Charles Robert Darwin (1809-1882); Een brave jonge gentleman

JANET BROWNE: Charles Darwin. Voyaging

605 blz., geïll., Jonathan Cape 1995, ƒ 65,55

In het derde kwart van de negentiende eeuw schokt Charles Darwin het westers wereldbeeld door de publikatie van zijn evolutietheorie. Genesis is voortaan literatuur, niet langer documentaire en God degradeert van schepper tot toeschouwer, nu Darwin aannemelijk heeft gemaakt dat nieuwe biologische soorten automatisch ontstaan. Ook de mens valt van zijn zelf gemaakte voetstuk. Hij wordt beroofd van zijn ziel en opgezadeld met een verleden als primaat.

Behalve een nauwgezet geoloog en bioloog met een onvoorstelbare werkkracht, was Darwin ook een groot scribent. Tijdens zijn reis met de Beagle went hij zich aan dagelijks zijn observaties en gedachten te noteren en houdt de rest van zijn leven aan die gewoonte vast. Doordat Darwin stapels notitieboeken, wetenschappelijke publikaties, duizenden brieven en een autobiografie naliet, zag Janet Browne kans een ongewoon gedetailleerde reconstructie te maken van zijn leven en vooral van de ontwikkeling van zijn evolutiegedachte.

Darwin wordt al jong geconfronteerd met fundamentele vragen over de geschiedenis van het leven op aarde. Zijn grootvader Erasmus Darwin werd wel de Engelse Lamarck genoemd en was een radicaal denker en dichter die een evolutietheorie op denderend rijm zette. Na een afgebroken medicijnenstudie in Edinburgh gaat Darwin in Cambridge studeren met het idee dominee op het platteland te worden. Hij voelt zich thuis in het traditionele milieu van overwegend welgestelde studenten. Hij jaagt, rijdt paard en verzamelt gepassioneerd kevers, terwijl hij zich intussen oprecht zorgen maakt of zijn geloof niet al te mager is om er zijn vak van te maken.

In Cambridge wordt Darwin geïnspireerd door intellectuelen als de botanicus Henslow, die hem bovendien verlost van een toekomst als theoloog. Als Fitzroy, de kapitein van de Beagle, op zoek is naar een gentleman met natuurhistorische belangstelling om hem te vergezellen op zijn reis, pleit Henslow voor Darwin. Enkele maanden later dobbert Darwin richting Kaap-Verdische eilanden. Het grootste deel van de tijd ligt hij kokhalzend op een sofa, terwijl Fitzroy hem onderhoudt over de romanpersonages van Jane Austen. Als er dan aan boord ook nog bemanningsleden worden gegeseld wegens uiteenlopende vergrijpen, denkt Darwin dat hij in de hel is beland. Het scheelt niet veel of hij gaat van boord en welk wereldbeeld we dan gehad zouden hebben, is moeilijk te zeggen.

Het is formeel de taak van de scheepsarts McCormick om een natuurhistorische verzameling aan te leggen en hij wil niets liever. Als Darwin op het eerste vulkanische eiland dat de Beagle aandoet, in extase planten uitrukt en dieren afschiet voor zijn verzameling, ontploft McCormick. In de kleine kustvaarder ontbreekt de ecologische ruimte voor twee naturalists. McCormick ziet in dat hij tegen een rijke gentleman, bovendien de protégé van de kapitein, geen schijn van kans maakt en vertrekt verbitterd naar huis. Lang voordat Darwin theoretisch heeft begrepen dat alleen de geschiktsten overleven, laat hij zijn concurrenten verwijderen.

Exemplarisch

In Zuid-Amerika gaat Darwin aan land zodra het maar even kan. Browne vat Darwins wetenschappelijke denkbeelden schijnbaar moeiteloos samen en wisselt deze passages af met beeldende beschrijvingen van verzameltochten in het Braziliaanse regenwoud en op de vlakten van Patagonië. Browne maakt bovendien duidelijk dat de reis van de Beagle exemplarisch is voor de tijd van Britse koloniale expansie. Europeanen, Engelsen niet uitgezonderd, voelen zich superieur aan de rest van de wereldbevolking en vragen zich niet eens af of ze het recht wel hebben om onbekende gebieden in kaart te brengen en zo mogelijk te exploiteren.

