De identiteit van het geheugen

IAN HACKING: Rewriting the Soul. Multiple Personality and the Sciences of Memory

336 blz., Princeton University Press 1995, ƒ 61,05

Volgens de Canadese hoogleraar filosofie Ian Hacking hebben veel van onze hedendaagse zorgen, preoccupaties en ziektes één ding gemeen: ze hebben allemaal te maken met het geheugen. Een intrigerend voorbeeld daarvan is de meervoudige persoonlijkheidsstoornis, tegenwoordig ook wel dissociatieve identiteitsstoornis genoemd.De meervoudige persoonlijkheidsstoornis (MPS )zou volgens deskundigen veroorzaakt worden door vroege trauma's, veelal van seksuele aard. MPS-patiënten - in overgrote meerderheid vrouwen - zijn tijdens hun kinderjaren veelal ernstig en langdurig seksueel misbruikt en hebben slechts kunnen overleven door tijdens de traumatische gebeurtenissen delen van zichzelf als het ware af te splitsen. Door deze dissociatie heeft zich een meervoudige persoonlijkheid gevormd, of is een sterk gefragmenteerde identiteit ontstaan, waarvan de delen ook in het latere leven van de patiënt zijn blijven bestaan. De deelpersoonlijkheden (alters) bezitten elk afzonderlijke kennis van het verleden en zijn niet altijd van elkaars bestaan op de hoogte. Gemiddeld huizen er zo'n zestien alters binnen één patiënt en omdat die beurtelings op de voorgrond kunnen treden, kan dat bijzonder lastig zijn.

Geregeld bevinden MPS-patiënten zich in situaties zonder te weten hoe ze daarin verzeild zijn geraakt. Wanneer een volwassen patiënte zich met amnesie, eetproblemen, depressieve klachten of ander psychisch ongemak bij een therapeut vervoegt, heeft zij veelal geen weet meer van de verschrikkingen die haar als kind zijn aangedaan. De herinnering daaraan is verdrongen en moet opnieuw, via hypnose of andere technieken, aan de oppervlakte worden gebracht om reïntegratie en genezing mogelijk te maken.

Obsessief

Het aantal patiënten dat met MPS gediagnostiseerd wordt is in de afgelopen 25 jaar in de Verenigde Staten dramatisch opgelopen. Rond 1970 had het verschijnsel nog een hoge curiositeitswaarde, daarna begon de toename, eerst nog langzaam, maar na 1980 is er sprake van exponentiële groei. Op dit moment is MPS in de Verenigde Staten een ziekte waar tienduizenden aan lijden. Het enige andere land waar het verschijnsel van de meervoudige persoonlijkheid tot grote bloei is gekomen, is Nederland. Critici menen dat dat vooral komt doordat toonaangevende figuren uit de Amerikaanse MPS-beweging ons land veelvuldig hebben bezocht.

De recente opkomst van MPS brengt Hacking in verband met de aandacht voor seksueel misbruik van kinderen, die in Amerika in de loop van de jaren zeventig opkwam en in de jaren tachtig obsessieve vormen begon aan te nemen. In het kielzog hiervan groeide de eerste consternatie over de meervoudige persoonlijkheid uit tot een omvangrijke beweging. De eerste legitimatie van die beweging was de opname van de meervoudige persoonlijkheidsstoornis in een nieuwe editie van het handboek voor psychiatrische diagnostiek, de DSM-III uit 1980. Daarna ging het snel: in 1983 werd de International Society for the Study of Multiple Personality and Dissociation opgericht, die zich onder andere ging toeleggen op de organisatie van jaarlijkse congressen. In 1985 begonnen meervoudige persoonlijkheden hun eigen Newsletter, vanaf 1987 ontstonden er op verschillende plaatsen gespecialiseerde klinieken en ziekenhuisafdeling voor de behandeling van MPS-patiënten en in 1988 verscheen het eerste nummer van een tijdschrift gewijd aan de studie van de stoornis, Dissociation.

