Met reces

ALS VANOUDS WAS het nachtwerk. En eveneens als vanouds had de laatste dag natuurlijk een licht chaotisch verloop. De Tweede Kamer is gisternacht op traditionele wijze met reces gegaan. Met op de valreep nog vele korte debatjes over diverse onderwerpen en ten slotte reeksen stemmingen. Het wordt dus toch een tunnel in plaats van een brug onder het Pannerdensch Kanaal en de belastingaangifte van de minister van economische zaken is wat de Kamer betreft niet langer nog enig punt van discussie. De bureaus zijn even leeg. Kamerleden kunnen met vakantie danwel zich via stages oriënteren op de wereld buiten het Binnenhof. Het kabinet kan zich ondertussen 'in alle rust' bezighouden met het opstellen van de begroting voor volgend jaar.

Het eerste parlementaire jaar van de nieuwe coalitie zit er op. De belangrijkste conclusie die valt te trekken is dat het niet 'paars' was dat de toon heeft gezet, maar VVD-leider Bolkestein. De nieuwigheid van het voor Nederlandse begrippen zo ongewoon samengestelde kabinet was er eigenlijk opmerkelijk snel af. Het is een gewoon kabinet, zei minister-president Kok vorig jaar bij het aantreden. De samenleving heeft het geheel in lijn met die mededeling ook 'gewoon' ontvangen, kan men nu constateren. Hoewel christen-democraten vanaf 1917 permanent in de regering zaten, is de overgang naar het eerste CDA-loze landsbestuur uitermate soepel verlopen.

DE VERANDERING ZIT vooralsnog in het optreden van het parlement. De Tweede Kamer, lam of leeuw? vroeg haar voormalige voorzitter Vondeling zich in de jaren zeventig bezorgd af. Vastgesteld kan worden dat het lam dit parlementaire jaar duidelijke trekjes van een leeuw heeft gekregen. Het debat tussen Tweede Kamer en kabinet is opener en daarmee ook levendiger geworden. De uitkomst stond lang niet altijd vantevoren vast. Integendeel, het kabinet is enkele malen met een anders gestemde meerderheid in de Tweede Kamer geconfronteerd. Bovendien zijn vele malen in overleg met de Kamer veranderingen in oorspronkelijke voorstellen aangebracht. Er hoeft slechts gewezen te worden op de oogst van afgelopen donderdagnacht. De Betuwelijn, Schiphol en de orgaandonaties: stuk voor stuk zijn het onderwerpen waarbij het 'gemeen' overleg tussen Kamer en regering van betekenis is geweest. Het heeft zeker te maken met de houding van alle betrokkenen. Maar het is natuurlijk ook de hoger dan verwachte economische groei die de ruimte biedt voor soepelheid.

HET WISPELTURIGE stemgedrag van de kiezer van vorig jaar heeft geleid tot een even wispelturige Tweede Kamer. Na 3 mei van het vorig jaar groeide het aantal in de Kamer vertegenwoordigde fracties van negen naar twaalf. Door alle verwikkelingen in het Algemeen Ouderen Verbond is dit inmiddels opgelopen tot veertien fracties. Daarnaast valt te constateren dat het met de 'stoelvastheid' van de gekozen leden slecht gesteld is. Inclusief de twee leden die hun vertrek hebben aangekondigd bedraagt het aantal tussentijdse vertrekkers (de dertien Kamerleden die naar het kabinet zijn verhuisd niet meegerekend) niet minder dan elf. Juist in een tijd waarin wordt gesproken over het aanbrengen van een sterkere binding tussen kiezers en individuele Kamerleden is dit een zorgwekkende ontwikkeling. Het is niet goed voor het aanzien van de Kamer, maar het getuigt bovenal van weinig respect voor de kiezer.

HET EERSTE 'paarse' jaar zit er op. Een jaar waarin de Tweede Kamer behoorlijk aan haar trekken is gekomen, zonder dat de hoofdpunten van het regeringsbeleid overigens ook maar één keer werkelijk in gevaar zijn gebracht. De alom gesignaleerde spanning tussen de VVD en het kabinet bleef vooralsnog hoofdzakelijk beperkt tot verschillen in toonhoogte. Toch is de factor Bolkestein wel degelijk van invloed op de coalitie-verhoudingen. Het was PvdA-fractievoorzitter Wallage die vorig jaar tijdens de regeringsverklaring optimistisch vaststelde dat er ondanks veel en fundamentele tegenstellingen tussen de partijen “zakelijke afspraken voor vier jaar” mogelijk waren. Dezelfde Wallage verweet zijn collega Bolkestein deze week in de Tweede Kamer echter een houding “waar vroeger of later een coalitie niet uitkomt”.

In feite is hiermee de intentie-vraag aan de orde en daarmee de basis van de coalitie. PvdA, VVD en D66 werken nog samen. Maar nu al minder innig dan een jaar geleden.