Chassé Theater in Breda wil 'Carré van het zuiden zijn'; Een kunstpaleis van 60 miljoen

Het nieuwe Chassé Theater in Breda is nog niet af, maar desalniettemin ging één zaal afgelopen week al open. Ondanks de verwachte miljoenentekorten op de exploitatie, is theaterdirectie vol goede moed.

BREDA, 1 JULI. Het nieuwe Chassé Theater ligt met zijn joyeus gekrulde, zilvergrijzen dak als een parel in de braakliggende woestenij van het voormalig kazerneterrein in Breda. Stratemakers leggen de laatste hand aan het plein aan de voorkant, waarin een kronkellijn van lampen verzonken ligt. Binnen in de lange, hoge gaanderij, de 'theaterstraat', is het een komen en gaan van werklieden. Het theater is nog niet klaar, maar al wel is duidelijk dat architect Herman Hertzberger een indrukwekkend ontwerp heeft neergezet, met hoge pilaren in alle kleuren van de verffabriek, schuine raampartijen met groene stroken, een monumentale trap, nisjes, foyers en loopbruggen op verschillende niveaus en overal golvende lijnen. Hertzberger putte voor het ontwerp inspiratie uit Giacometti's Femme couchée qui rêve, een beeld van een op paaltjes liggende vrouw met ronde welvingen.

Na jarenlang politiek geharrewar over de kosten en met een vertraging van bijna een half jaar is afgelopen week de eerste zaal in gebruik genomen met Suske en Wiske - de Musical. Directeur Reg ten Zijthoff en hoofd programmering en publiciteit Bart van Mossel zitten er, in een kantoor vol onuitgepakte dozen, tevreden bij. “We gaan hier een hit van maken”, belooft Ten Zijthoff. “De abonnementenverkoop loopt als een trein. Voor het komend seizoen hebben we al 100.000 plaatsen verkocht. De mensen komen niet alleen uit Breda maar ook uit Utrecht, Rotterdam en Dordrecht.”

Het Chassé Theater is 'multifunctioneel' en biedt voor elk wat wils: toneel, lichte en klassieke muziek, opera, cabaret, dans, film op niveau en een horecagelegenheid. De theaterstraat, waarin Hertzberger de gevel van de aangrenzende 17de-eeuwse kloosterkazerne heeft opgenomen, geeft toegang tot drie theaters en twee filmzalen. De nu in gebruik genomen Vencozaal, genoemd naar de dropfabrikant die als sponsor optreedt, is met 1250 plaatsen de grootste. De zaal heeft asymmetrische balkons die trapsgewijs tegen de wanden zijn geplaatst. Op het podium kan een symfonieorkest plaatsnemen, maar voor muziektheater worden voorin honderd stoelen verwijderd om plaats te maken voor een verzonken orkestbak.

De trots van het bedrijf echter is de VSB-zaal (750 plaatsen) met een groot toneel, verrijdbare tribunes en vijf lichtbruggen. Het toneel heeft een staalconstructie, legt Van Mossel uit, waardoor de grootte kan worden aangepast. Voor orkesten kan het dak omlaag, zodat het geluid niet in de hoge toneeltoren verdwijnt. “Een technisch wondertje”, prijst Ten Zijthoff. “Alles kan erin, van traditioneel lijsttoneel tot vlakke-vloertheater. Gerardjan Rijnders raakte er niet over uitgepraat. Hij komt hier met bijna alle produkties van de Toneelgroep Amsterdam”. Als derde zaal is er boven een 'zwarte doos' met een inschuifbare tribune met 250 stoelen. De twee filmzalen, die op 13 juli open gaan, bevatten 117 en 72 stoelen. Met de opening van het nieuwe seizoen in september zal alles in gebruik worden genomen.

Voor de akoestiek is het ingenieursbedrijf Prinssen en Bus uit Uden ingeschakeld, de uitvinders van het elektronisch siap-systeem waarmee de nagalm kan worden geregeld. Ten Zijthoff. “Zij hebben dat onder andere in het nieuwe operahuis in Lyon toegepast. Bij de keuze van stoelen, wandbekleding en vloer is nauwkeurig rekening gehouden met de akoestiek. Hertzberger wilde in een deel van de Vencozaal een houten vloer, maar dat kon niet volgens de experts, dan had het hele interieur anders gemoeten. Het is nu van een soort rubber”.