De meervoudige persoonlijkheidsstoornis is een uitermate omstreden fenomeen. Sommige critici beschouwen het hele verschijnsel als een aangeprate kwaal, anderen trekken vooral de relatie tussen verdrongen trauma's en MPS in twijfel. Zij benadrukken dat het onmogelijk is traumatische ervaringen als langdurig seksueel misbruik te vergeten, stellen überhaupt het bestaan van het verschijnsel verdringing ter discussie, of wijzen op de manipuleerbaarheid van het geheugen. Extra twijfel werd gezaaid toen in de herinneringen van MPS-patiënten steeds vaker verhalen over satanisch ritueel misbruik opdoken. De even bizarre als walgelijke taferelen die zich volgens de herinnering van sommige patiënten op grote schaal en met medeweten van zeer velen zouden moeten hebben afgespeeld, zonder dat daar later ook maar één aanwijzing voor terug te vinden was, leidden in de beweging tot een scheiding der geesten en deden daarbuiten afbreuk aan haar geloofwaardigheid.

Critici organiseerden zich in 1992 in de False Memory Syndrome Foundation. Deze organisatie is een belangenvereniging van ouders die de door hun kinderen geuite beschuldiging van incest ontkennen. De boodschap die zij uitdraagt luidt dat patiënten er op grond van suggestie van vooringenomen therapeuten toe gebracht kunnen worden zich de meest afschuwelijke voorvallen uit hun verleden te herinneren, voorvallen die in werkelijkheid nooit hebben plaatsgehad. Het verschijnsel false memory is zelf intussen ook al weer tot een eigensoortig syndroom gemedicaliseerd en het zal geen verbazing wekken dat zich ook hieromheen een leger van deskundigen geformeerd heeft.

Test

Hacking, die eerder vooral publiceerde over de geschiedenis van de waarschijnlijkheidsleer en de filosofie van de natuurwetenschappen, staat in zijn boek mild sceptisch tegenover zijn onderwerp. Hij laat zien dat er geen overtuigende wetenschappelijke argumenten bestaan om vroeg seksueel misbruik te beschouwen als oorzaak van MPS. Ook toont hij overtuigend aan dat de test die ontworpen is om dissociatieve verschijnselen te meten een lachertje is. Maar de fervente critici van de MPS-beweging kunnen niet op zijn sympathie rekenen. Uiteindelijk neemt hij in de controverse over MPS geen duidelijke positie in. Dat zou alleen al gezien de patstelling waarin deze verkeert begrijpelijk zijn, maar veel belangrijker is dat het hem om iets anders te doen is. Voor Hacking dient het denken over MPS vooral als casus om de cruciale rol van het geheugen duidelijk te maken. Hoe zijn wij ertoe gekomen te denken dat lijdende mensen geholpen kunnen worden door de exploratie van hun herinneringen? Waarom beschouwen wij het geheugen als de sleutel tot onze ziel? Het antwoord op deze vragen ligt volgens Hacking in het laatste kwart van de vorige eeuw.

Hacking beschrijft in zijn historische exposé drie ontwikkelingen die in combinatie met elkaar een ingrijpende wending hebben gegeven aan de manier waarop wij onszelf zien. Plaats van handeling is Frankrijk. Allereerst deed zich na 1875 een eerste golf van meervoudige persoonlijkheid voor, althans de eerste patiënten met dubbele en, later, met meervoudige persoonlijkheden werden toen beschreven. Eén van hen was Louis Vivet, een man die gebukt ging onder vrijwel alle hysterische symptomen die er in de literatuur van zijn tijd genoemd werden. Na uitgebreide experimenten en onderzoekingen bleek hij in het bezit te zijn van acht persoonlijkheden.

Zijn geval is cruciaal omdat bij hem voor het eerst expliciet de connectie werd gelegd tussen persoonlijkheid en herinnering. Elk van zijn acht hoedanigheden was namelijk verbonden met bepaalde elementen uit zijn verleden en ging gepaard met specifieke lichamelijke symptomen. Dat er een uitgebreide training voor nodig was voordat Vivet de uiteindelijke beschreven combinatie tussen zijn alters, de herinnering aan specifieke episodes uit zijn leven en de kenmerkende verlamming of zenuwtrekking kon reproduceren, acht Hacking van ondergeschikt belang. De conceptuele relatie tussen persoonlijkheid en het geheugen was gelegd en zou nadien niet meer verbroken worden.

