De scanner-luisteraar hoort het stadspanorama aan zich voorbij trekken; Gluren met de oren

Voor de toegewijde scanner-bezitter is het afluisteren van de politie-radio spannender dan het kijken naar reality-tv. Een auto-achtervolging wordt een hoorspel, en op 5 december geschiedt het hele politieradioverkeer in Amsterdam op rijm. Huiselijk indoezelen in de wetenschap dat ook deze nacht ellende, bloedvergieten en molestatie aan jou voorbij gaan.

Op een brug van de autoweg over het Amsterdam-Rijnkanaal loopt een naakte man, die zich voor auto's dreigt te werpen. Bij de nadering van een opgeroepen patrouillewagen van de politie stort de man zich - tot ontsteltenis van de agenten - pardoes in het kanaal, tien meter naar beneden. Leeft hij nog? Ja hij leeft, en de schijnwerpers die de politie inmiddels heeft aangevoerd, hebben hem in de peiling. Hij zwemt middenin het kanaal en weigert naar de kant te komen. Dus zal er een bootje van de Rijkspolitie te water moeten worden 'opgestart' om hem uit het water op te pikken. Maar heeft diezelfde politie te water er inmiddels al aan gedacht, het scheepvaartverkeer stil te leggen? Kennelijk niet, want voor de ogen van de verbijsterde agenten aan de wal, met hun schijnwerpers, wordt de man door een duwtransport met zand overvaren. De volgende dag nog is de politie met duikers bezig de lichaamsdelen uit het kanaal bijeen te zamelen.

Reality-tv, weer een nieuwe gruwelserie uit het werkelijke leven op een commerciële televisiezender? Niets van dat al. Dit alles is waar gebeurd, en live uitgezonden door de politieradio van Amsterdam. Voor iedereen te ontvangen met een eenvoudige scanner, waarvan de aanschaf een bedrag van driehonderd gulden niet te boven hoeft te gaan. 24 uur per dag, elke dag, al het onraad van de hoofdstad - of andere steden en dorpen - levensecht bij u thuis gebracht, of onderweg in de auto, of draagbaar in de hand.

Scanners bestaan al heel lang. Het zijn handige apparaatjes die gedurig de vooraf geprogrammeerde frequenties aftasten, en blijven staan als ze een signaal opvangen. Niet alleen de politie kun je ermee horen, maar ook tal van andere diensten: de taxicentrale, het gemeentevervoerbedrijf, bewakingsmaatschappijen. Maar de politie vormt zonder twijfel de spannendste toepassing: het contact tussen hoofdbureau en patrouillewagens, de contacten tussen de districtsbureaus en hun posten, tussen posten onderling, en de commandowagens van de Mobiele Eenheid, als het in de stad hoog oploopt.

Zo'n tien, vijftien jaar geleden waren scanners relatief duur. Het bezit ervan was voorbehouden aan een kleine groep specialisten: fotografen van wat sensationeler ingestelde kranten, die na de eerste tekenen van onraad per motorfiets naar de plek des onheils ijlden om op tijd te zijn voor de redding uit het brandende huis, voor het loszagen uit het wrak van de slachtoffers van een verkeersongeluk, of om het slachtoffer van de schietpartij nog te zien liggen. En er was de penose natuurlijk, jarenlang de belangrijkste klant van de scanner-fabrikanten, voor wie het van belang was te weten of de politie er al aan kwam.

De laatste jaren is het bezit van scanners algemener geworden en daarmee het gebruik voor recreatieve doeleinden. De politie in Amsterdam heeft daar af en toe behoorlijk last van. Ogenschijnlijk achtenswaardige lieden hebben zo'n apparaatje in de auto en beoefenen het scanner-rijden: zij reppen zich naar een interessant voorval en blokkeren af en toe zelfs een straat waarin een politieauto een hollende verdachte probeert achterna te zitten. Anderszijds helpen de scanner-rijders de politie wel eens, en het is niet ongewoon een politiewagen aan het hoofdbureau te horen melden dat de verdachte 'volgens een scanner-rijder' die en die kant uit gelopen is.

Het verst gaan ongetwijfeld die scanner-rijders die zelf actief de achtervolging inzetten en met hun autotelefoon aan het bureau doorgeven, waar de onverlaten zijn. Met de scanner-rijders heeft de politie dus een ambivalente verhouding - al is men niet te beroerd om op 5 december, als het gehele politieradioverkeer in Amsterdam op rijm geschiedt ('Dus gaan wij met een grote zoef / vlug naar 't bureau met weer een boef'), ook de rijmen van de scanner-clubs over de ether voor te lezen. De leden van deze clubs - die niet uitmunten door groot poëtisch vermogen - moeten worden gezocht in dezelfde kring die de 27MC-band dag in dag uit van de meest wezenloze mededelingen voorziet.

