Cowboys en park-rangers in oorlog om de Amerikaanse natuur; Grazen zonder grenzen

Mag Washington beslissen welke planten, dieren en landschappen in Noord-Amerika beschermd moeten worden? En mag Washington dus uitmaken of er koeien op de prairie mogen grazen? Op beide vragen is het antwoord in de VS tegenwoordig steeds vaker nee. De Republikeinse coalitie tegen de federale bemoeizucht is aan de winnende hand. De machtsstrijd om natuur en milieu tussen de locals en Washington.

Dick Carver legt zijn cowboyhoed op de keukentafel. Hij kijkt door het raam van zijn kleine houten huis naar een adembenemend uitzicht op een vlakte aan de voet van bergen, bedekt door eeuwige sneeuw. Het heeft in jaren niet zoveel geregend en de woestijn van de deelstaat Nevada staat in volle bloei. Witte en rose phlox, lupine, veelkleurige four o'clock, rode globe mallow, princess plume, Indian Paintbrush en gele Mohave Aster schitteren tussen grassoorten. “Kijk, er komt nu veel water van de bergen en er groeien veel planten. Die kunnen de koeien beter opvreten. Anders dient het toch maar als brandstof voor grote bosbranden in de zomer”, zegt de veehouder spijtig.

Maar nergens is er een rund op het openbare land te bekennen, dat aan de federale overheid toebehoort. De veertig Longhorns van Carver staan op zijn eigen wei. Het federale Bureau of Land Management (Bureau voor Landsbeheer) en de Forest Service hebben het grazen aan banden gelegd om het milieu van de woestijn te beschermen. En daarmee zijn de federale ambtenaren het mikpunt geworden van de woede van veehouders. Ook anderen, die het land willen ontginnen of de zeldzame waterbronnen willen aanboren, protesteren tegen restricties.

Deze onenigheid wordt ook wel The War in the West genoemd; een stellingenoorlog in de westerse staten met de federale overheid die er ruim viervijfde van de grond bezit. Milieubelangen strijden met industriële en agrarische belangen en beginnen het onderspit te delven. De nieuwe Republikeinse meerderheid in het Congres is vastbesloten milieuwetten te herzien om tegemoet te komen aan de opstandige boeren en ondernemers.

Federaal bosopzichter Tony Valdes moet eraan wennen dat boswachters hun vanzelfsprekende populariteit kwijt zijn. Toen hij ging werken waren boswachters geliefde figuren, verheerlijkt in televisieseries als Lassie of Smokey Bear. Nu moet Valdes zich bezig houden met bommeldingen en dreigbrieven. Het kantoor van de Forest Service in Carson City, vlakbij Reno, werd twee maanden geleden opgeblazen door een anonieme terrorist. “Toch moeten we het kantoor open kunnen houden voor bezoekers van de nationale parken”, zegt Valdes over het rechthoekige gebouwtje met de Amerikaanse Stars and Stripes aan een hoge mast voor de deur. “We kunnen ons niet afsluiten.” Er zijn al extra veiligheidsmaatregelen genomen. Sommige gebieden bezoeken boswachters alleen nog met zijn tweeën. Voor mensen in de omgeving is Valdes niet bang. Maar stel dat een idioot van buiten iets in z'n hoofd haalt?

Schade

Het beperken van de graasrechten heeft in Nevada tot regelrechte confrontaties geleid. De ranchers hoeden al generaties lang koeien in het publieke woestijngebied en zij zien niet in waarom ze hun praktijk zouden moeten veranderen. “De afgelopen honderd jaar hebben er gewoon te veel koeien gegraasd en dat heeft veel schade veroorzaakt”, zegt federaal bosopzichter Valdes. “We moeten het gebied nu beter beheren.”

