Selecteer studenten op hun eindexamen

De nationale eindexamens zijn weer achter de rug, en grote, ja soms uitzinnige blijdschap overvalt de geslaagde kandidaten. Het eindexamen is echter meer een rite de passage dan dat de uitslag zo uitzonderlijk is. De koele cijfers (1994) wijzen immers uit dat 88 procent van de VWO- en 84 procent van de HAVO-kandidaten slaagt. In een eindexamenklas is slagen dus regel, zakken de uitzondering.

Wanneer slaagt een kandidaat eigenlijk? Een VWO-diploma verwerf je door in zeven vakken eindexamen te doen, voor HAVO zijn zes vakken verplicht. Elk vakexamen bestaat uit het schoolonderzoek en het centrale examen in mei. De centrale examens VWO, zeker die in de exacte vakken, zijn moeilijk, veel moeilijker dan zeg dertig jaar geleden. Wanneer een kwart van de kandidaten onvoldoende scoort, wordt dat heel gewoon gevonden. Terwijl het oordeel 'voldoende' (in code: 6) al valt, wanneer maar de helft van de opgaven goed beantwoord is. De scores van schoolonderzoek en centraal examen worden per vak gemiddeld. Het examenreglement bepaalt wanneer de kandidaat geslaagd is; zo mag hij niet meer dan twee maal een 5 als eindcijfer hebben. Bijna 29.000 VWO-kandidaten voldeden in 1994 aan deze minimumeisen.

Dat het slaagpercentage zo hoog is, komt natuurlijk door de voorselectie. Op de middelbare school werpt het eindexamen zijn schaduwen ver vooruit, zodat in een eindexamenklas vrijwel geen volstrekt kansloze leerlingen zitten.

In de meeste Europese landen (maar niet in de buurlanden België en Duitsland) hanteert men een of andere vorm van nationaal eindexamen, onder meer in Engeland en Schotland en in alle Scandinavische en Oosteuropese landen. Daar profiteert men echter meer van al deze inspanningen dan in ons land.

Ten eerste maakt men daar niet slechts het simpele onderscheid geslaagd/gezakt. Het gros van de kandidaten slaagt immers, maar het maakt nogal wat verschil of iemand gemiddeld 'zeer goed' of 'goed' of alleen 'voldoende' scoort, gecodeerd: 9, 8 en 6. Het gaat er daar niet alleen om óf je slaagt, maar ook hóe je slaagt.

Ten tweede gebruikt het hoger onderwijs in deze landen de eindexamenscores voor hun toelatingsbeleid. In Denemarken bijvoorbeeld maakt iedere faculteit op elke universiteit tevoren kenbaar welke vakken en welke scores vereist zijn om toegelaten te kunnen worden. In deze landen gebruikt men dus niet zozeer het diploma-sec, als wel de eindexamenscores voor hun 'selectie aan de poort'.

Over de selectie voor het hoger onderwijs is onlangs uitvoerig gediscussieerd in deze krant. Als we professor Drenth moeten geloven kan de selectie in ons land (= het diploma-sec) niet beter en hebben we dus het best mogelijke systeem ter wereld. Onderbelicht in deze discussie bleef echter het effect op de middelbare school zelf. Voor de leerlingen is het doel van hun inspanningen het halen van het diploma-sec, 'slagen' dus. Scherp calculerende leerlingen doseren hun inspanningen op het behalen van 'voldoendes'. Behalve voor degenen die hun inlotingskansen voor een studie medicijnen willen vergroten, hebben hoge eindexamenscores immers geen materiële waarde, ze geven alleen eer en voldoening.

Vanuit het hoger onderwijs en ook van de kant van bewindslieden klinken regelmatig geluiden dat de eisen op het VWO en HAVO strenger zouden moeten worden. Over de manier waarop wordt echter niets gezegd. Het zou terecht stormen van protest oproepen, wanneer zeg de helft van de kandidaten onvoldoende zou scoren voor een vakexamen. Of zou men het percentage VWO'ers, nu bijna 15 procent, willen terugschroeven? Dat zou dan een poging zijn om de klok terug te draaien. Bovendien kan de staat dat alleen bereiken via moeilijker eindexamens met hogere percentages gezakten; over het toelatings- en bevorderingsbeleid van de scholen heeft het ministerie niets te zeggen.

Ook het opdelen van de leerlingen over vier 'profielen', een plan dat nog van vorige regeringen stamt, is een vorm van 'wishful policy'; het zal de attitudes van leerlingen (en leraren) niet veranderen en evenmin invloed hebben op de overgang naar het hoger onderwijs.

Wil de regering een maatregel-met-effect treffen, dan neme ze bijvoorbeeld het Deense systeem over. Dan kan het eindexamen blijven wat het in de eerste plaats is: een eíndexamen, een serie maxi-proefwerken waarin de leerlingen moeten laten zien dat het genoten onderwijs aan hen besteed was. En zij moeten daarbij maximaal presteren, want op basis van de behaalde scores selecteert het hoger onderwijs dan zelf zijn eerstejaars.