Zalm: scherpere regels beurshandel

DEN HAAG, 30 JUNI. Minister Zalm van financiën wil zo snel mogelijk de wet aanscherpen die beurshandel met voorkennis van ontwikkelingen in een bedrijf strafbaar stelt. Hij zei dat gisteren in de Tweede Kamer als reactie op het arrest van de Hoge Raad in de HCS-voorkennis-affaire.

De Hoge Raad vernietigde dinsdag de veroordeling van oud-Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen, die was beschuldigd van misbruik van voorwetenschap bij de verkoop van aandelen in het inmiddels failliete automatiseringsconcern HCS. Daarbij hanteerde het hoogste Nederlandse rechtscollege een krappe interpretatie van het begrip misbruik van voorwetenschap.

Zalm is bang dat Nederland “internationaal de risee” wordt, zo verklaarde hij tegenover het NOS-journaal, na afloop van het debat met de vaste commissie voor financiën in de Tweede Kamer.

De toezichthouders op het effectenverkeer waarvoor Financiën verantwoordelijk is vrezen dat nu veel onverkwikkelijk beursgedrag niet langer strafbaar is. “We moeten voldoen aan de internationale normen wil Nederland zijn positie als kapitaalmarkt behouden”, zo zei Zalm.

Volgens de minister zal de uitspraak van de Hoge Raad “voor 99 procent zeker” tot een wetswijziging leiden. Volgende week zal daarover al overleg plaatshebben met de betrokken toezichthouders en het openbaar ministerie.

Na het zomerreces kan de Kamer een brief over de kwestie verwachten.

Pag.13: Wet beursfraude te ruim

Een woordvoerder van Financiën uitte vanochtend als toelichting op de woorden van Zalm kritiek op de wet die in 1989 is ingevoerd. “Die wet is nog via het consensusmodel in elkaar gezet,” zo zei hij: “Alle partijen mochten hun zegje doen. Dat heeft geresulteerd in een tekst die zo ruim interpretabel is geworden dat men het helemaal op jurisprudentie heeft moeten laten aankomen.”

Het arrest van de Hoge Raad legt het begrip handel met voorkennis nu heel krap uit. Zo heeft de raad bepaald dat bij misbruik van voorwetenschap van te voren duidelijk moet zijn welke richting de koers van een aandeel zal gaan als de de informatie op grond waarvan wordt gehandeld bekend zou zijn.

De effectenbeurs en het Openbaar Ministerie hebben altijd betoogd een dergelijke duidelijkheid over de richting van de koers vrijwel nooit te geven valt. Vervolging van beursfraudeurs zou daardoor haast onmogelijk worden.

De Hoge Raad stelde ook vast dat bij misbruik van voorwetenschap het voordeel rechtstreeks uit de beurstransactie moet voortvloeien. De uitleg dat Van den Nieuwnhuyzen een indirect voordeel zou hebben behaald, werd niet geaccepteerd. Het Openbaar Ministerie beschuldigde van den Nieuwenhuyzen ervan zich door de verkoop van 4,1 miljoen aandelen in een betere uitgangspositie te hebben gemanoeuvreerd voor deelname aan een nieuwe kapitaalinjectie voor HCS.

Minister Zalm vindt op voorhand niet dat er iets gedaan moet worden aan de bepaling dat misbruik van voorkennis alleen strafbaar is als het gaat om “genoteerde effecten”. Dat is van belang in de voorkenniszaak rond de bestuurders en managers van het Haagse handelshuis Borsumij Wehry. Justitie onderzoekt momenteel of zij zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik van voorkennis vlak voor de overname in 1993 van het handelsbedrijf Stokvis. De advocaten van de Borsumij-top hebben al gezegd dat die zaak sowieso al stukloopt omdat het hier allerlei financiële produkten betrof die niet officieel op de beurs waren genoteerd.

Volgens een woordvoerder van Financiën maakt het ministerie zich hierover echter geen zorgen “omdat de crux van de wet draait om de handel met voorkennis en dat het soort effecten van ondergeschikt belang is”. Toch acht hij het niet uitgesloten dat als de hele wet overhoop gehaald wordt ook nog eens nadrukkelijk gekenen gaat worden naar de omschrijving dat het moet gaan om genoteerde effecten.