Bureau in Utrecht geopend voor hulp aan NSB-kinderen

UTRECHT, 1 JULI. Kinderen en kleinkinderen van mensen die in de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitse bezettingsmacht kozen kunnen sinds gisteren terecht bij een landelijke bureau in Utrecht. Het bureau werd gistermiddag geopend door de Werkgroep Herkenning, een stichting die opkomt voor de belangen van deze groep oorlogsgetroffenen.

De werkgroep werd in 1981 opgericht, maar leidde een geïsoleerd bestaan. Andere instanties die voor oorlogsslachtoffers op de bres staan hebben nakomelingen van NSB-ouders nog nauwelijks erkend en veelal gemeden. Hoewel dit nog steeds voorkomt is er dit jaar een doorbraak bereikt.

Sinds 1 januari 1995 krijgt de stichting voor vijf jaar in het totaal 625.000 gulden aan rijkssubsidie. Met deze steun kan het kantoor worden ingericht en één fulltime-medewerker worden bekostigd.

Ook werd het bestuur van de werkgroep dit jaar voor het eerst officieel uitgenodigd om deel te nemen aan de nationale dodenherdenking op 4 mei op de Dam in Amsterdam. Verder was het werkgroepsbestuur officieel aanwezig bij de herdenkingstoespraak in Den Haag van koningin Beatrix bij de vijftigste 5 mei-viering.

Volgens de Amsterdammer Hans Donkervoort, de voorzitter van Werkgroep Herkenning, was de nationale dodenherdenking het hoogtepunt van de doorbraak in het isolement van de kinderen met NSB-ouders. “Toen ik op 4 mei naast medebestuurslid Pieter Coen Blom naar het nationaal monument liep, temidden van politici en vertegenwoordigers van oorlogsgetroffenen en oud-strijders, viel er een last van me af. Eindelijk erkenning. Dat maakte het gedenken van de overledenen en levende doden, ondanks alles tot een blijde gebeurtenis ... (want) zolang mijn verhaal niet verteld leek te mogen worden, was het lastig me open te stellen voor het lijden van anderen in en na de oorlog.”

Ook meent Donkersloot dat “velen beginnen te bevroeden dat de scheidslijn tussen goed en fout niet tussen maar in mensen gezocht moet worden. Hierdoor ontstaat een aarzelende belangstelling voor het verhaal van de 'foute ouders' zelf. Want men kan niet in de toekomst voorkomen, wat je in heden en verleden niet begrijpt”.

De werkgroep die zich nadrukkelijk distantieert van iedere sympathie voor (neo-)fascisme en (neo-)nazisme, voelt zich sinds zij rijkssubsidie kreeg om haar kantoor in Utrecht in te richten en twee half-timers kon aanstellen, een min of meer 'gerespecteerde' organisatie. Onderzocht wordt nog of de oorlogsgetroffenen die zij vertegenwoordigt ook in aanmerking kunnen komen voor erkenning als oorlogslachtoffers in het kader van de Wet uitkeringen burger oorlogsslachtoffers.