Kiezen voor kettingmigratie; Allochtone meisjes willen een man uit het vaderland

Tachtig procent van alle Turkse en Marokkaanse meisjes in Nederland trouwt met een man uit het land van hun ouders. Tot het midden van de jaren tachtig waren de meeste immigranten uit die landen nog de vrouwen en kinderen van gastarbeiders die zich al in Nederland hadden gevestigd. Nu komen er veel meer bruidegoms dan bruiden over: vooral jonge mannen willen hun positie door migratie naar Nederland verbeteren. Toch mislukken veel van deze, vaak inderhaast gesloten huwelijken: 'Ze zijn te jong. Het huwelijk is een spel voor ze.'

“Ik wil in elk geval nog drie kinderen.” Latifa (29), een stralende Marokkaanse moeder van vier dochters en een zoon, giechelt er zelf om. Haar vriendinnen vinden haar maar ouderwets. Zelf vindt ze dat ook: “Mijn dochters willen later vast meer vrijheid. Zij krijgen misschien maar twee kinderen. Maar ik vind het heerlijk.” Latifa hoort tot de 'tussengeneratie'. Ze is in Marokko geboren, maar op haar twaalfde naar Nederland gekomen. Anders dan de meeste Marokkaanse moeders heeft ze enkele jaren lagere school gedaan. Een diploma heeft ze niet, maar haar Nederlands is uitstekend.

Latifa hoort ze bij het kleine groepje Marokkaanse vrouwen dat werkt: drie dagen per week, als leidster in een Utrechtse crèche. Haar man zorgt op die dagen voor de kinderen: “Hij kookt voor ons allemaal en hij draait elke dag een was.” Naar eigen zeggen heeft Latifa een modern huwelijk: ze koos haar eigen partner. Terwijl ze een driftige peuter op schoot trekt, vertelt ze over hun eerste ontmoeting: “Rachid had een motor. We waren met vakantie in Marokko en mijn vader liet ons huis verbouwen. Hij kwam de tegels afleveren. Hij was heel knap. We zagen elkaar maar even, vijf minuten misschien, we zeiden alleen goeiedag. Maar ik was meteen verliefd en hij ook op mij. Ik kon er met niemand over praten, behalve met mijn kleine zusje. Zij maakte grapjes: denk je dat je daar van papa mee mag trouwen? Maar een week later kwam Rachid mijn hand vragen. We zijn nu elf jaar getrouwd.”

Tachtig procent van alle Turkse en Marokkaanse meisjes in Nederland trouwt met een man uit het land van hun ouders. Dat is een van de opmerkelijkste gegevens uit het derde deel van de Sociale atlas van de vrouw, dat vorige week is uitgegeven door het Sociaal en Cultureel Planbureau. De atlas, waarmee in de jaren zeventig een begin werd gemaakt, inventariseert de stand van de vrouwenemancipatie. In dit nieuwste deel zijn systematisch gegevens bijeengebracht over het onderwijsniveau, deelname aan de arbeidsmarkt en gezinsvormingspatronen van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse vrouwen.

In Nederland wonen 250.000 Turken en 200.000 Marokkanen. Een derde van beide groepen is hier geboren. Tot het midden van de jaren tachtig waren de meeste immigranten uit die landen nog de vrouwen en kinderen van gastarbeiders die zich al in de jaren zestig en zeventig in Nederland hadden gevestigd. Sinds enkele jaren bestaat het grootste deel van de immigranten echter uit huwelijkspartners voor de kinderen. Exacte gegevens heeft het SCP niet, maar volgens de meest recente schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek trouwden in 1991 zo'n 4000 Turkse en Marokkaanse meisjes en 1500 jongens met huwelijkspartners van daar. Er komen dus veel meer bruidegoms dan bruiden over: het zijn vooral jonge mannen die hun positie door migratie willen verbeteren.

