Rechter wil journalisten horen in zaak-Dasa

AMSTERDAM, 1 JULI. De Dasa-strafzaak tegen bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman wordt voor onbepaalde tijd uitgesteld, nu de Amsterdamse politierechter eerst drie journalisten wil laten ondervragen. Lakeman vroeg gisteren tijdens een strafzitting zelf om een dergelijk verhoor. Hij staat terecht op beschuldiging van smaad jegens Dasa, de Duitse meerderheidsaandeelhouder van Fokker, en diens directievoorzitter J. Schrempp.

Vorig jaar februari had Lakeman in een artikel in het vaktijdschrift OR Informatie vraagtekens gezet bij de financiële handel en wandel van Fokker-topman Erik-Jan Nederkoorn. Er zouden geruchten bestaan dat Nederkoorn persoonlijk 25 miljoen mark had verdiend aan de overname van Fokker door de Duitse vliegtuigbouwer Dasa.

Lakeman schreef verder een anonieme brief te hebben ontvangen, die de geruchten bevestigt. Dasa reageerde woedend, eiste een schadevergoeding en diende een aanklacht in. Lakeman vroeg gisteren om het verhoor van nieuwe getuigen. Het gaat om journalisten, een ex-lid van de ondernemingsraad van Fokker, een ex-woordvoerder en de mogelijke schrijver van de anonieme brief. Zij moeten bevestigen dat de geruchten over de verrijking van Nederkoorn algemeen bekend waren bij journalisten die Fokker volgden.

Lakeman, directeur van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI), zit verstrikt in een web van rechtszaken. In een eerdere, civiele zaak heeft de rechter geoordeeld dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door het bedrag van 25 miljoen mark te noemen. (ANP)