Ligt u lekker? (6)

Deze aflevering is gewijd aan ervaringen van artsen en verpleegkundigen met hun patiënten. En dat is maar goed ook, want sommige artsen hadden schoon genoeg van de stroom brieven met pijnlijke ervaringen van patiënten. Een neurorchirurg te Zwolle schrijft ons deze rubriek “de laatste weken eerst eens te hebben aangezien”. Maar constateert dat het hem nu “tot brakens de keel uithangt”. “Helaas is ook mijn beroepsgroep voorzien van hetzelfde aantal hufters dat je ook elders kunt vinden. Maar om dit nu wekenlang breed uit te meten is toch wel weer het andere uiterste”. Hij spreekt van “goedkoop vermaak” ten koste van de gezondheidszorg “die tot de beste en goedkoopste ter wereld behoort”.

Een cardioloog te Almere beticht de redactie van bladvulling, komkommertijd en 'niveau-lieve Mona'. De patiënt van tegenwoordig is echt heel goed in staat om 'vermeende klachten' in te dienen, waarvan de afhandeling makkelijk “tientallen man-uren” in beslag kan nemen. Er treedt dan een “bureaucratische machinerie” in werking waarna de arts “nooit winnaar is, hoogstens 'niet-verliezer'. De patiënt hoeft hiervoor niets te doen. Iedere dokter kent voorbeelden en wij zijn allemaal als de dood dat het ons ook overkomt”. Het is een ongelijke strijd. “Je kunt maar beter vijf minuten slikken, dan uren aan allerlei correspondentie en gesprekken kwijt zijn.” De patiënt gedraagt zich, zo concludeert hij, “als onredelijke consument”. Net zoals scholen liefst zwijgen over leerlingen, houden ook de ziekenhuizen hun mond over hun lastige patiënten, meent hij.

Ten slotte schreef ons een lezer dat we een scheef beeld van de medische zorg schetsen, door vooral negatieve ervaringen van patiënten te publiceren. Dat verwijt treft doel en daarom publiceren we volgende week de (echt) laatste aflevering, maar dan met tevreden reacties. Ook komen we dan elders in het Bijvoegsel terug op de verhouding arts-patiënt, het klachten-regime en de kwaliteit van de zorg.

Zaterdags Peil: een bres in de bedside-manners. De boekebonnen werden toegekend aan: C.M. E. Veldt, M.H. Vermeer en G.J. Lycklama à Nijeholt, dr. C. Vermeulen-Meiners. Vanaf vandaag is deze rubriek voor computergebruikers op Internet te raadplegen op http://www.nrc.nl/ Gemak

In de bijna 20 jaar dat ik werk als verpleegkundige, onder heel verschillende omstandigheden, is er een aantal 'kleine' gebeurtenissen dat me bij blijft.

- de botte brutaliteit van vooral jongere patiënten die zeggen “Zonder mij had jij nu geen werk” en: “Ik betaal er toch voor?” als vrijbrief voor het stellen van belachelijke eisen.

- de trieste gelatenheid van veel ouderen: “Dokter zal het wel het beste weten” en de (meestal hopeloze) pogingen om deze mensen te wijzen op het feit dat er soms wel degelijk alternatieven zijn.

- de verlammende angst van het kleine jongetje dat geopereerd moet worden en zich plotseling realiseert dat dit niet McDonald's is, zoals beloofd door zijn ouders.

- het nonchalante gemak waarmee een lopende patiënt na het roken van een sigaret in de conversatiezaal (waar overigens zelden of nooit geconverseerd wordt) zich op zijn bed laat vallen en belt om een glas water “Want daar ben je toch voor?”

- de verpletterende stupiditeit van een specialist die, een blik werpend op een doodzieke jongen met AIDS, geflankeerd door hevig verontruste ouders zegt: “Zo, dat gaat al een stuk beter, zie ik.” Hiermee de ouders in opperste verwarring achterlatend, want omdat het zo slecht gaat met hun zoon, zijn ze juist overhaast vanuit de provincie naar hem toegekomen. (Dezelfde jongen overleed nog die avond).

- de bijna gênante dankbaarheid van nabestaanden wanneer je zonder al te veel haken en ogen een stervende patiënt en zijn familie tot het einde toe hebt kunnen begeleiden en waarop je niets anders kunt zeggen dan: “Dank u wel, maar ik doe gewoon mijn werk”.