“De groep huwelijksmigranten is nog klein”, zegt Erna Hooghiemstra, onderzoekster van het SCP en auteur van de atlas, “maar niets wijst erop dat de trend in de komende jaren drastisch zal afnemen. Als het nog tien jaar zo doorgaat praat je misschien over zo'n 100.000 nieuwe immigranten.” Die toestroom kan de integratie vertragen, stelt zij: de nieuwe migranten zorgen voor een versterking van de banden met het land van herkomst. Dat leidt wellicht tot nieuwe kettingmigratie.

Sinds de aanscherping van de Vreemdelingenwet in 1994 is huwelijksmigratie wel minder makkelijk geworden. Alleen allochtonen met een baan en eigen huisvesting mogen hun echtgenoten nog laten overkomen. Voor zover nu bekend heeft dat tot een lichte daling van de immigratie geleid. Die daling kan echter ook een gevolg zijn van tijdelijk uitstel van huwelijken die toch al gepland waren, aldus Hooghiemstra. “De nieuwe regels eisen financiële onafhankelijkheid. In het beste geval leidt dat ertoe dat meisjes met trouwplannen vaker gaan werken: op het moment werkt nog maar achttien procent van de Turkse en negen procent van de Marokkaanse vrouwen. Maar je moet natuurlijk ook niet hebben dat ze allemaal voortijdig met school stoppen om een baantje te zoeken.”

Schuld

Hooghiemstra is benieuwd naar het succes van deze huwelijken. “Je zou verwachten dat de meisjes een voorsprong hebben op hun mannen. De meisjes werken en kennen Nederland al goed, terwijl de mannen een taalachterstand hebben en terecht komen op een arbeidsmarkt met veel werklozen.” Wel zijn de nieuwe immigranten hoger opgeleid dan de eerste generatie. “Het opleidingsniveau in Turkije en Marokko zelf stijgt, bovendien lijken de meisjes daar ook op te selecteren.” Dat kunnen ze doen, want in de landen van herkomst zijn de meisjes gewild: een huwelijk met een in Nederland wonende partner is nog vrijwel de enige manier om Nederland legaal binnen te komen.

Ook Leyla (25) is crècheleidster - een populair beroep onder allochtone meisjes - in Utrecht. Zij is getrouwd met Mehmet, die boekhouden studeerde aan de universiteit van Izmir. Hij werkt nu bij een grafisch bedrijf. Net als Latifa ontmoette Leyla haar man op vakantie, in Turkije. Haar verliefdheid doorkruiste de plannen van haar vader. Die zag liever dat ze trouwde met een neef. Huwelijken binnen de eigen familie of het eigen dorp genieten traditioneel de voorkeur in Turkije en Marokko. “Mijn ouders drongen erg aan dat ik toe zou stemmen. Soms was ik weleens wanhopig. Ik was pas zestien. Ik was wel verliefd op Mehmet, maar ik dacht nog helemaal niet aan trouwen, ik wilde verder leren.” Voordat er een beslissing viel verongelukte Leyla's neef in een dronken bui. “Mijn vaders familie gaf mij de schuld. Ze hebben me het nu nog niet vergeven.”

Pas enkele jaren later durfde Leyla zich met Mehmet te verloven. Ze trouwde toen ze 23 was. In al die jaren was er niet één Turkse jongen uit Nederland geweest waar haar oog op viel. “Ik was meestal thuis. Ik moest veel meehelpen, ik was de oudste.” Achteraf vindt ze zelf dat ze geluk gehad heeft: “Wij hadden alle tijd om elkaar te leren kennen, omdat niet iedereen er met zijn neus bovenop zat. Als je in Nederland verliefd wordt en je gaat een paar keer uit dan moet je trouwen, anders komt er geroddel van. Als islamitisch meisje moet je immers als maagd het huwelijk in.” Volgens Leyla mislukken veel inderhaast gesloten huwelijken tussen Turkse jongens en meisjes die hier zijn opgegroeid: “Ze zijn te jong. Het huwelijk is een spel voor ze. De helft van mijn kennissen die hier getrouwd is, is alweer gescheiden.”

