'De menselijke kameleon' laat ware gezicht niet zien

Peter Sellers: Filmacteur & komiek, gevolgd door The Mouse That Roared. Op 8 juli het tweede deel van de documentaire en de film The Party. Ned.2, 23.57-2.19u.

“Als je mij als een gewoon mens op het scherm zou zien, zou je je dood vervelen”, zegt Peter Sellers in een BBC-documentaire die vanavond - voorafgaand aan zijn driedubbelrol in The Mouse That Roared (1959) - wordt uitgezonden. Sellers speelde het grootste deel van zijn leven typetjes en karikaturen: in zijn jonge jaren als variété-artiest, tijdens de oorlog als lid van de 'amusementsdivisie' van de Royal Air Force, in de jaren vijftig als komisch middelpunt van het radioprogramma The Goon Show, en daarna als filmster in Londen en Hollywood.

'De menselijke kameleon' wordt Sellers (1925-1980) dan ook aan het begin van de tweedelige documentaire genoemd, en: 'the man of a thousand faces'. Zelfs de duizenden zelden vertoonde smalfilmpjes waarmee Sellers op een bijna obsessieve manier zijn eigen leven vastlegde, laten het ware gezicht van de in Southsea geboren acteur niet zien. Ook in zijn privéleven speelde hij rollen; we zien hem een dansje maken met een kudde koeien, gekke bekken trekken tijdens het vissen of het tuinieren, en met verschillende stemmetjes commentaar leveren bij de verrichtingen van zijn kinderen.

De curieuze 16-millimeterfilms van Sellers, soms hilarisch, maar meestal toch minder leuk dan de scènes die hij opnam met regisseurs als Blake Edwards en Stanley Kubrick, vormen de kern van Peter Sellers: Filmacteur & komiek, dat wordt aangevuld met fragmenten van televisieoptredens van Sellers, anekdotes van vrienden en nabestaanden, en helaas maar een enkel stukje film. Aan het woord komen onder anderen zijn eerste vrouw, die hem beschrijft als een 'spoiled child'; zijn collega-Goon en amateurfilmer Spike Milligan, die aanvankelijk erg tegen hem opkeek (“Ik filmde met 8 millimeter, hij met 16; he was richer than me by eight millimeters'); en de regisseur Peter Hall, die Sellers' vaak ongelukkige leven als volgt samenvat: hij had een groot talent, maar hij miste het talent om daar goed mee te kunnen omgaan.

Hoewel deel 1 van de Sellers-documentaire een keurig chronologisch beeld geeft van de carrière van een komiek die even geniaal als onaangenaam in de omgang was, komen we weinig te weten over de praktijk (laat staan het geheim) van Sellers' komische talent. Hoe bereidde hij zijn rollen voor, waar haalde hij de ideeën voor zijn beroemdste personages vandaan, hoe ging hij te werk op de set? We moeten het doen met een handvol anekdotes, en met de voice-over van Stanley Kubrick, die vertelt hoe Sellers zichzelf bij het spelen van zijn driedubbelrol in Dr. Strangelove in een 'state of comic ecstasy' bracht. De BBC-documentaire was pas echt een aanwinst geweest als ze die komische extase wat uitgebreider in beeld had gebracht.