Maar volgens Carver begrijpen de biologen die Washington adviseren niets van het boeren. Hij is vice-voorzitter van Nye County, een van de zeven regio's van Nevada en hij beziet met groeiende tegenzin hoe de federale regering zijn omgeving beheert. Nye County, qua oppervlak wat groter dan Nederland maar met slechts 25.000 inwoners, behoort voor 93 procent toe aan de federale regering. Twee jaar geleden werd het Carver teveel en reed hij, aangemoedigd door boeren en andere tegenstanders van de federale regering, met een bulldozer een National Park in om een afgesloten weg weer te openen. Het was 4 juli, de nationale feestdag voor de onafhankelijkheid. Vijftien functionarissen van de Forest Service keken machteloos toe. Tegen zo'n juichende overmacht van inwoners konden ze niets uitrichten.

Vorig jaar heropende Carver een andere weg die door de Forest Service was gesloten. Het countybestuur, waar Carver vice-voorzitter van is, heeft al besloten om de federale eigendom van het land niet te erkennen. “Federale ambtenaren zijn bureaucraten en geen gekozen functionarissen”, zegt Carver. Door zijn drieste optreden heeft Carver nationale bekendheid gekregen onder de groeiende, bonte coalitie die zich verzet tegen alles wat Washington vertegenwoordigt. Overal in het land wordt hij uitgenodigd voor toespraken. Gouverneurs en politici uit westelijke deelstaten vragen hem om advies. Zelfs een groep blanke racisten sprak hij toe, hoewel hij hun overtuiging over de genetische suprematie van de blanken niet deelt.

Inmiddels heeft het bestuur van de county bij lokale wet besloten dat het zelf het federale land bezit. Dat nam Washington niet en spande een procedure aan tegen Nye County om het besluit te laten vernietigen. De besturen van zo'n zeventig andere counties hebben inmiddels bij wet of wetsontwerp ook de eigendom van het federale land opgeëist. Uit Carvers borstzak steekt een exemplaar van de Amerikaanse Grondwet. “Eerst wist ik er niets van. Ik haatte school”, zegt hij. “Sinds ik bij deze zaak betrokken ben geraakt, ben ik alles gaan begrijpen. De Constitutie is een pact dat de mensen beschermt tegen de overheid.”

De countybeweging en de protesten van het Westen hebben Washington bereikt. Republikeinse Congresleden herzien wetten tegen watervervuiling, over bosbeheer, bescherming van bedreigde soorten en van moerasland. Een wetsontwerp laat het grazen van vee helemaal buiten het beheer van de federale overheid, zodat een onbeperkt aantal koeien de broze plantjes kan opvreten.

Ook staten in het westen zijn druk doende met het herschrijven van milieuwetten. De staat Montana wil de normen voor watervervuiling verruimen. In Idaho krijgt de vervuilende industrie veel inspraak bij het bepalen van de normen. In de staat Washington worden beperkingen op landgebruik verruimd.

Het conflict met de Westelijke bewoners werpt ook de vraag op in hoeverre land geheel ongerept moet blijven. En wat is ongereptheid als de natuur uit zichzelf ook voortdurend verandert, door bijvoorbeeld subtiele verschuivingen in het weerpatroon. Moeten nieuw opgekomen soorten, zoals de woestijnschildpad, worden beschermd? Moet de vondst van een zeldzame slak op een bouwterrein tot het staken van alle activiteiten leiden?

Karkas

In Yellowstone Park, Wyoming, hebben federale biologen opnieuw wolven geïntroduceerd - onder woedend protest van de boeren. “Waarom zou een wolf gaan knauwen aan een bevroren karkas als hij ook een pasgeboren kalf kan pakken? Natuurlijk eet de wolf het kalf en dat is ook gebeurd”, zegt Carver. De deelstaatregering van Wyoming heeft dan ook officieel de jacht op dezelfde wolven geopend, die door federale wetten worden beschermd. Congresleden werken nu met de hulp van lobbyisten voor industriële en agrarische belangen aan herziening van de bescherming van bedreigde diersoorten. Toch is de milieubeweging niet machteloos. Bescherming van de natuur blijft een emotionele kwestie voor de meeste Amerikanen; de slinger kan weer terugzwaaien. Zo werd tot grote teleurstelling van de olie-industrie deze week een plan om olie voor de kust van Californië aan te boren door het Congres verworpen.