Geheugenstudie

De eerste golf van meervoudige persoonlijkheidsstoornissen vormde een onderdeel van de gelijktijdig groeiende belangstelling voor het geheugen. De opkomst van de nieuwe wetenschappen van het geheugen aan het einde van de vorige eeuw is de tweede en meest centrale ontwikkeling die Hacking beschrijft. Binnen verschillende disciplines werd het geheugen in deze tijd een belangrijk object van studie. Neurologen trachtten het in de hersenen te lokaliseren, psychologen begonnen experimentele studies naar herinneren en vergeten, en binnen de psychiatrie werd een eerste psychodynamica van het geheugen ontwikkeld.

Het is vooral deze laatste tak die Hacking bezig houdt. De Franse exponenten van deze wetenschap van het geheugen waren aanhangers van een positivistische wetenschapsopvatting en verzetten zich sterk tegen de oude school die naar hun idee werd beheerst door religieuze dogmatiek en filosofische speculatie. De positivistische stroming wilde ook dat deel van het menselijk bestaan voor onderzoek toegankelijk maken, dat zich altijd weerbarstig getoond had tegenover de wetenschap, namelijk de ziel of het zelf. Zij deed dat niet door de oude spiritualistische ideeën over de ziel en de daarbij horende methode van introspectie rechtstreeks aan te vallen, maar door een surrogaat aan te bieden dat zich veel beter leende als object van wetenschappelijke kennis: het geheugen. Deze wisseltruc maakte het mogelijk de ziel los te weken van religie en filosofie en te koppelen aan de wetenschap.

Een derde ontwikkeling completeerde de nieuw ontstane structuur waarin kennis van het geheugen de plaats innam van een meer spiritualistisch begrijpen van de ziel. Deze ontwikkeling betreft de betekenisver- schuiving die het begrip trauma doormaakte. Werd het begrip eerder gebruikt ter aanduiding van wonden en ander lichamelijk letsel, na ongeveer 1875 ging het steeds meer verwijzen naar psychische beschadiging. Men ontdekte dat deze psychische trauma's gepaard konden gaan met geheugenverlies en begon de symptomen van hysterische patiënten aan dergelijke 'vergeten' trauma's toe te schrijven. Psychisch lijden werd op deze manier geherdefinieerd als het lijden aan verborgen herinneringen. Ter verklaring van dit lijden hoefde men nu niet langer een beroep te doen op de beproevingen van de ziel of op innerlijke strijd, maar kon wederom worden verwezen naar het geheugen.

Memoro-politiek

De nieuwe empirische en positivistische wetenschappen van het geheugen leverden nieuwe vormen van kennis waarmee dat gedeelte van de mens dat zich altijd aan wetenschappelijk onderzoek had onttrokken, alsnog kon worden begrepen en beheerst. Ze vormden daarmee de basis van wat Hacking de 'politiek van het geheugen' noemt. Deze politiek doordringt ons leven en dwingt ons ertoe te denken dat ons geheugen onze ziel is, dat onze identiteit bestaat uit onze herinneringen. In aanvulling op de twee eerder door Michel Foucault benoemde machten over het leven - de anatomische politiek van het menselijk lichaam en de biopolitiek van de bevolking - stelt Hacking dan ook voor te spreken van een derde beheersmechanisme: de memoro-politiek van de menselijke ziel.

De ziel in de betekenis die Hacking eraan wil geven, is niet iets eeuwigs, is geen eenheid of diepe essentie, maar heeft te maken met karakter, reflectie en zelfkennis. Ze verwijst naar die aspecten die we associëren met ons innerlijk. Dat sinds het einde van de vorige eeuw het geheugen de wetenschappelijke stand-in voor de ziel geworden is, is niet zonder gevolgen gebleven. Het heeft ertoe geleid dat ethische conflicten en morele confrontaties tegenwoordig worden uitgevochten op een terrein dat wij als wetenschappelijk en objectief ervaren, het terrein van het geheugen. Als ouders hun kinderen misbruiken, als de waarde van het gezin in het geding is, als de media geobsedeerd zijn door incest, dan hebben we volgens Hacking te maken met zaken van de ziel. En wat doen wij? Wij voeren geen discussie in de daarbij passende morele termen, in plaats daarvan hebben wij het over herinneren en vergeten, en ruziën we over de werking van het geheugen, omdat we aannemen dat hierover kennis mogelijk is.