Indoezelen

Voor het scanner-rijden ontbreekt mij de ware geest, en de krant waarvoor ik werk is niet zo geïnteresseerd in rampenverslagen. Dus gebruik ik mijn scannertje vooral thuis, en liefst in bed voor het slapen gaan. Voordat ik een echte scanner bezat, luisterde ik via een gewone radio. Eigenlijk was dat romantischer, omdat een gewone radio in tegenstelling tot een scanner geen ruisonderdrukker heeft. Juist van de ruis tussen de mededelingen door ging een ongekend slaapverwekkende werking uit.

Essentieel voor het intieme gebeuren, of er nu een radio of een scanner gebruikt wordt, is het oortelefoontje, of liefst twee, zodat mijn vriendinnetje en ik langzaam indoezelen op het zachte geruis van het apparaatje - als er tenminste niets aan de hand is. Of de eindeloze litanie van routineuze mededelingen in de trant van 'twist daar-en-daar', 'sluiten voor een happie aan het bureau' of 'stil inbraakalarm daar-en-daar'. Maar ook van het onheil dat je hoort, gaat een wonderlijk rustgevende werking uit: dat jij het in ieder geval niet bent, die door een rover in de nacht van de fiets wordt geslagen, of bij het bedrijven van ontucht in een donker park lelijk wordt toegetakeld door 'twee naffers' - politietaal voor Noordafrikaanse types, oftewel Marokkanen, want de politie wil ook per radio elke schijn van racisme vermijden. “En de billen bij elkaar houden, hè Jan”, drukt het bureau de agent op het hart, die in het park een onderzoek moet instellen.

Voor mijn auditief voyeurisme in de huiselijke sfeer heb ik geen rechtvaardiging nodig, maar als ik er toch een zou moeten verzinnen, dan was het antropologische interesse. In de ongeveer twintig jaar dat ik politieradio afluister is er veel veranderd, maar ook veel hetzelfde gebleven. Nog niet zo lang geleden was er zeer zelden sprake van vuurwapens, nu is een waarschuwing daarvoor in Amsterdam een enkele keren per nacht terugkerende gebeurtenis geworden - op zichzelf al een goede reden waarom ik nooit diender zou willen zijn.

Wat niet veranderde is dat de gewelddadigheid, junks en dergelijke even daargelaten, zich voornamelijk lijkt af te spelen in wijken en milieus die de gezeten burgerij vroeger als 'asociaal' placht aan te duiden, en die nu meestal 'marginaal' of 'problematisch' heten. Zelden hoor je een opdracht aan een patrouillewagen om te bemiddelen in een geval van huiselijke twist of echtelijke mishandeling aan de Apollolaan of de Herengracht. In de Indische buurt of de Staatsliedenbuurt is dat echter aan de orde van de nacht.

De nettere buurten zijn vooral die van de inbraakalarms, waarbij het grote aantal foutmeldingen van dit soort apparatuur voor de agenten een bron van ergernis en gelatenheid is. Als er geen duidelijke sporen van braak aan de voorzijde van het pand zijn, en het waarschuwingsadres niet onmiddellijk ter plaatse, houdt de gemiddelde patrouille het gauw voor gezien.

Groot enthousiasme bevangt de Heilige Hermandad echter als er een kans is op een 'heterdaadje', de mogelijkheid een inbreker te betrappen. Nog meer geestdrift brengt een echte auto-achtervolging teweeg. Op zo'n moment kunt u uw melding van burengerucht rustig vergeten, want uit heel de stad positioneren politieauto's zich zodanig, dat zij een bijdrage kunnen leveren aan het insluiten van de achtervolgde onverlaat. Tevergeefs meestal poogt het hoofdbureau het enthousiasme te temperen, bijvoorbeeld als de reden van de achtervolging slechts een licht vergrijp is als het negeren van een stopteken. Want niet zelden eindigt de achtervolging in geramde politiewagens.

Hoorspel

Een spannend hoorspel is zo'n achtervolging. De wagen die het dichtst bij de achtervolgde auto zit, wordt geacht voortdurend 'positie door te geven', maar niet zelden hebben agenten moeite alle straten precies te benoemen waar de achtervolgde, soms met de lichten van de auto uit, doorheen scheurt. Ik heb eens een vermoedelijk zojuist aangenomen allochtone agent gehoord die nog moeite had met de Nederlandse taal en grammatica, maar de kaart van Amsterdam als geen ander precies uit zijn hoofd kende, tot de kleinste verbindingsstraatjes toe.

Eenmaal heb ik ook bij een achtervolging regelrechte ontzetting in de politiestemmen gehoord, net als bij het overvaren van die kanaalzwemmer. De twee vrouwelijke agenten meenden een achtervolgde wagen te zijn kwijtgeraakt, totdat ze merkten dat deze over de kop was geslagen en zo plat als een dubbeltje op de weg lag. Vaak is de achtervolging overigens een ongelijke strijd, omdat de agenten met hun bescheiden karretjes niet op kunnen tegen het gemotoriseerde vermogen van boeven in BMW's.

Achtervolgingen ontstaan vaak als een patrouillewagen met behulp van het computerschermpje, dat toegang geeft op de registratie kentekenbewijzen in Veendam, heeft uitgevonden dat een auto als gestolen geregistreerd staat. De belangstelling voor gestolen auto's heeft niet alleen als achtergrond de bestrijding van autodiefstal, maar vooral ook het gegeven, dat boeven die iets in hun schild voeren meestal van gestolen wagens gebruik maken.