Het enorme bezit van de federale overheid in het westen van de Verenigde Staten is historisch ontstaan. Toen in 1848 de tweejarige oorlog met Mexico eindigde, nam de Amerikaanse regering Californië en New Mexico definitief over. Het grootste deel van het grondgebied nam Washington in eigen beheer. In 1864 werd Nevada een onafhankelijke deelstaat. Maar de federale overheid bleef er, net als in andere vaak onherbergzame Westelijke staten, een sterke greep houden. De zogenaamd vrije, onafhankelijke pioniers waren volkomen afhankelijk van Washington voor water, elektriciteit, transport en bescherming tegen de indianen. De federale overheid bouwde voor miljarden dollars stuwdammen. Er werden forten gebouwd voor de oorlog tegen de indianen. Om de kolonisatie te bevorderen gaf de overheid mijn- en graasrechten op het land voor weinig geld weg. Desondanks heeft anti-federalisme een rijke traditie in het westen van Amerika. De opponenten van de federale overheid doen zich voor als vrije cowboys en verdedigers van de arme burgerij; geheel volgens de pioniers-mythe. Maar in werkelijkheid worden ze gesteund door mijnbouwmaatschappijen, boeren en industriëlen die hun bezit willen vergroten. Rijke stichtingen verschaffen de advocaten en betalen de kosten van juridische procedures.

De War in the West is verhevigd door de aanhoudende droogte, waardoor de flora en fauna in de woestijn achteruitging. Ook werd de federale milieuwetgeving steeds scherper. Bovendien kwamen de boeren in de knel door de groeiende importen van goedkoop vlees uit Latijnsamerikaanse landen.

Zowel de milieu-activisten als de boeren erkennen dat de woestijn verdroogt. Carver herinnert zich zijn jonge jaren, toen overal runderen over het land liepen en het veel meer regende. Door de droogte in de afgelopen dertig jaar verschraalde de woestijnbegroeiing. In de jaren zeventig raakte de federale overheid bezorgd over het milieu. Dat leidde meteen tot conflicten met de bewoners van het land die het vrij willen gebruiken volgens de stelregel If you can't grow it, you have to mine it (als je er niets kunt laten groeien moet je erin delven).

De strengere milieuwetgeving is echter populair bij inwoners van grote steden en voorsteden, die het platteland zien als een ongerept recreatie-oord voor campers en voor trektochten te voet. Veel bewoners van het platteland vinden dat de milieuwetten hun bestaan bedreigen en dat ze zelf het beste weten hoe ze het land moeten gebruiken. Volgens Marvin Ingle, manager van een ranch met 3000 koeien is er veel onwetendheid. “We zijn maar met weinig ranchers. Maar er is een enorme stedelijke bevolking die geen idee heeft van wat wij doen.”

Verspreid over de wijdse woestijn van Nevada zijn littekens van vroeger te vinden. Bergen puin, half vergane houten schachttorens en takels wijzen op voormalige mijnen die van de ene op de andere dag in de steek werden gelaten als de grond was uitgeput of de opbrengst was gedaald. Boom towns als Tonopah of Goldfield werden binnen een paar jaar Ghost towns omdat er niets meer was te doen. Een enkeling probeert nog zijn geluk uit met een claim op een stukje grond voor een habbekrats in de hoop de jackpot te winnen. Met stokken in het desolate land geven ze hun terrein aan. Elk jaar moeten ze hun claim hernieuwen door 100 dollar te besteden aan het onderhoud van het geclaimde land.

Afgraven

Canadese bedrijven vinden er goud door vele tonnen aarde tegelijk te doorzoeken. Ook zilver, molybdeen, wolfraam (scheikundig element, brandt in gloeilampen), koper, beryllium en diamant worden gewonnen. Milieu-activisten uit de steden maken bezwaar tegen het afgraven van de kwetsbare woestijn door mijnbedrijven (strip mining), waardoor kale vlakten met gigantische kuilen en bergen ontstaan.

