enigszins geëxalteerde dame uit de hogere kringen, hij een promiscue arbeiderszoon die zich ontpopte als groot organisator. Sneevliet, die gedurende de jaren '10 een tijdlang in Indië woonde, was medeoprichter van de communistische partijen van Indonesië en China, leidde het revolutionaire vakverbond het NAS, richtte een politieke partij op waarvoor hij in de Tweede Kamer kwam en werd in 1942 als verzetsman gefusilleerd.

Van 1911 tot 1935 hebben deze twee kopstukken van de Nederlandse en internationale arbeidersbeweging met elkaar gecorrespondeerd - over het opportunisme van Troelstra's SDAP die ze in 1912 samen verlieten, over de CPN (toen CPH genoemd) waarvan ze beiden vooraanstaande leden werden, over de Russische revolutie, de vervolging van Trotski door Stalin en over het Nederlandse kolonialisme. Maar temidden van alle opwindende historische gebeurtenissen waarvan zij getuige of deelnemer waren, ging het in hun brieven ook over morele kwesties. Vooral Roland Holst hield zich bezig met de vraag wanneer engagement omslaat in medeplichtigheid.

Bezinning

Zowel zij als Sneevliet heeft de proletarische Sovjet-dictatuur geruime tijd gesteund en beiden hebben zich daar, als lid van de CPH, aan onderworpen. Maar ook waren ze, als het erop aan kwam, bereid van hun dwalingen terug te komen. Toen in 1927 de terreur van Stalin tegen opposanten als Trotski losbarstte, keerden ze de partij, waarvoor ze zich jarenlang hadden ingespannen, de rug toe. Over dat proces van losmaking en politieke bezinning, over de teleurstellingen en de pijn die ze daarbij voelden, uitten ze zich tegenover elkaar, waardoor de brieven een betekenis krijgen die uitstijgt boven het politiek-historische of anekdotische belang ervan.

Jarenlang lag deze schitterende correspondentie in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam te wachten op ontsluiting. Met het lijvige boek 'Waarom schrijf je nooit meer?' is die er dan eindelijk van gekomen. Een enorm karwei waarmee het IISG veel eer inlegt.

Voor liefhebbers van de sociale geschiedenis is het een aardige bijkomstigheid dat dit boek een periode in de CPN-historie tot leven wekt, die vooraf gaat aan het tijdvak dat Ger Verrips behandelt in zijn recente geschiedschrijving van het Nederlandse communisme, Dwars, Duivels en Dromend. Het boek van Verrips begint in 1938, terwijl Roland Holst en Sneevliet een beeld geven van de partij vanaf de oprichting in 1918 (de radicale SDP, die zich in 1909 van de SDAP had afgesplitst, ging zich in dat jaar Communistische Partij noemen) tot aan 1928. Ze maakten nog net de entree mee van de 26-jarige diamantbewerker Paul de Groot, die zich conform de partijlijn tegen het door Sneevliet geleide NAS keerde. Henriette las in 1926 een stuk van Paul de Groot en noemde dat tegenover Sneevliet “zeer grof” en “bepaald lasterlijk”.

De geschiedenis van de Nederlandse revolutionaire beweging in de jaren twintig is nog nauwelijks geschreven. Uit de briefwisseling wordt duidelijk waarom: de ene afsplitsing volgde de andere op en de conflicten op de vierkante millimeter zijn nu nauwelijks meer te volgen. Het was de tijd dat het perspectief op de wereldrevolutie achter de einder verdween. De november-revolutie in Nederland van 1918 bleek achteraf vooral een hersenspinsel van Troelstra en een paar communisten, revolutiepogingen in Duitsland en elders in Europa werden in bloed gesmoord, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht waren vermoord. Intussen veranderde de geïsoleerde Sovjet-Unie, het enige land waar de revolutie wel was gelukt, in een dictatuur. Binnen de Nederlandse communistische partij, die zich verplicht had tot onvoorwaardelijke trouw aan de Sovjet-Unie, leidde het gebrek aan revolutionair perspectief tot voortdurende meningsverschillen over de strategie. Zo kwam Sneevliet in conflict met de CPH, omdat hij een vakbondspolitiek voerde die in strijd was met de door Moskou uitgestippelde lijn.

