Hollands Dagboek: Cees Jansen

Gynaecoloog Cees Jansen (1948, ongetrouwd) is oprichter en hoofd van het Infertiliteits en In Vitro Fertilisatie Laboratorium in het Diaconessenhuis Voorburg. Na zijn studie in Leiden deed hij onderzoek aan de universiteit van Cambridge (UK) en aan de Universiteit van California te Los Angeles; hij promoveerde cum laude in 1982. Jansen is voorzitter van de werkgroep IVF van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie en lid van de Gezondheidsraadcommissie.

Donderdag 22 juni

Met de komst van de moderne voortplantingstechnologie is ons een van de laatste zekerheden in dit leven ontvallen. Mater semper certa est, de moeder is altijd zeker. Vandaag het eerste verzoek tot moederschapsonderzoek bij een IVF-patiënte gehad. Het kind lijkt als twee druppels water op de vader, maar vertoont geen enkele gelijkenis met de moeder. Zij wil persé een DNA-onderzoek, en wil hier zelf voor betalen. Haar zus heeft op de ouderwetse manier een kind gekregen, dat ook alleen maar op de vader lijkt, maar die weet natuurlijk wèl zeker dat het van haar is. We bespreken het in het IVF-team en besluiten eraan mee te werken. Als je het tegenhoudt zal zij misschien levenslang een knagende angst hebben dat de eicellen toch niet van haar waren. Benjamin Franklin heeft ooit gezegd dat de enige zekerheden in dit leven de dood en belastingen zijn. Binnenkort zullen we ook wel een methode vinden om de dood af te schaffen. Eén zekerheid zal gelukkig altijd overblijven: het is geen mensenhand gegeven belastingen af te schaffen.

Het personeel van het IVF-team biedt een diner aan in Villa Rozenrust. Het is vreselijk gezellig, tussen alle tafels vol zakenlieden die wèl belastingaftrekbaar eten. Ik denk: ik heb het toch maar goed getroffen. Welk personeel biedt hun baas een gezellig etentje in een sterrenrestaurant aan? Het team staat bekend als een stel opgewekte lieden. Maar schijn bedriegt: er is een discrepantie tussen hun frivole optreden en de ernst waarmee zij hun werk nemen.

Vrijdag

Het streven om klantvriendelijk op te treden lijkt niet meer uitsluitend het voorrecht van commerciële bedrijven. Bij McDonalds leren ze als de klant vraagt 'How are you today?' geëxalteerd te antwoorden 'Outstànding!' en niet gewoontjes 'fine' of 'ok'. Zelfs bij academische ziekenhuizen lijkt nu de strijd ontbrand om de cliënt. Vandaag geprobeerd om iemand in het Academisch Ziekenhuis Rotterdam te bellen. Om de gebruikelijke lange wachttijden bij de centrale te omzeilen meteen het rechtstreekse nummer gebeld. Na vier of vijf keer overgaan neemt de telefoniste op met de mededeling: “Het toestel dat u belt antwoordt niet”. Ik maak mij op iets te zeggen, maar op het moment dat ik begin wordt ik door de telefoniste onderbroken met “goeoeoedemiddààààg, de persoon die U zoekt neemt niet op” met een zeer langgerekte eerste en laatste lettergreep. Ik ben uit het veld geslagen: heb ik iets verkeerd gezegd? Ik vraag het haar. “Nee hoor”, zegt zij, “sinds gisteren staat hier een bord met grote rode letters dat zegt dat wij verplicht zijn iedere keer dat wij opnemen te beginnen met goedemorgen of goedemiddag.” Met een omfloerste en plots lieflijke stem die niet zou misstaan op een 06-sexlijn zegt zij: “Goedemorgen, dit is de centrale van het Dijkzigt ziekenhuis, kan ik u ergens mee helpen?” Ik schiet in de lach.

Een snelle en prettige reactie werkt wel; het is het visitekaartje van een bedrijf. Het dringt tot mij door dat ook in het Dijkzigt dit besef begint te komen. Als de telefonistes er zèlf ook nog even aan wennen is de zaak rond.