Veel bewoners vragen zich af waar de federale overheid zich druk over maakt. De dimensies van het gebied zijn reusachtig. Nevada is zeven keer zo groot als Nederland maar er wonen slechts 1,4 miljoen mensen, 12 op elke vierkante mijl. Het dichtstbijzijnde warenhuis voor het stadje Tonopah staat in het 400 kilometer verderop gelegen Reno. Boeren moeten vaak 100 kilometer reizen, per jeep met paardetrailer, om hun grazende koeien op te zoeken. “We kunnen hier niet doen wat we zelf willen maar we moeten doen wat iemand ver weg, in New Jersey, voor ons uit maakt. Stel je voor dat de federale overheid dezelfde macht zou hebben in New Jersey”, zegt Carver, wiens familie al drie generaties lang runderen in de woestijn heeft laten lopen. Maar Carver hoeft nu niet meer op zijn paard achter de grazende runderen aan. Zijn veertig koeien blijven uit de woestijn en krijgen zelf gekweekte afalfa en hooi te eten.

In de jaren zeventig werd het Westelijke verzet de sage brush rebellion genoemd, naar de brosse, borstelige alsem die op de droge hellingen en vlakten groeit. In Nevada beheert de Forest Service het berggebied, terwijl het Bureau of Land Management de vlakten onder haar hoede heeft. De meeste boeren mogen hun koeien slechts een half jaar op federaal land laten grazen. Dan moeten ze op stal.

Koeien mogen ook niet meer op “oevergebieden” van bergbeken grazen. Wandelaars willen graag ongerepte begroeiing zien. “Hoe moet je die koeien tegenhouden? Ze sjokken meteen naar het water en het malse gras”, zegt Carver. Boeren mogen ook hun greppels niet leeg laten lopen als er zeldzame Prehistoric Pupfish in zijn gesignaleerd. Maar volgens Carver kruipen die pupfish in het zand en komen ze weer terug als na het wieden van de planten het water weer door de greppel stroomt. “Die bureaucraten weten daar niets van”, zegt hij. Hij verlangt terug naar vroegere boswachters, lokale figuren, die hielpen bij het brandmerken en tellen van runderen.

De afgesloten landwegen zijn een ander punt van ergernis. De Forest Service creëert rustgebieden voor wandelaars die niet gestoord willen worden door passerende auto's, ook al is het maar een keer in het uur. Voor de bewoners liggen hun favoriete picknick-plaatsen nu buiten bereik: zij hebben geen tijd voor grote wandeltochten. Carvers escapade met de bulldozer was dan ook populair. “Wij weten zelf het beste hoe we het land moeten beheren. We doen het al vele generaties en wij zijn de laatsten om onze middelen van bestaan in gevaar te brengen. We houden van dit land”, zegt hij.

Het gewraakte Bureau of Land Management in Tonopah is ondergebracht in houten bouwloodsen, die door ijzeren hekken zijn omgeven. De lokale manager, Ted Angel, voelt zich aan alle kanten belaagd. Buiten rebelleren de boeren. Carver heeft gedreigd met een strafklacht en met beslag op zijn auto en huis, omdat hij als federale ambtenaar geen rechten zou kunnen laten gelden op het gebied van de county. Sommige boeren willen geen graasrechten meer betalen. De koeien durft hij niet in beslag te nemen uit angst voor gewelddadige reacties. In plaats daarvan spant hij een procedure aan om de vergoeding voor het grazen te innen. Hij maakt zich zorgen over de veiligheid van zijn personeel dat bij voorkeur niet meer geuniformeerd buiten komt. Functionarissen van het Bureau of Land Management moeten altijd radiocontact onderhouden met het hoofdkantoor. Overal waar ze komen, moeten ze zich eerst vergewissen van mogelijkheden om snel te ontsnappen bij moeilijkheden. In omstreden gebieden horen ze de hulp van de politie in te roepen. Als ze gearresteerd worden door lokale autoriteiten, kunnen ze beter geen verzet bieden maar zodra het kan hun bazen bellen, zo luidt de instructie.