- de onverwachte interesse van een patiënt die beleefd informeert of je fijne vrije dagen hebt gehad.

- de ontroerende dapperheid waarmee sommige patiënten (jong en oud) zich tijdens mensonterende onderzoeken en therapieën staande weten te houden, en, doodziek als ze zijn, er voor waken “een ander niet tot last te zijn”.

- de doorzichtige uitvluchten die men verzint, wanneer iets erg uit de hand is gelopen, zoals bijvoorbeeld de zeer chique heer die zich ten einde raad wel moest melden met een biljardbal diep in zijn rectum, daarbij opmerkend dat het “echt de speling van het lot was, omdat hij alleen maar even naakt op een pooltafel had geleund”.

Het is en blijft een boeiend gegeven: zo'n concentratie van verschillende mensen.

C.M.E. Veldt, Amsterdam

Scanner

Tegenwoordig zijn ziekenhuizen menselijk; de artsen zijn van hun voetstuk af en de patiënten zijn mondig geworden. Ouderwetse lange schaarsverlichte en wit betegelde gangen maken plaats voor knusse cadeau-shops en overdekte patio's met binnentuinen. Hier zitten kale patiënten met infuuspalen de moderne gezondheidscarrousel gade te slaan en tegen elkaar op te bieden met vreselijke therapieën. Ernaast zitten bezorgd kijkende familieleden gehuld in trainingspak. Het decor is gewijzigd, de spelers zijn dezelfde gebleven.

De ingewikkelde bewegwijzering (bedacht door een sado-architect) leidt er toe dat iedereen met een witte jas aangeklampt wordt door schuifelende, stijf gearmde bejaarden, de ziekenfondskaart in de hand geklemd. “Ik moet naar de ego-scanner dokter...” Technisch jargon, tijdsdruk en een overvloed aan populaire medische tv-programma's maken de dialoog er niet makkelijker op. Door de verheerlijking van de medische techniek denken de patiënten dat elke vraag op te lossen is. Elke arts kent dan ook een rijtje onontkoombare, onbeantwoordbare vragen:

- Hoe komt dat dan dokter? (antwoord: Door een t14 translocatie met verhoogde BCL2 expressie is een monoclonale prolifereren van B-cellen ontstaan. Patiënt met begrijpende blik: ooohh, dus toch wel...)

- Waar komt die ziekte dan vandaan, dokter? (arts: Hoogezand-Sappemeer mevrouw)

- Kan het iets te maken hebben met zwemmen in chloor/ conserveringsmiddelen/ ozonlaag/ stretch (=stress)?

- Wat vindt u nou van acupunctuur/ iriscopie/ homeopathie/ holistisch pulsen etcetera... (arts: mevrouw, als mijn auto 1 op 1 miljoen loopt, geloof ik in homeopathie en als ik in de koplamp kijk en ik zie dat de carburateur verkeerd is afgesteld, geloof ik in iriscopie)

- Mag ik een taxibriefje?

M.H. Vermeer, G.J. Lycklama à Nijeholt, Leiden

Echte dokter

Als chirurgisch assistente moest ik de wonden hechten in de hand van een man die te dicht bij zijn cirkelzaag was gekomen. Toen ik begon vroeg de patiënt verschrikt: “Gaat u dat doen?” Na mijn bevestiging zei hij: “Maar mijn huisarts is een man en die kon het niet.”

Later solliciteerde ik als gynaecoloog in een perifeer ziekenhuis. Men wilde een vrouw, liever niet ongehuwd, maar kinderen was een bezwaar gezien de vele en onregelmatige werkuren. Dat ik, na 12 jaar huwelijk, de sollicitatiecommissie vertelde bewust kinderloos te zijn, was toch een schok: “Hoe kan dat nu als je de hele dag met verloskunde bezig bent?” Ook maakte men zich zorgen over mijn vrouwelijke eigenschappen, omdat ik al zo lang in deze mannen-maatschappij had gewerkt.

Toen ik, toch aangenomen, drie opeenvolgende dagen visite kwam lopen op de afdeling, vroeg een verpleegkundige: “Komt er ook nog eens een echte dokter visite lopen?”