Zaterdag

Als ik had geweten wat voor deining mijn commentaar op de spermascheidingstechniek van Ericsson, de arts van de nieuwe 'gender'-kliniek, zou geven, dan had ik wijselijk mijn mond gehouden. De arts schijnt naar aanleiding van het debat in NOVA ontslagen te zijn. De media spelen bijna voltallig op de persoon, en laten de bal liggen. Op zichzelf is het ontslag niet dom: ontsla de boodschapper, dan blijft de boodschap. Neem dan over vier weken een nieuwe - nu vlot babbelende - arts aan en begin alsnog. De media zijn sprinters; op dat moment is de storm over de kliniek geluwd. De opening heeft dan geen nieuwswaarde meer.

Volkskrant-journalist Gerbrand Feenstra had gemeld dat ik een artikel over de techniek had genegeerd. Ik dacht: wat zal ik doen, reageren of niet. Toch maar gereageerd. Gezwoegd om de deadline van de Volkskrant te halen. Nog even dit, nog even dat veranderen; je denkt in vijf minuten is het klaar, maar uiteindelijk ben ik drie kwartier te laat bij het IVF-team. Iedereen kwaad - wie gaat het de baas zeggen? Nou dan allemaal maar tegelijk. Blijkt nu dat het artikel voor de helft is ingekort, en bijna alle sjeu die het lezenswaardig maakt is eruit gehaald. Het is een bijna gortdroog betoog geworden met mijn naam eronder. Ach, misschien is dat wel beter ook; journalisten zijn per slot van rekening beroeps, en dit van mij is 'doe-het-zelf' werk naast mijn eigen beroep.

Zondag

Kathy van Schiphol gehaald. Ik haat grote luchthavens, ik associeer die altijd met afscheid. Statistisch genomen komt afscheid natuurlijk net zo vaak voor als begroeting, maar het afscheid lijkt zoveel langer. Schiphol is ook altijd zo massaal. Bij de Makro kun je in ieder geval zelf in een vlaag van masochisme besluiten je in de massa te storten, maar bij Schiphol wordt het voor je beslist. Nee, geef mij dan maar Zestienhoven. Ik: “Goedemiddag, mevrouw”. Zij: “Goedemiddag, meneer Jansen” Ik zeg: “Hoe weet u wie ik ben?” “Ach” zegt zij, “U bent de enige Nederlandse passagier naar Manchester, dus U moet wel meneer Jansen zijn”.

Maandag

CV-installateur Peter belt op. Hij heeft een vervelende mededeling: het zit allemaal een beetje tegen; er blijkt een lek in het verwarmingssysteem te zitten. Even, heel kort, voel ik mij uiterst belangrijk: mijn mini-verbouwingsproject komt nu op gelijke voet te staan met alle grote projecten waar het “een beetje tegen zit” zoals de Stopera, het Sydney Opera House en de luchthaven van Denver. Daarna realiseer ik mij echter dat dit het kenmerk moet zijn van ieder zichzelf respecterend bedrijf: het is de klantvriendelijke manier om duidelijk te maken dat de offerte toch fors overschreden gaat worden. Ik zeg tegen hem dat het uiteindelijk om dat lek begonnen is. Nu, een nieuwe HR-ketel, nieuwe boilers, een nieuw systeem, een nieuw dak, later blijkt het lek er nog steeds te zitten, in de tuin naar de garage.

Hoe zou dat bij ons zijn? Ik ken operateurs waarbij ook iedere operatie 'een beetje' tegen zit, en de moeilijkste operatie van het hele continent is.

Henny van het bedrijf zegt tegen mij: “Meneer, ik kan van de straat af precies zien waar het geld zit”. Vragend kijk ik hem aan. Hij vervolgt: “Ik zie dat aan de dakgoten. Die van U zijn slecht”. Ik realiseer mij dat mijn zorgvuldig verborgen armoede op straat ligt. “Wat u moet nemen zijn koperen goten en gele geglazuurde dakpannen.” Bijna laat ik mij verleiden, maar dan realiseer ik mij dat daar ook wel weer 'wat tegen' zal zitten, en ik besluit nog maar even te wachten.