Dat is ook veranderd de afgelopen jaren: het uitvoerig gebruik van computerschermpjes door de politie. De patrouillewagens en de bureaus hebben ze, als ze niet net stuk zijn, en kunnen via het systeem ook met elkaar communiceren. Een deel van de onderlinge communicatie ontgaat de scanner-luisteraar dus tegenwoordig, al zijn er hackers die ook dit verkeer weten te onderscheppen en - zo blijkt af en toe uit radiomeldingen van wagens - het zelfs in de war schoppen door het uitzenden van nep-meldingen.

Maar als alles goed gaat is er veel opvraagbaar via het scherm: niet alleen de eigenaar van een auto, maar ook iemands verblijfsstatus in Nederland, of hij criminele antecedenten heeft, of zelfs met de politie in aanraking is geweest en zo ja, in verband met welke wetsartikelen. Ook is het bevolkingsregister te raadplegen en houdt de politie zelf bij waarvoor zij waar is geweest. Voor een agent die ergens heen gestuurd wordt is het zodoende mogelijk zich vooraf een idee te vormen over wat hij op een bepaald adres zal aantreffen: dat die meneer heel vaak zeurt over geluidsoverlast, of al jaren in de waan verkeert dat de CIA en de KGB het samen op hem voorzien hebben. Of ze ergens een pitbull hebben, en of de bewoner 'vuurwapengevaarlijk' is.

En hoe vaak die vrouw al heeft geklaagd over mishandeling. Want het moet gezegd, ook vrouwenleed behoort tot de zaken die de dienstdoende agenten tot grote inzet, ja zelfs verbetenheid brengen. Voor het opsporen van verkrachters of aanranders komen acties op gang, die zich met de auto-achtervolgingen alleszins laten vergelijken. En ook die vrouw in de Staatsliedenbuurt, die laatst in de dakgoot stond en dreigde te springen, bracht een enorme inzet van personeel teweeg. Jammer dat de Amsterdamse brandweer die grote opblaasbare kussens heeft afgeschaft, waarbij iemand die springt toch zachtjes terecht komt - zodat die helemaal van de brandweer in Amstelveen moesten komen. En ook jammer dat de door het bureau opgetrommelde psychiater het niet tot zijn taak rekende om die vrouw - zoals je dat in Amerikaanse films ziet - uit de dakgoot te praten. Hij wilde alleen achteraf een 'detraumatiserend' gesprek op het bureau voeren. De agenten, genoopt tot het zelf ontplooien van hun amateurpsychologie vanuit het dakraam, waren niet zuinig met hun commentaren.

Onlusten

Er zijn natuurlijk evenementen, waarop de scanner-luisteraar gericht kan afstemmen, zoals de overwinning van Ajax. Dat kan heel onthullend zijn: in weerwil van wat de stedelijke overheid de volgende dag meedeelde, leek het op de scanner alsof de politie in Amsterdam volstrekt verrast was door de rellen. Toen de eerste fans 's nachts het balkon van de stadsschouwburg bestormden, werden er in allerijl wat pelotons ME georganiseerd, waarbij verwarring ontstond over de lokatie van de lange wapenstokken, zodat het aanvankelijk maar met de korte moest.

Halverwege de nacht - die behalve door de onlusten op het Leidseplein vooral gekenmerkt werd door het plunderen van etalages door de hele stad - was het hoofdbureau nog steeds bezig met vergeefse pogingen uit de beschikbare Amsterdamse manschappen nieuwe ME-pelotons te formeren, ter aflossing van de collega's die toen al urenlang - veelal zonder verstrekking van een verversing - in de stenenregen stonden. Het Amsterdamse gemeentebestuur, kortom, had voor de dag van de huldiging van Ajax uit het hele land ME-versterkingen besteld - die zich toen de hele dag stierlijk hebben verveeld - maar was vergeten dat er de avond van de overwinning zelf ook nog iets kon gebeuren.

Maar de essentie van het scannen is toch het luisteren in de stille uren van de nacht, als alles kan maar niets hoeft te gebeuren. En toch gebeurt er altijd wat. Wie zich opwindt over de toenemende gewelddadigheid in veel bioscoopfilms, zou misschien een tijdje naar de scanner moeten luisteren. Van het geweld en de ellende die je hoort, gaat geen mobiliserende werking uit in die zin dat de luisteraar zelf ook gewelddadig, of zelfs maar angstig wordt. Het is eerder rustgevend, en als je mij vraagt is dat ook de reden van de populariteit van veel reality-tv. Het is de wetenschap dat ook deze nacht ellende, bloedvergieten en molestatie aan jou voorbij zijn gegaan. En dat er buiten over de stad gewaakt wordt - in een eindeloze strijd tegen rovers, zwervers, dieven en ander ongeluk. Eens zal de dood ons allen inhalen, maar zolang dat nog niet het geval is, is er reden tot tevredenheid. Welterusten.