Bovendien zien zij en haar vriendinnen de Turkse en Marokkaanse jongens van hier als een verloren generatie: “Ik ben bang dat de criminaliteit alleen maar erger wordt. De jongens zijn losgeslagen. Ze volgen de Turkse waarden en normen niet meer: ze hebben geen respect meer voor hun ouders. Gisteren liep ik door Hoog Catharijne waar een Marokkaanse jongen zich tussen zijn tenen zat te spuiten. Ik herkende hem opeens. Ik had met hem op de lagere school gezeten.” Ze schudt haar hoofd: “De eerste generatie heeft zo hard gewerkt. Waar hebben die ouders het aan verdiend?”

Jong

De leeftijd waarop Turkse en Marokkaanse meisjes trouwen, is laag. Van de Turkse meisjes trouwt een derde voor haar twintigste. De Marokkaanse meisjes doen het wat rustiger aan, maar van beide groepen is driekwart voor het vijfentwintigste levensjaar getrouwd. Het eerste kind volgt snel. Toch trouwen de dochters al enkele jaren later dan hun moeders deden. En hoewel een op de drie Marokkaanse gezinnen zes of meer kinderen telt, willen de vrouwen die nu een gezin stichten er niet meer dan twee of drie.

Jong trouwen en kinderen krijgen past slecht bij het Nederlandse opleidingspatroon. Cigden (22), een eigentijds ogende student MTS Mode en Kleding in Utrecht, kan ervan meepraten. Ze zit middenin haar eindexamens, maar ze is jaren ouder dan haar klasgenoten. “Ik maakte al poppenkleertjes toen ik zeven jaar was. Mijn grote droom is een eigen kledingbedrijf te hebben.” Na de basisschool ging ze daarom naar de LTS-modeopleiding. Maar op haar vijftiende vroeg een Turkse kennis haar hand: “Zomaar pats-boem, en ik zei ja. Ik vond het wel spannend en volwassen, een eigen huis. Omdat hij in Amsterdam woonde hield ik op met school, en toen ik zestien was kreeg ik mijn dochter.” Het huwelijk werd een ramp. De schoonfamilie hield Cigden nauwlettend in de gaten wanneer haar man naar zijn werk in een illegaal naaiatelier was vertrokken. Ze mocht de deur niet uit, maar daar trok ze zich niks van aan. “Na acht maanden gingen ze naar Duitsland om een nieuwe vrouw voor hem te zoeken. We waren alleen voor de moskee getrouwd.” Zij trok weer in bij haar ouders.

Cigden was van plan om weer naar school te gaan, maar op een bruiloft in Turkije ontmoette ze haar tweede man. “Een voetballer. Ik logeerde drie dagen bij zijn familie en het viel me op hoe aardig hij was, hij hielp zijn zusters bijvoorbeeld mee met tafel afruimen. Dat doen mijn broers nou nooit. Verder kende ik hem nauwelijks.” Een paar weken later belde hij uit Turkije om haar ten huwelijk te vragen. “Eerst zei ik nee. Maar mijn moeder drong aan: doe het nou wel, je dochter heeft een vader nodig.” Tijdens het gesprek komt haar man thuis van zijn ploegendienst bij een frisdrankfabriek. Cigden en hij negeren elkaar. Zij vervolgt haar verhaal. “Het maakt niet uit. Hij spreekt toch geen Nederlands”, zegt ze bitter. “Het was een grote vergissing, we ergerden ons aan elkaar vanaf de eerste dag.” Alleen om haar familie niet te beschamen heeft ze hem nog niet uit huis gezet. Na de komst van haar tweede kind besloot ze haar opleiding voor te laten gaan: het oudste kind woont nu bij oma, het jongste is overdag op een crèche.