Aan boord van de Beagle bevinden zich ook enige cultureel gemanipuleerde Vuurlanders. Op een eerdere reis had Fitzroy er drie gevangen en één geruild voor een parelmoeren knoop. Hij had ze indertijd mee genomen naar Engeland met het idee ze gekleed en gekerstend weer in het wild uit te zetten als evangelisten. Vier jaar lang werden ze als circusdieren getraind in Engeland totdat ze hun schoenen poetsten, op het juiste moment 'not bad' zeiden en in God geloofden. Het experiment werd een fiasco, want het contact van de gepolijste Vuurlanders met de Heilige Geest verwaterde snel na hun vrijlating.

Desondanks was Darwin diep getroffen door de gedaanteverwisselingen, hoe oppervlakkig ook, die de Vuurlanders in zo korte tijd hadden ondergaan. Hij werd zich ervan bewust dat 'beschaving' niet meer was dan een flinterdunne laag vernis. De verwantschap van mensen uit verschillende streken van de wereld was veel nauwer dan hij ooit vermoed had en nog verder strekkend: Als een lijfelijke Vuurlander zo gemakkelijk kon worden omgetoverd in een gentleman met samengeknepen billen, was de kloof tussen mensaap en mens dan wel zo groot als algemeen werd verondersteld?

Als Darwin hoog in de Andes stuit op oesters, fossiele haaietanden en een versteend bos uit de vlakte, komt het Zuidamerikaans landschap voor zijn geestesoog in beweging: Land verrijst uit zee en raakt begroeid met bos dat tergend langzaam wordt opgeheven. Er onstaan bergen, bomen sterven van de kou en verstenen ten slotte. Lager leven trage hazen zo groot als neushoorns en reuzenmiereneters die ooit in het bos scharrelden.

Darwin is diep onder de indruk van het landschap en voelt zich nietig als hij vulkanen hoort zuchten en dan lava ziet spuiten over bevende grond. Dromend over zeebodems die millimeter voor millimeter dalen, valt hem in hoe koraal rif afzet. Hier in Chili komen de dorre schema's van de geoloog Lyell tot leven. Zijn grote voorbeeld zou wel eens gelijk kunnen hebben dat de geschiedenis van de aarde een opeenhoping is van betrekkelijk kleine gebeurtenissen zoals een vulkaanuitbarsting. Aanvankelijk is Darwins geloof in geleidelijke verandering beperkt tot de ontstaansgeschiedenis van het landschap, later komt daarbij het tempo van evolutie van planten en dieren.

Darwin is lang en breed terug in Engeland als hij ervan overtuigd raakt dat soorten niet onveranderlijk zijn, maar evolueren. De ornitholoog John Gould denkt dat de vinken die Darwin meebracht van de Galapagagos-eilanden geen variëteiten zijn maar echte biologische soorten. Ze zouden op deze jonge vulkanische eilanden ter plekke ontstaan kunnen zijn uit een groepje verdwaalde vinken van het vasteland. Maar helaas heeft Darwin nagelaten, tegen zijn gewoonte in, de balgen per eiland te etiketteren, zodat er te weinig materiaal is om zijn evolutietheorie te verifiëren.

Schildpadden

Als een bezetene maakt hij de reis nogmaals in zijn verbeelding en weer stuit hij op de Galapagos-eilanden. Wie had hem indertijd gezegd dat de schilden van de reuzenschildpadden per eiland verschilden in vorm en tekening? Hoe is het mogelijk dat hij aan die opmerking geen aandacht had geschonken? Nu is het helaas te laat. Darwin herinnert zich de heerlijke smaak van het schildpadvlees, maar de schilden zijn overboord gekieperd. Die liggen op de oceaanbodem.