Vandaag uitgebreid vergaderd in de commissie van de Gezondheidsraad. Vergaderen is ook een vak waarvoor je geleerd moet hebben. In onze medische studie komt het vak niet voor. Je mag je eigen hobby's niet laten prevaleren. Eigenlijk zou je een aparte studie moeten hebben waar je doctorandus in vergaderen kunt worden. Wij moeten het er allemaal maar 'bij' doen, waardoor je altijd te weinig tijd hebt je goed voor te bereiden.

Dinsdag

Plotseling realiseer ik mij dat deze week Hollands dagboek volstrekt niet representatief is voor mijn normale leven. Afgelopen zaterdag begon mijn vakantie, dus geen nachtdienst waar je soms drie keer per nacht op de verloskamer of operatiekamer staat en dan de volgende ochtend weer 'opgewekt' op de poli. Echt vakantie is het niet: gisteren Gezondheidsraad en morgen naar het jaarlijkse congres van de European Society of Human Reproduction and Embryology. Ik moet wel uit hoofde van mijn functie. Vanavond is er een vergadering met de gynaecologen uit Delft over de komende fusie; ik besluit dat die maar even zonder mij moet.

Harry, een van mijn maten, speelt zo op mijn gemoed dat ik mij schuldig voel dat ik niet ga. Maar uiteindelijk denk ik: ieder ander zou met vakantie ver weg zitten en echt niets doen. En die afwezigheid vindt iedereen dan heel normaal.

Woensdag 28 juni

Op weg naar het jaarlijkse wetenschappelijk congres van de ESHRE, de Europese vereniging op het gebied van de voortplanting. Eerst nog van alles georganiseerd voor de verbouwing. Alles loopt uit; veel te laat vertrokken. Dan maar de opening en de receptie gemist, die zijn toch altijd hetzelfde. Het is wel interessant te zien dat ook Nobelprijswinnaars dronken kunnen worden en ook maar gewoon mens zijn. Die congressen verlopen overigens altijd volgens een sjabloon, en het vergt soms veel voorbereiding om het kaf van het koren te scheiden. Als je dan met veel moeite een keuze hebt gemaakt uit de te volgen voordrachten blijkt dat het weer misloopt omdat de volgorde veranderd is; een vorige spreker is niet komen opdagen. Je kunt het verloop van zo'n congres meestal exact voorspellen, en soms stap je met een zucht het vliegtuig in om voor de zoveelste keer te reizen naar plaatsen waarvan anderen dromen dat ze er één keer in hun leven naar toe mogen.

De hele dag van hot naar her, 's avonds uit eten met een groep en meestal de volgende ochtend weer ibuprofen nodig.

Uitzondering was het wereldfertiliteitscongres in Caracas, toen ten tijde van het congres een staatsgreep plaatsvond. Straaljagers om vijf uur 's ochtends rakelings over de huizen met de afterburners aan; voortdurend het geluid van exploderende bommen. Regelmatig kwam het glas van nabijgelegen flats omlaag. Eerst was het presidentieel paleis aan de beurt, daarna zou het Hilton - een prestigeproject van de president - waar wij toevallig verbleven, volgen. Misschien betreft de gram van het leger de voortdurende bezuinigingen, gezien (gelukkig voor ons) het overduidelijk gebrek aan ervaring in het gericht bombarderen. De Amerikanen doen dat beter: die gebruiken laser. Het is een merkwaardige ervaring: niemand mocht het hotel uit; dus maar besloten het congres als plenaire sessie verder te laten gaan in de kelder van het hotel. Alle bekenden waren er. Terwijl men buiten de bommen en mitrailleurs hoorde, werd binnen verhit gediscussieerd over de plaats van het enzymblok bij een partiële 3-beta hydroxysteroïd dehydrogenase deficiëntie. Toch was het een van de meest geänimeerde meetings; deze zal ik waarschijnlijk nooit vergeten.