De volgende dag zou ik een uitgebreide en lastige operatie gaan doen. De hoofdzuster vroeg: “Je vraagt er toch wel een mannelijke collega bij hè?”

Als secretaris van het bestuur van onze wetenschappelijke vereniging woonde ik een vergadering bij van voorzitters en secretarissen van andere verenigingen. De meesten stelden zich niet voor, één echter wel en zei: “Dan bent u zeker de secretaresse?”

Als voorzitter van de medische staf ontving ik samen met de vice-voorzitter, een 10 jaar oudere man, een organisatiedeskundige voor de benoeming van een nieuw lid van de Raad van Bestuur. Na binnenkomst en het gebruikelijke handen schudden begon de “headhunter” het gesprek en wendde zich tot de vice-voorzitter met de woorden: “Dan bent u zeker de voorzitter hier?” Waarop deze zei: “Nee, dat is mevrouw.”

Dr. C. Vermeulen-Meiners

gynaecoloog

Achterveld

Nachtrapport

Datum: eind '83. Plaats: Amsterdam. Ziekenhuis: Luthers Diaconessen. (Niet op de intensive care) Werkzaam als verpleegkundige. Tijdstip: 23.15 - 7.30 uur. Betreffende nacht: 1 mannelijke patiënt ± 60 jr, wiens galblaas de volgende ochtend zou worden weggenomen.

Vroeg in de nacht: daling van de bloeddruk. Arts-assistent gebeld, gekomen, gekeken. Zij belt chirurg: telefonisch advies: meer infuus vloeistoffen. Verpleging: bloeddruk contrôle iedere 15 minuten. Extra infuus flessen, patiënt urineert nauwelijks. Bloeddruk wordt niet hoger.

Arts-assistent gebeld, gekomen, gekeken. Zij belt chirurg: telefonisch advies, meer infuus vloeistoffen.

Patiënt is er slecht aan toe, nauwelijks aanspreekbaar. Bloeddruk blijft erg laag, urineproduktie ± 4 ml/uur.

7 uur: patiënt klaar maken voor de OK.

7.30 chirurg komt op de afdeling, patiënt is op OK overleden: “Hij liep leeg”. Chirurg tegen familie: “We hebben alles gedaan wat we konden, er was niets meer aan te doen.”

Nee, inderdaad.

S.Th.M. Wijninga

Wautgem

Maggikeven?

Barbie in de tandartspraktijk:

Daaaaaaaaaagg, u mag even in de wachtkamer plaatsnemen.

Mevrouw, u mag bovenkomen.

U mag daar gaan zitten.

U mag even uw mond wijd opendoen.

U mag uw linkerarm optillen voor de speekselzuiger.

U mag even naar links en rechts schuiven met de kaken.

U mag weer naar huis.

Maar eerst mag u even een afspraakje maken.

Ik heb eventueel. Donderdag om 11.00 uur...

Mooi.

Wat was uw naam ook weer?

(Deze tandarts mag mij nooit weer ontvangen).

De patiënt:

1. Me kies is weer stuk (ze hebben er 28)

2. Me vulling zit weer los (welke van de 35?)

3. Dan zeg u alle anderen maar af, ik hep al 2 weken pijn.

4. Wil U me tanden even poetsen?

5. Tandarts tegen kind: kijk hier en hier en hier zit nog tandplak dat is een smurrie van suiker, snoep en beestjes, dat kleverige laagje vreet gaatjes in je tanden. Moeder: Jaappie, je mot beter poetsen hoor. (Jaappie is 4.) Na afloop van deze preventieve behandeling krijgt Jaappie als dank voor moedig gedrag van moeder onder het oog van de tandarts, jawel, een reuze candybar.

6. Tandarts tegen moeder: Kijk dat sabbelen aan zuigflesjes vol met Roosvicee dat is schadelijk voor de tanden. Dat spul bevat 70 procent suiker. Moeder: O, nee dat doen we beslist niet, we gebruiken carvam, daar zitten vitamientjes in, (plus 70 procent suiker).Suikerzoet onbegrip.

W.J. Admiraal, tandarts

Hilversum

Zaterdags Peil, postbus 8987, 3009 TH R'dam. Voor computergebruikers via Internet op zpeil@nrc.nl