Rabo koopt vestiging Swiss Bank; Fusiegolf financiële sector 'ongelooflijk'

SCHIPHOL, 1 JULI. Hij klinkt als de directeur van een produktiebedrijf. Maar dan niet van conservenblikken die op de lopende band worden gezet, maar van financiële produkten die over de hele wereld hun weg vinden naar beleggers, bedrijven en overheden. Hans de Gier (51), vice-voorzitter van de groepsraad van Swiss Bank Corporation (SBC), was gisteren in Nederland om een van de twee kantoren hier te verkopen aan de Rabobank.

Swiss Bank is sinds kort een van de wereldtoppers in de effectenhandel en financiële adviezen nadat zij de prestigieuze Britse zakenbank Warburg inlijfde. Handel op financiële markten is synoniem met hoog betaalde adviseurs, vermogensbeheerders en druk gebarende handelaren in rode bretels.Maar wie De Gier hoort praten denkt eerder aan een industrieel, dan aan een bankier. “Wij zijn niet erg hiërarchisch, wel erg gedisciplineerd”, zegt hij om toch nog enig onderscheid met de “gewone” industrie te maken.

Hun kleding en spraak mogen anders zijn dan van de mannen in een overslagbedrijf, in de investment banking wereld draait het net zo goed om bulkprodukten: de handel in vreemde valuta, in obligaties en - in mindere mate - ook in aandelen. Elke bank doet het. De dollar die de een verkoopt is precies dezelfde als die van zijn concurrent een continent verderop. En omdat de markt een keten is van tienduizenden beeldschermen met de meest actuele informatie wijkt de prijs in de ene dealingroom niet of nauwelijks af van die in een andere dealingroom duizenden kilometers daarvandaan.

“Wie in bulkprodukten zit moet zijn zaken concentreren in zo weinig mogelijk produktiecentra in de belangrijkste time zones”, zet De Gier uiteen. “Daaromheen bouwen wij satellieten die de aan- en afvoerkanalen zijn. De verkoopteams daar zijn de vooruitgeschoven posten van onze produktiecentra.” Wat een bank verdient wordt nog maar bepaald door twee factoren: marktaandeel en kostenbeheersing. “Je moet een low cost producer zijn”.

In Nederland had Swiss Bank sinds 1987 zo'n satelliet in de vorm van een aparte dochter die hier, zo zegt De Gier, de grootste buitenlandse partij was in de obligatiehandel en nog winst maakte ook. Het bestaansrecht van de satelliet kwam vorig jaar in dubio, toen de Nederlandsche Bank de regels versoepelde, zodat buitenlandse banken ook zonder Nederlands kantoor emissies van obligaties in guldens mochten leiden. Daarmee werd het een stuk aantrekkelijker om het kantoor (gedeeltelijk) op te doeken en de activiteiten naar Londen te verplaatsen.

De overname van Warburg, die ook een Nederlandse vestiging heeft, zorgde voor een complicatie. Het probleem van twee kantoren werd simpel opgelost toen het management van het Swiss Bank kantoor een overname door de Rabobank kon bewerkstelligen. De Rabo wil graag uitbreiden in de effectenhandel. Gisteren tekenden Rabo-topman Wijffels en De Gier de contracten.

De Gier begon zijn carrière ooit bij de ABN, ging vervolgens naar Amro en daarna naar Londen. In 1980 ging hij aan de slag bij Swiss Bank om hun zakenbank in de City op poten te zetten. Hij verdeelt zijn tijd nu tussen het hoofdkantoor in Bazel, het Europese financiële centrum Londen en Singapore, waar hij - tot de overname van Warburg - de snel groeiende lokale activiteiten, onder meer op gebied van particulier vermogensbeheer, in de gaten hield.

Vijf jaar geleden dacht hij nog dat er 15 tot 20 partijen aan de top van de investment banking wereld zouden overblijven, nu houdt hij het op “twee handjes vol dominante huizen.” “De afgelopen tien jaar waren ongelooflijk, de komende tien jaar zullen nog ongelooflijker zijn”, voorspelt De Gier.

Samenklontering is aan de orde van de dag. Of dat ook de rendementen zal opleveren die de kopers er nu van verwachten, vindt De Gier maar helemaal de vraag. Bankiers hebben nog wel eens de neiging zich te laten meeslepen door andere dan rationale financiële argumenten. “Het is erg moeilijk nu nog voldoende kritische massa en marktaandeel op te bouwen.”

Op dit moment liggen met name de Britse zakenbanken onder vuur. ING kocht de failliete Barings, SBC nam Warburg over en dezer dagen sloeg de Dresdner Bank de zakenbank Kleinwort Benson aan de haak. Een aanval van het oude, continentaal Europese kapitaal op de Britse financiële elite?

De Gier:“Nee. De gemeenschappelijke noemer is dat financiële instellingen met een groot eigen kapitaal instellingen kopen met een klein eigen kapitaal. Een sterke kapitaalbasis garandeert nog geen succes, maar het omgekeerde is wel waar: zonder kapitaalbasis kan je niet meer overleven.” Kapitaal is nodig omdat klanten verwachten dat een zakenbank van alle markten thuis is: vreemde valuta, obligaties, aandelen en de complexe financiële instrumenten die bekend staan als derivaten.

De Gier wijst erop dat in de race naar een toppositie in de markt voor investment banking de Amerikanen voorop liggen. “Zij hebben een natuurlijke voorsprong. Hun thuismarkt is de allergrootste en ook nog afgeschermd van de buitenwereld. Daar is nog geen enkele Europese bank serieus binnengedrongen.” Swiss Bank heeft nu twee thuismarkten: de kleine Zwitserse en de Britse. En de kansen voor de Nederlandse banken? De Gier trekt een zuinig gezicht. Een stilte valt. Zij hebben nog maar eén kleine thuismarkt, bedoelt hij te zeggen? “Ik hoopte de vraag zo indirect te beantwoorden.”

De Zwitserse en de Nederlandse markten hebben meer gemeen dan hun geringe omvang en de (daarmee samenhangende) grote concentratie in de lokale financiële sector. De twee landen beschermen van oudsher hun bedrijven tegen ongewenste buitenlandse invloeden, zoals vijandige overnames tegen de zin van de zittende directies. Verandering zit echter in de lucht. De Zwitsers zagen de afgelopen maanden een keihard overnamegevecht om papiermaker Holvis. In Nederland lijken nieuwe afspraken tussen de beurs en de belangenvereniging van beursfondsen vijandige overnames gemakkelijker te maken.

Of een gesloten overnamemarkt slecht is voor de dynamiek van het bedrijfsleven, zoals minister Wijers van economische zaken in een recente nota aangeeft, waagt De Gier te betwijfelen. “Het is goed dat de zaak zo nu en dan wordt opgeschud, maar ik denk niet dat Nederland eronder leidt dat zij geen Angelsaksische kapitaalmarkt heeft. Er worden hier veel kleine bedrijven gecreeërd die voor de meest ongelooflijke bedragen in buitenlandse handen overgaan. Dat is ook een vorm van kapitalisme, maar een die minder verbonden is met de aandelenmarkt omdat die bedrijven niet aan de beurs genoteerd zijn.

Ik ben een groot voorstander van open en efficiënte markten, wat dat betreft denk ik Angelsaksisch. De trend in die richting is onvermijdelijk, maar ik kan mij voorstellen dat men in kleine landen het tempo wil controleren, omdat men vreest het bedrijfsleven anders op een presenteerblaadje uit te leveren. Maar wij zouden best een vijandige overname in Nederland willen begeleiden.''