Onderbroken schoolcarrières komen niet alleen door vroege huwelijken, maar ook door een gebrek aan steun van de ouders. Van de twintigers onder de Turkse en Marokkaanse meisjes heeft maar liefst driekwart geen enkel diploma. Hooghiemstra: “De ouders waren zelf vaak analfabeet en kenden de weg niet in het Nederlandse onderwijssysteem. Bovendien hadden ze het zelf al moeilijk genoeg. Ze hadden vaak jarenlang gescheiden van elkaar doorgebracht, wat natuurlijk nogal wat spanningen opleverde. Inmiddels zie je dat de oudere zusjes vaak de rol van de ouders overnemen, zij helpen de jongere kinderen bij hun schoolkeuze.”

Het opleidingsniveau stijgt snel: tachtig procent van de Marokkaanse meisjes die vorig jaar op zestienjarige leeftijd het voortgezet onderwijs verlieten, had al wel een diploma. Ook gaan Turkse en Marokkaanse leerlingen steeds vaker naar de mavo in plaats van naar het lager beroepsonderwijs. Nog slechts twee procent van de meisjes bereikt het HBO of de universiteit. Bovendien lijken de schoolverlaatsters een eigen alternatief te hebben ontwikkeld: zodra de kans zich voordoet pakken veel jonge vrouwen de draad weer op, of er nu kinderen zijn of niet. Hooghiemstra: “Dan kiezen ze heel gericht voor opleidingen die een grote kans geven op werk.”

Analfabeet

Ook Leyla verliet de mavo voortijdig, en volgde een tweede-kansopleiding tot crècheleidster. Ondertussen leert ze verder. Ze heeft bijna haar middenstandsdiploma en denkt over een eigen zaak. Hier of in Turkije, want dat ze ooit met Mehmet terugkeert sluit ze niet uit. “Hij heeft heimwee en hij mist zijn familie. Dat geeft mij ook innerlijke onrust. Ik leef zo met hem mee.”

Leyla is vastbesloten om haar huwelijk te laten slagen. “Mehmet en ik komen elkaar zoveel mogelijk tegemoet. Omdat ik het wou is hij meer gaan helpen in het huishouden. En omdat hij er niet tegen kon als andere mannen mij een vuurtje gaven, ben ik maar helemaal met roken opgehouden. Dat was nog gezonder ook.” Ze weet hoe Mehmet zich voelt. “Omdat ik zelf weet hoe moeilijk het is om tussen twee culturen in te leven. Als kind vond ik het verschrikkelijk: op school wilde ik Nederlands zijn, met een spijkerbroek en een t-shirt, maar thuis moest ik mijn uitzet borduren. Ik wil niet dat mijn kinderen net zo tussen de wal en het schip raken als ik.”

Tot haar verdriet is ze na twee jaar huwelijk echter nog steeds niet zwanger. Het geeft haar wel denktijd, want de beslissing om terug naar Turkije te gaan wil ze nemen voor er kinderen zijn. “Maar als we blijven, zullen we ze ook zo Nederlands mogelijk opvoeden. Dan gaan we Nederlands praten. Ze moeten gewoon om zeven uur naar bed, en als ze iets lekker vinden eten ze maar niks. We zullen de kleintjes ook minder verwennen dan bij ons gebruikelijk is.” Ze vraagt zich wel vaak af hoe ze haar kinderen dan nog 'de Turkse waarden en normen' bij kan brengen. “We zijn gelovige islamieten. Ik ben er trots op Turks te zijn. Mehmet vindt het niet erg als onze kleinkinderen geen greintje Turks gevoel meer zouden hebben, maar ik wel. Ik wil in Turkije begraven worden.” Zal zij later nog invloed hebben op de partnerkeuze van haar kinderen? “We laten ze helemaal vrij. Maar als ze met een Nederlander aankomen moeten ze eerst nog maar eens een tijdje gaan samenwonen.”

Om redenen van privacy zijn de namen van de Turkse en de Marokkaanse geïnterviewden pseudoniemen.