De brochure voor het komend seizoen vertoont een dwarsdoorsnee van wat in Nederland op het gebied van de podiumkunsten wordt uitgebracht. Van het Rotterdams Philharmonisch Orkest tot de Reisopera, het Theater van de Lach, Jaap van Zweden en Mathilde Santing. Ook het buitenland weet Breda te vinden: uit Engeland komt een moderne Die Zauberflöte door het London Music Theatre en uit Polen de nieuwe opera Ubu Rex van Penderecki.

Wat betreft de film richt het Chassé Theater zich op het kunstzinnige circuit. De komende zomer zijn onder meer Franse films te zien van de afgelopen dertig jaar. Er zal nauw worden samengewerkt met distributeurs als Cinemien, Nederlands Filmmuseum/IAF, Meteor, Argus en Contact Film Cinematheek. Ook festivals en retrospectieven, te beginnen met dat van Roman Polanski, staan op het programma. Wekelijks worden jeugdfilms vertoond, die eveneens op artistieke kwaliteit worden geselecteerd.

Het streefgetal is 230.000 bezoekers per jaar, hoewel het onderzoekbureau Twijnstra Gudde ooit berekende dat er slechts 153.000 bezoekers zouden komen. Niettemin blijft de directeur overtuigd van de zuigkracht van zijn kunstpaleis, niet alleen op Breda (130.000 inwoners), maar op de hele wijde omgeving: “Dit moet een herkenbare plek worden waar het allemaal gebeurt”. Geprobeerd wordt ook de 12.000 hbo-studenten in Breda over de drempel te krijgen met hulp van een informatiemarkt en wervende optredens.

Totale kosten van het theater bedragen 60 miljoen, waarvan 35 miljoen bouwkosten. De toegangsprijzen liggen 'op Brabant-niveau' - lager dan in de Randstad. Eerste rang voor opera kost 60 gulden, voor toneel liggen de prijzen tussen 25 en 40 gulden.

Aan de bouw van 'het Carré van het zuiden' zoals het theater wordt genoemd, is jarenlang politiek gekrakeel vooraf gegaan. Niet minder dan acht wethouders braken er hun nek over, fracties raakten onderling verdeeld. In november vorig jaar stapten zelfs vier wethouders tegelijk op. Reden was de vertraging van de bouw en het door de raad vastgestelde jaarlijkse exploitatietekort, dat aanzienlijk hoger bleek uit te vallen: 6,4 miljoen gulden in plaats van 4,6.

Een groot deel van de bevolking verklaarde destijds in een enquête het gebouw 'een maatje te groot' te vinden voor een stad als Breda. Maar de kritiek in de stad heeft volgens de theaterleiders inmiddels plaats gemaakt voor bewondering. De vriendenvereniging groeit dagelijks, zegt Ten Zijthoff, die eigenlijk niet aan onverkwikkelijkheden uit het verleden herinnerd wenst te worden: “Het heeft geen zin dat nog eens op te rakelen”. Zo was er sprake van dat het bureau van Joop van den Ende langdurige produkties in de grote zaal zou brengen, in combinatie met de bouw van een hotel op het Chasséterrein. In november onderstreepte burgemeester Nijpels die mogelijkheid nog eens. Ten Zijthoff: “Ach, dat is typisch de pr-stijl van Ed Nijpels. Het plan werd pats, boem, gedropt. De gemeente wil graag een horeca- en hotelfunctie aan de kloosterkazerne geven met vergader- en congresruimtes. Dat is uitgegroeid tot een lange rij van zakenpartners, waaronder iemand die in het Circustheater geïnvesteerd had en de grote zaal wel door Joop van den Ende wilde laten exploiteren. Maar Van de Ende zei zelf meteen al dat hij die zaal te klein vond, voor zijn musicals heb je ten minste 1700 stoelen nodig. Gelukkig is dat geen reële optie gebleken, ik had er niet aan moeten denken die zaal kwijt te raken, dan hadden wij deze programmering niet kunnen doen.”