De recente controversen rondom MPS spelen zich geheel af op dit oneigenlijke terrein van het geheugen. Het laatste hoofdstuk van zijn boek besteedt Hacking aan de vraag of het er eigenlijk toe doet of datgene wat patiënten zich menen te herinneren werkelijk gebeurd is of niet. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk bevestigend wanneer hun vermeende herinneringen een zware beschuldiging aan het adres van anderen impliceren, zoals de False Memory Foundation met recht naar voren gebracht heeft. Maar valse herinneringen die geen schade toebrengen aan anderen, zijn die verkeerd? Hacking is niet tevreden met een pragmatisch antwoord, dat luidt dat zij geen kwaad kunnen als patiënten er door geholpen worden. Ook wanneer ze op deze manier blijken te 'werken', zijn valse herinneringen niet onschuldig.

Het gevaar van een geslaagde MPS-therapie is dat ze leidt tot, wat Hacking noemt, een vals bewustzijn, dat ze geen werkelijk zelfinzicht biedt, maar een oppervlakkige riedel die dit inzicht slechts suggereert. Een dergelijk bewustzijn, waarin valse herinneringen gekoesterd worden en geen plaats is voor onaangename waarheden, is volgens Hacking in strijd met de opdracht die mensen zichzelf zouden moeten stellen, de opdracht zich te ontwikkelen tot een autonoom persoon die inzicht heeft in zichzelf en verantwoordelijk is voor zijn eigen morele handelen. Het is met andere woorden in strijd met Hackings opvattingen over wat het betekent mens te zijn.

Zo eindigt het boek van Hacking in een zwaar aangezet moreel oordeel. Dat is verrassend en gezien de hedendaagse tendens om dergelijke oordelen vooral achterwege te laten ook bewonderenswaardig. Dat neemt niet weg dat Rewriting the Soul op tal van punten vragen oproept en uitnodigt tot tegenspraak. Het belangrijkste bezwaar tegen het boek is dat het te veel hinkt op twee gedachten: de geschiedenis en recente opleving van meervoudige persoonlijkheidsstoornissen aan de ene kant en de ontwikkeling van een politiek van het geheugen aan de andere. Het laatste punt is waar het Hacking om gaat, het eerste waar hij eigenlijk het meeste over te vertellen heeft. We komen veel te weten over MPS en ook over het verband tussen identiteit en geheugen dat in de ideeën over deze stoornis zo prominent aanwezig is. De politiek van het geheugen die hieraan ten grondslag zou liggen, blijft echter aanmerkelijk minder uitgewerkt.

Gespletenheid

Dat wij onze ziel of onze identiteit niet los kunnen denken van ons verleden zal niemand willen betwisten, maar om dat aannemelijk te maken is MPS niet nodig. Aanvechtbaarder lijkt mij een tweede resultaat van de memoro-politiek: dat wij over morele vraagstukken alleen nog kunnen of willen spreken in de 'objectieve' termen van het geheugen. Is Hackings politiek van het geheugen op dit punt niet erg gekoppeld aan het door hem gekozen voorbeeld? Hoe werkt die politiek? Waar is ze gelokaliseerd? En wie heeft er belang bij? Hacking verschuilt zich bij de behandeling van dit soort vragen wat al te gemakkelijk achter de vaagheden van Foucault. Aan een duidelijk antwoord komt hij niet toe. Het centrale punt uit Hackings boek is daardoor tevens het zwakste. Deze gespletenheid laat onverlet dat Rewriting the Soul een indrukwekkend boek is, met als belangrijkste verdienste dat het tot nadenken stemt. En het aardige is: hoe langer je erover nadenkt, hoe beter het wordt.