Angels divisie wordt ook uitgehold door bezuinigingen. Zijn enige veldbioloog vertrekt naar een andere baan, maar hij mag hem niet vervangen wegens een personeelsstop. “We worden ineffectief”, zegt Angel. “We kunnen ons werk zo niet meer uitvoeren. Er komt een punt waar we ons moeten afvragen of we het aantal toegewezen taken niet drastisch moeten beperken.” Ook Angel vindt dat sommige wetten te ver gaan. Zo lopen er te veel verwilderde paarden rond op het land. In vorige jaren waren ze helemaal uitgemergeld door de droogte en het voedseltekort. Maar het is bij wet verboden om die paarden af te schieten of te vangen. Paardenliefhebbers houden nauwkeurig in de gaten wat er met de dieren gebeurt.

Volgens Angel is Nevada ongeschikt geworden voor veeteelt. Het veel nattere Montana, in het noorden, biedt nog wel mogelijkheden voor koeien. “De boeren willen hun levensstijl in stand houden. Het is romantisch om cowboy te zijn. Toch verbaast het me hoeveel macht ze hebben, terwijl Nevada minder dan negen procent van het vlees in het land produceert”, zegt hij. “In de jaren negentig is het bestuur van het publieke land veranderd. Het gaat meer om de goede staat van het land dan om de vraag hoeveel we eraan kunnen verdienen.” Maar met de Republikeinse meerderheid in het Congres dreigen er nieuwe instructies te komen uit Washington. Angel heeft gedurende zijn hele loopbaan nog nooit zo'n ontmanteling van het beheer van het land meegemaakt.

Water

Ondanks hun gevecht tegen Washington hebben de plattelandscounties de steun van de federale regering hard nodig voor een andere strijd: om water. De stad Las Vegas breidt zich in snel tempo uit en de dorst van de nieuwe inwoners kan niet door lokale bronnen worden gelest. Las Vegas zoekt steun van de staat om beslag te kunnen leggen op de ondergrondse watervoorraden in omliggend gebied. Maar de federale regering en de counties zijn daar op tegen. Het zijn onwaarschijnlijke bondgenoten. De dunbevolkte counties zijn te zwak de allesverzwelgende grote stad alleen te stuiten.

De bomaanslag in Oklahoma door ultrarechtse activisten, twee maanden geleden, heeft de countybeweging wat afgeremd. “Het veranderde hun houding. De retoriek van vroeger is verdwenen”, zegt bosopzichter Valdes. Zijn verhouding met Carver is zelfs hartelijk geworden. Carver heeft tegenwoordig niets dan lof voor hem. “Eindelijk een bosopzichter die luistert”, zegt hij. En hij omhelst de vrouwelijke bosopzichter Diane Weaver hartelijk. Carvers collega's in de County Board hebben hem tot de orde geroepen. De toespraak van hun vice-voorzitter voor blanke racisten vonden ze een stap te ver.

Sommige inwoners zien Carver als iemand die tegen elke prijs in de publiciteit wil komen. Hotelhouders maken zich zorgen over het effect dat de radicale countybeweging zou kunnen hebben op het toerisme. Natuurlijk, de federale overheid is ver weg, maar ze hebben het stadje Tonopah rijk gemaakt toen er in een naburige vliegbasis werd geëxperimenteerd met het het voor radar onzichtbare Stealth-vliegtuig. Nu het project voltooid is, staan de motels leeg. Ook de vele proefexplosies voor kernbommen in Nevada brachten goed betaalde wetenschappers en militairen naar een gebied waar anders weinig te verdienen zou zijn.

Voor opzichter Tony Valdes is Tonopah een nieuwe post. Hij hobbelt met zijn grote jeep naar een vroegere mijn waar jack rabbits en een Bobcat uiteenstuiven. Het is een stille avond. Hij stapt uit en vanaf een verhoging kijkt hij uit over het gebergte. Hij heeft een bruine huid, zwart stevig haar en een zware snor. Zijn vader en moeder zijn spaanstalig. Hij stamt af van Spaanse kolonisten en indianen in het westen van de VS, zijn moeder was een Mexicaanse. Hij stapt van het heuveltje, gaat door de struiken en wijst verschillende soorten planten aan. Hij is enthousiast over de verscheidenheid. Dan kijkt hij nog eens in de verte. Wolken schuiven langzaam over de met sage brush bestoppelde bergen. “Iedereen houdt van dit land. Dat is zeker”, zegt hij. “De ranchers zijn er evenveel gesteld op als wij.”