Ministers ontslagen in Rusland om gijzeling

MOSKOU, 1 JULI. President Jeltsin heeft gisteravond twee ministers en het hoofd van de Russische veiligheidsdienst ontslagen in verband met hun rol bij de gijzelingscrisis eerder deze maand in Boedjonnovsk. De ontslagen kwamen vlak voordat het Russische parlement vanmorgen zou stemmen over het functioneren van de regering.

Van hun taak ontheven zijn de minister van binnenlandse zaken, Viktor Jerin, de minister van nationaliteitenkwesties, Nikolaj Jegorov, en het hoofd van de contraspionagedienst FSB, Sergej Stepasjin. Ook ontslagen is de gouverneur van de regio waar de gijzeling plaatshad. De vaak bekritiseerde minister van defensie, Pavel Gratsjov, blijft vooralsnog aan.

De ontslagen zijn een voorlopig hoogtepunt van een politieke crisis die Rusland in haar greep houdt sinds eerder deze maand een groep Tsjetsjeense strijders in de Zuidrussische provinciestad Boedjonnovsk een grote gijzelingsactie ondernam die uiteindelijk meer dan 120 levens kostte.

De gijzeling schokte Rusland omdat Tsjetsjenen kennelijk ongehinderd op Russisch grondgebied konden opereren en omdat Russische troepen vervolgens een ziekenhuis beschoten waarin de Tsjetsjenen honderden gijzelaars gevangen hielden.

De nu ontslagen functionarissen hadden donderdag samen met minister van defensie Gratsjov en enkele anderen hun verantwoordelijkheid voor de rampzalig verlopen gijzeling al aanvaard en hun ontslag aangeboden. President Jeltsin liet toen weten binnen een week over hun posities te beslissen. Dat bleek echter onvoldoende te zijn om het parlement tevreden te stellen.

Pag.5: Vertrek ministers afgedaan als 'truc'

Het Russische parlement heeft vorige maand een motie van wantrouwen tegen de regering aangenomen en daarbij met name het aftreden geëist van de ministers die verantwoordelijk worden gehouden voor de oorlog in Tsjetsjenië en de crisis in Boedjonnovsk. Voor vandaag stond een nieuwe stemming op de agenda. Bij aanvaarding van een tweede motie van wantrouwen moet Jeltsin de hele regering ontslaan of het parlement ontbinden, iets wat hij probeert te vermijden.

Toonaangevende parlementariërs deden gisteren de ontslagaanbiedingen van donderdag af als 'een truc'. Zelfs de Agrarische partij, die eerder deze week van de regering meer geld voor de landbouw toegezegd had gekregen, kondigde gistermiddag aan alsnog tegen de regering te zullen stemmen. Daarna kwam de bekendmaking van het Kremlin over de aanvaarding van vier van de aangeboden ontslagen.

De stap van de president werd gisteravond slechts summier toegelicht door zijn woordvoerder, die tegenover het persbureau ITAR-TASS sprak van “een moeilijke beslissing”. Volgens de woordvoerder waren tijdens de evaluatie van de gijzelingsaffaire “tekortkomingen” en “misrekeningen” van de nu ontslagen functionarissen aan het licht gekomen.

Jerin (51), Stepasjin (43) en Jegorov (44) worden samen met de minister van defensie, Gratsjov (47), verantwoordelijk gehouden voor het verloop van de strijd in Tsjetsjenië. Jerin en Stepasjin hebben als minister van binnenlandse zaken en als hoofd van de veiligheidsdienst de beschikking over eigen strijdmachten, die in de opstandige provincie ook een actieve rol spelen. Hoewel de drie ontslagen functionarissen zitting hadden in de Veiligheidsraad, Jeltsins adviesorgaan dat in veiligheidskwesties optreedt als een schaduwregering, wordt geen van hen gerekend tot de intimi van de president. Jerin stond al langer bloot aan kritiek wegens zijn weinig succesvolle pogingen om de georganiseerde criminaliteit te bestrijden.

Hun rol bij de gijzelingsaffaire in Boedjonnovsk is overigens niet geheel duidelijk. Nog steeds is onopgehelderd wie het bevel gaf tot de noodlottige beschieting van het ziekenhuis en voor het vervolgens halverwege stopzetten van de aanval. De anti-teurreureenheid die de actie uitvoerde, valt rechtstreeks onder de president.

Opvallend is dat de minister van defensie, Gratsjov, opnieuw temidden van veel kritiek mag aanblijven. Eerder werd zijn aftreden al geëist in verband met corruptieaffaires en de moord op een journalist die daarover schreef. Gratsjovs politieke overleven wordt doorgaans in verband gebracht met zijn loyaliteit aan Jeltsin, die hij zowel tijdens de mislukte coup in augustus 1991 als tijdens de strijd met de Opperste Sovjet in oktober 1993 steunde. Gratsjov heeft formeel met de gijzeling in Boedjonnovsk niets te maken, hoewel hij wel herhaaldelijk opriep tot het gebruik van geweld tegen de gijzelnemers.

Premier Tsjernomyrdin heeft nog niet gereageerd op het vertrek van de ministers. Maar eerder gisteren noemde hij hun aanbiedingen tot ontslag “volkomen gerechtvaardigd”. Tsjernomyrdin heeft zich vanaf het begin van de inval in Tsjetsjenië, nu een half jaar geleden, uitgesproken voor een vreedzame oplossing. Deze week verklaarde hij zich bereid zelf naar Grozny te reizen om daar de onderhandelingen te voeren.