Intuïtief onbehagen

Zouden ze de kranten bewaren, voor als het jongetje groot is? “Kijk Koen, toen waren Teun en jij nog klein, maar toch al beroemd. Jullie foto stond in de krant, samen met pappa en mamma.” Dat soort dingen zijn toch altijd leuk voor later.

Wel jammer dat hij tegen die tijd zal kunnen lezen en dus ook de jammerklachten rond zijn geboorte zal kunnen begrijpen. Hoe zijn ouders vertellen “maanden van verdriet en verbijstering” te hebben doorstaan. Niet omdat hij ziek was of gehandicapt leek te zijn, maar omdat hij een bruin kindje van een andere vader was.

Behalve dat hij - zo over een jaar of twaalf - in die oude kranten over zijn eigen ontstaansgeschiedenis zal kunnen lezen, zal hij er tegelijkertijd de berichten vinden over de pogingen om in het sperma van toekomstige vaders een scheiding te maken tussen wat een meisje dan wel een jongetje zal kunnen verwekken. Het is letterlijk onvoorstelbaar hoe men tegen die tijd zal terugkijken op en oordelen over de discussies van nu. Met vertedering over de onnodige bezorgdheid of met verbijstering over de argeloosheid?

Op de voorpagina van deze krant (20 juni) kwamen twee hoogleraren aan het woord, de ethica Heleen Dupuis en de geneticus Hans Galjaard. De uitspraak van de eerste, dat je tegen geslachtsselectie eigenlijk geen morele bezwaren kunt bedenken, maar dat het meer gaat om een “intuïtief onbehagen” getuigt volgens mij van psychologisch inzicht. Zo zitten mensen in elkaar, niet alles laat zich keurig beredeneren, vaak hebben vage gevoelens de overhand. De vraag is natuurlijk of beleid en regelgeving daardoor moeten worden geleid of dat dan de redelijkheid toch de doorslag moet geven. Maar Heleen Dupuis heeft met die paar woorden wel heel precies het dilemma weergegeven.

De woorden van Galjaard hebben daarentegen een laag psychologisch gehalte: “De mensen moeten ophouden met hun gezeur dat ze zo zielig zijn omdat ze twee dochters hebben. De wens naar jongens leeft in Nederland niet.” Afgezien van het feit dat in Nederland de meeste mensen het liefst èn meisje(s) èn jongen(s) zouden willen krijgen, gaat het niet om gezeur, maar om 'graag willen als het kan'. En dat is nogal een verschil.

Menselijke wensen zijn geen statisch gegeven, maar veranderen met de mogelijkheden die er zijn. Mensen van tegenwoordig voelen met name in de zomer de behoefte in zich opkomen met vakantie te gaan 'om er eens even helemaal uit te zijn'. Dat is een nieuwe behoefte, die honderd jaar geleden bij het merendeel van de mensen in de verste verte niet bestond, niet k=n bestaan omdat vakantie geen begrip was. Of, om meer in stijl te blijven: Toen mijn moeder op haar zevenendertigste van mij in verwachting was, is geen moment de wens in haar opgekomen om wegens het risico op genetische afwijkingen een vruchtwateronderzoek te laten doen, om de eenvoudige reden dat die mogelijkheid toen niet bestond. Bij zwangere vrouwen van nu leeft die wens wel en bij hoogleraar Galjaard of zijn collega's kunnen zij voor zo'n onderzoek terecht.

Nu zal de tegenwerping kunnen zijn dat het hier een medische reden betreft - en bijna iedereen vindt dat afdoende - doch bij seksevoorkeur niet. Maar hoe hoog ik de medische stand ook acht en hoe vaak zij ook een instrument is geweest om mij in leven te houden, ik bespeur hier toch hoogmoed. Medische redenen hebben niet de alleenheerschappij. In een mensenleven kunnen emotionele - psychische - redenen soms ten minste even belangrijk zijn of zelfs zwaarder wegen.

Galjaard zal het hierin niet met mij eens zijn. Het is bekend dat hij geen hoge dunk heeft van sociale wetenschappen in het algemeen en van psychologie in het bijzonder. Uitspraken vanuit die vakgebieden zijn voor hem, komend uit de medische wereld van zekerheden, te vaag, te voorzichtig, te soms-enerzijdswel-soms-anderzijds-niet. Maar psychologie gaat nu eenmaal over de menselijke geest en het bijbehorende gedrag, en die zijn slechts te vangen in nuances.

De eerlijkheid gebiedt mij echter te zeggen dat onder de vlag van zogenaamde psychologie ook vaak onzin wordt beweerd, waarbij je alleen maar kunt hopen dat het iemand als hoogleraar Galjaard niet onder ogen komt. Neem nu de verschrikkelijke tekst van de therapeute die de ouders van Koen en Teun bijstaat in de verwerking van hun zogenaamde afgelegde lijdensweg: “Ontdekken dat je niet de vader bent van je eigen kind is een verschrikkelijk ingrijpende ervaring. Evenzeer dat je man niet de vader is van je kind. Verdriet, woede, buitengesloten voelen, eventueel jaloezie en wanhoop kunnen hierbij optreden”. (Het Parool, 17 juni.) Hoe weet deze psycholoog dat? Te meer een terechte vraag daar zij zelf even later nog zegt: “Niemand op de hele wereld heeft dit ooit meegemaakt”.

Wat veel mensen wel hebben meegemaakt is dat een kind is verwekt in ontrouw en daarover heeft deze therapeute kennelijk weleens iets gelezen, zonder dat de essentie van die gevoelens tot haar is doorgedrongen, want dat is allemachtig toch wel iets anders dan hetgeen bij deze IVF is gebeurd! In plaats van de ouders te steunen in relativering, misschien zelfs in enig laconiek reageren wat betreft hetgeen hen is overkomen, wordt hen allerlei ellende aangepraat. Er vallen godgeklaagde woorden als 'het kind dat er niet had moeten zijn'. Dat zijn de momenten waarop ik me schaam voor wat in naam van mijn vakgebied wordt beweerd.

En nu maar hopen dat Koen het later niet te lezen krijgt.