Een goed jaar

Zelfs zij die volmaakt ongeïnteresseerd zijn in tuinieren krijgen een wat dromerige blik in hun ogen als ik ze vertel over mijn Ierse hydrangea-stekjes. Het gaat om drie stekjes, die mijn moeder mij dit voorjaar heeft gegeven; ze komen van een plant in haar tuin, die op haar beurt weer gekweekt werd uit een stekje afkomstig uit Woodside, mijn overgrootvaders huis in Howth, ten Noorden van Dublin. Lang geleden, toen het huis en de tuin verkocht werden om bebouwd te worden, namen alle familieleden stekjes van alles wat stekbaar was. De oorspronkelijke planten zijn sinds lang verdwenen. Ik ben daar nooit geweest maar de naam Woodside roept allerlei verhalen bij mij op over mijn vaders jeugd.

Er is blijkbaar niets speciaals aan deze hydrangea; volgens mijn moeder hadden zij blauwachtig rode bloemen, wat geen uitzonderlijk nauwkeurige identificatie is, maar de binding berust dan ook hoofdzakelijk op sentiment. De gedachte dat deze ancestrale plant van het verre Noordwesten van Ierland tot het verre Holland werd verbreid heeft iets aandoenlijks; zo kunnen families niet alleen door hun genen maar ook door de planten in hun tuinen worden getraceerd. Het herinnert ook aan andere vormen van plantenoverdracht, zoals die grote myrtestruiken waarvan de mensen je vertellen dat ze werden gekweekt uit het bruiloftsbouquet van hun overgrootmoeder.

Het transport van de hydrangeastekjes was niet moeilijk, ze reisden in plastic boterhamzakjes en kwamen er ongeveer zo uit te voorschijn als ze er in waren gegaan. “Plant ze in je stekkenbed”, aldus mijn moeders instructies. Nu is Gardeners' World het dichtst dat ik ooit bij een stekkenbed ben geweest, Geoff Hamilton heeft er daar een, een discrete koude kas op een beschaduwde plek; maar gelukkig hebben wij een logeerkamer. In dit geïmproviseerde stekkenbed werden de stekjes in hormoonpoeder gedoopt en in potten geplaatst, met weer zo'n plastic boterhamzak er over; in zeer korte tijd begonnen ze over de hele stengel luchtwortels te vormen, en waarschijnlijk aan het bepoederde eind ook echte wortels. Er was één lastig moment toen de plastic zakken er af gingen en ze onmiddellijk verwelkten, maar nu gaat het wel weer, zo te zien.

Het is hierbij dat men geconfronteerd wordt met een minder bekend aspect van het aandenkenstekkenprobleem, en dat is: waar in de tuin is er ruimte voor drie identieke blauwrode Woodside hydrangea's? Het antwoord luidt: nergens. Er is geen plaats voor wat dan ook, er zal iets weg moeten. Hoe lossen andere mensen dat op? Vertaald in binnenhuisarchitectuur is het 't equivalent van een nieuwe tafel of kast: dan zou je ook door het huis lopen met die gejaagde zoekende blik, waar? waar?

Alle defaitistische dingen die ik ooit over rozen heb gezegd neem ik terug: dit jaar bloeien al onze rozen als gekken. Zelfs Madame Alfred Carrière en Zéphirine Drouhin, onwetend van het feit dat ze op het punt stonden verbannen te worden uit het aardse paradijs wegens wanprestatie. Verreweg het prachtigst is Paul's Himalayan Musk Rambler, met letterlijk duizenden bloemen. De hele lucht rond de appelboom is roze en geurt verrukkelijk; ik ben trots als was het mijn eigen prestatie.

Het schijnt een geweldig jaar te worden voor alles - doordat de winter zo mild was? Of de vorige zomer zo heet? De moerbei, die er net als Paul's Rambler pas drie jaar is, staat op het punt haar eerste vruchten te krijgen. In een Engelse krant las ik een uitspraak van een gezaghebbende tuinschrijver, er op neer komend dat wat tuiniers willen is planten die snel groeien en zich gauw 'thuis voelen'; onmiddellijke beloning, bedoelde hij, en het is waar dat ik, toen ik met tuinieren begon, wilde dat alles in de week na aankoop zou bloeien en de toegewezen ruimte vullen.

Kijkend naar Paul's Rambler en de moerbei, die geen van beide verondersteld werden zo vlug zo'n geweldig resultaat te hebben, ben ik niet ontevreden over mijzelf. Ik placht me blauw te ergeren aan mensen die stonden te oreren over “the long view” en hoe “ware tuiniers, in tegenstelling tot andere mensen, toegerust waren met de gave des gedulds”; en zie, nu sta ik op het punt bijna hetzelfde te doen.

De hydrangea's zijn niet het enige probleem met aandenkensstekken: ik heb ook een roos, een klimmer met lichtrose bloemen, heel vol en geurig, uit een geheime Ierse tuin. De moeilijkheid is dat alle roosvriendelijke plekken in de tuin al vergeven waren en bewoond door veelbelovende exemplaren. En zelfs al was dat niet zo: je kunt niet zomaar een nieuwe roos planten op de plaats van een oude. Dat komt door de 'roostransplantatieziekte' - dat is de wetenschappelijke naam voor het verschijnsel dat aarde waarin jarenlang een roos heeft gestaan vijandig reageert op een volgende roos, en deze naar het leven zal staan.

Er zijn twee oplossingen: de rozen vervangen door andere planten (dat is wat Christopher Lloyd heeft gedaan in de voorouderlijke rozentuin en waarvoor hij ongenadig op zijn huid heeft gehad), of de grond zelf vervangen. Als je denkt aan de afmetingen van het gat dat je dan moet graven voor een nieuwe roos bedenk je je wel twee keer.

De volkstuin verdrinkt in de aardbeien. Het plukken ervan is misschien het plezierigste werk in de tuin op het moment: ze smaken zo heerlijk, nog warm van de zon, meteen van de plant in je mond. Toch zijn er ook nog een paar die het huis bereiken en daar onderworpen worden aan smaaktesten, aan de hand van alle kookboeken die we in huis hebben. De Irish Times stelt voor aardbeien eens te proberen met peper. Dat heb ik gedaan. Niet de moeite om er peper voor in huis te halen als je zonder zit.

Een goed jaar voor aardbeien, rozen en moerbeien; wat betekent dat? In het laatste nummer van Hortus wordt iemand geciteerd die zegt dat zij in vijftig jaar tuinieren nooit 'normaal weer' heeft meegemaakt.