Behalve voor enkele vertrouwelingen, zoals Hooker en Lyell, houdt Darwin zijn langzaam uitdijende theorie geheim. Talloze mensen leveren zonder het te weten substantiële bijdragen aan de ontwikkeling van zijn ideeën. Hij legt nieuwe verbanden tussen geologische, biologische en antropologische verschijnselen en lijft Malthus's gedachtengoed in door de regels van populatiegroei en kansrekening op dieren en planten toe te passen. Darwin beseft de consequenties: Als er overbevolking ontstaat, zullen bestaansbronnen beperkend werken. Om in leven te blijven en nageslacht te verwekken zullen individuen moeten concurreren. Net als in de Victoriaanse maatschappij is er ook in de natuur een strijd om het bestaan. Begrippen als variatie, toeval en selectie vinden in de loop der jaren hun plaats in zijn bouwsel.

Darwin is zelf enigszins verbaasd dat het radicale idee van evolutie door natuurlijke selectie juist in zijn trage hoofd meende te moeten opkomen. Nu zit hij er mee, doodsbenauwd voor de weerstanden die publikatie onvermijdelijk zal oproepen. Hij heeft niets van de dadaïst die gretig op zoek is naar tenen om op te staan, maar is integendeel een brave gentleman uit de heersende klasse. Hij wil niemand kwetsen en zeker geen aanvaring met God.

Honkvast

Zichzelf gek makend van angst, duikt hij onder in de classificatie van zeepokken. Acht jaar lang ploetert hij aan een monografie over deze dieren. Deels omdat hij wil doordringen in het wezen van de biologische soort, maar vooral ook om uitstel van publikatie voor zichzelf te kunnen verantwoorden. Kenmerkend is dat het hem steeds weer lukt specialistische onderwerpen te tillen naar een universeel niveau. Starend naar minieme verschillen tussen pokken stuit hij, en passant, op de oorsprong van seks. Hij vindt alle overgangen, van zichzelf bevruchtende hermafrodieten tot heuse heteroseksuelen. Langzaam maar zeker gaat Darwin, die net als een juveniele zeepok zijn bestaan zwervend begon, een beangstigende gelijkenis vertonen met de honkvaste volwassenen. Misselijk, brakend en lijdend aan knetterende ontgassingen, de beruchte ziekte der geleerden, trekt hij zich beschaamd terug uit het sociale leven. Zich verschansend in zijn studeerkamer raakt hij gefascineerd door zijn functieloze tepels en spit in gedachten zijn lichaam door, op zoek naar restanten van de hermafrodiet die hij op het spoor meent te zijn.

Darwin heeft ook belangstelling voor experimenten. Zijn laboratorium aan huis staat op een gegeven ogenblik vol met bakken zout water om de overlevingskansen van plantezaden na een verblijf in zee te onderzoeken. In de hoop hun verspreiding te kunnen verklaren, berekent hij de afstand waarover deze zaden, met behoud van kiemkracht, zouden kunnen worden vervoerd. Later raakt hij hevig geïnteresseerd in de vormveranderingen die duivenfokkers weten te bewerkstelligen door kunstmatige selectie. Hij bezoekt sierduivententoonstellingen, spreekt met fokkers en houdt zelf duiven. En al houdt Darwin veel van zijn vele kinderen, zelfs zij worden af en toe het slachtoffer van zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Hij niest met opzet hard bij het gezicht van zijn pasgeboren zoon, die in huilen uitbarst en een uur later nog panisch is van angst. Maar Darwin is weer een stap verder en noteert: Angst is aangeboren, niet aangeleerd.

Terwijl de genuanceerde Darwinbiografie van Desmond en Moore uit 1991 met recht afdoend werd genoemd, dreigt de biografie van Janet Browne, waarvan het eerste deel nu is verschenen, nog afdoender te worden. Dat uitputtend gedocumenteerde eerste deel eindigt op het moment dat Darwin, na twintig jaar uitstel, begint te schrijven aan zijn meesterwerk: 'The Origin of Species'.