Sneevliet verliet de partij in het voorjaar van 1927, terwijl Henriette nog tot november van dat jaar lid bleef. De brieven die zij hem in deze korte periode schreef, behoren tot de indrukwekkendste van de verzameling. Verbolgen reageerde Tante Jet, zoals ze voor Sneevliet heette, op het dictatoriale gedrag van haar vriend, die direct nadat hijzelf uit de CPH was gestapt communistische NAS-leden begon te royeren en zich dus bediende van dezelfde methodes als waar hij zijn oude partij van betichtte. “Beste Henk,” schreef Henriette hem, “zoowel uit persoonlijke vriendschap, als als vriendin van het NAS, kan ik je alleen dit raden: probeer te bewerkstelligen dat die onzalige royementen teruggenomen worden, - vervolg niemand om derwille des geloofs - wees liever te ruimhartig dan te eng in dezen - probeer het principieele van den twist steeds in het licht te stellen (...) en laat het gebruik van de kleine middelen aan den tegenstander over.”

Escapades

De brieven tussen Jet Holst en Sneevliet, 342 in totaal, gaan niet alleen over politiek. Af en toe valt er een persoonlijke noot te bespeuren, meestal over Sneevliets liefdesleven. Hij trouwde vier keer en de meeste echtgenotes konden rekenen op de hartelijke vriendschap van Tante Jet.

Tijdens een verblijf in Moskou had Sneevliet betrekkingen aangeknoopt met de Russische Sima Zolkovskaja, die hij in 1924 met hun buitenechtelijke dochtertje naar Nederland haalde. Dit kostte handenvol geld, maar gelukkig had Henriette steeds ruimhartig gereageerd op zijn escapades, ook financieel. Niet alleen steunde ze Betsy Brouwer, Sneevliets tweede vrouw, bij wie hij twee kinderen had, ook de 29-jarige Sima accepteerde ze onmiddellijk, al twijfelde Tante Jet aan de duurzaamheid van hun relatie. “Ik hoop dat je met Sima ook op den duur een goede en bevredigende verhouding zult behouden”, schreef ze hem. “En ook hoop ik, dat zij je niet blind liefheeft maar kritisch, want geadoreerd worden, dat bederft elke man in den grond.” Zelf bedierf ze haar pupil ook wel enigszins: in de loop der jaren heeft ze hem kapitalen geschonken.

Het overgrote deel van de correspondentie bestaat uit brieven van Roland Holst aan Sneevliet. Omgekeerd is er maar weinig bewaard gebleven, omdat Henriette de gewoonte had brieven na lezing weg te gooien. Nadat Sneevliet in 1924 voorzitter van het NAS was geworden, dicteerde hij zijn brieven aan Roland Holst aan zijn secretaresse, die ze uittikte en de doorslagen bewaarde. Daarvan hebben de samenstellers van 'Waarom schrijf je nooit meer?' dankbaar gebruik gemaakt. Toch houdt de briefwisseling iets eenzijdigs door het kleine aandeel van Sneevliet en dat komt de begrijpelijkheid niet ten goede.

De samenstellers hebben dit probleem ondervangen door een zeer uitvoerige annotatie en een gedetailleerde historische inleiding door Fritjof Tichelman van wiens hand eerder een beknopte Sneevliet-biografie verscheen. Zijn grote kennis over deze tot de verbeelding sprekende revolutionair is er waarschijnlijk de oorzaak van dat in deze inleiding de nadruk op hem ligt.

Over Henriette Roland Holst staan er een paar onzorgvuldigheden in. Zo laat Tichelman haar pas in 1904 in het partijbestuur van de SDAP kiezen, terwijl dat in werkelijkheid al in 1902 gebeurde. Reden waarom haar handtekening, samen met die van onder anderen Troelstra en Henri Polak, prijkt onder de brief die het partijbestuur dat jaar aan de koningin stuurde met het verzoek om goedkeuring van de gewijzigde statuten.

Niet bekend

Vrind

De annotaties bij de brieven zijn indrukwekkend, zij het hier en daar onevenwichtig. Algemeen bekende figuren krijgen uitvoerige biografietjes, maar onbekende personen worden soms afgedaan met de mededeling 'gegevens ontbreken'. Dit geldt bijvoorbeeld voor de zakenman Johannes Post die zeventien keer in de brieven genoemd wordt. Deze Post is in Henriette Roland Holsts persoonlijk leven echter belangrijker geweest dan Henk Sneevliet. Na de dood van haar man in 1938 nam hij weliswaar niet diens plaats in, maar hij werd wel Henriettes intiemste vriend. 'De vrind van tante Jet', volgens intimi.

    • Elsbeth Etty
    • Schrijftbiografie van Henriette Roland Holst