Verslaafd.

Jaar na jaar komt de Tour als een resistente schimmel over me heen gevallen. Drie weken lang onttrek ik me aan het gezag van vrouwen en hoofdredacteuren, aan de verlokking van de straat. Het peloton als de grote anti-zapper, dat ook. Verslaving aan rennerskoppen is niet te genezen.

De Tour met zijn barnum en winstbejag, zijn combines, doping en slimmigheden neemt me toch weer mee naar de paradijselijke hoogte waar de staat van kameraadschap onschendbaar is. Zonder die paradox, misschien wel zelfbedachte leugen is er geen zomer.

Wat heeft Indurain meer dan Jacco Eltingh?

De volleys waarmee Eltingh het Duitse kanon Stich vernederde op het centre court van Wimbledon waren natuurlijk prachtig, maar het bleven kunstjes in de verte. Ik voelde niets van enige participatielust. Succes uit blik. Als ik Indurain op de fiets zie zitten, ontsnap ik meteen aan mezelf. Dan wil ik, gedreven door een raar soort paringsdrang, mee aan de kop van het peloton gaan sleuren. Of op z'n minst in de berm langs de weg staan om de masseer-olie die de benen van de renner zo mooi doen glanzen op te snuiven. Een fiets is toch meer dan een racket het vehikel van gelijke kansen. In Indurain zie je het volk omhoog klimmen, Eltingh komt niet veel verder dan een symbiose met kenners en een mooie kapster. Het ene zweet is het andere niet.

Miguel Indurain woont nog steeds in zijn geboortedorp Villava, niet in Monaco. En een twee-onder-een-kap-woning is voor hem al chic genoeg. Als hij thuis is gaat de viervoudige Tourwinnaar, zoals alle dorpelingen, deemoedig offeren bij het beeld van de Maagd van Rosario. Je ziet het bij nog meer grote wielerkampioenen: het dorp blijft duren. Ze spreken ook in de geest van het dorp. De vocabulaire van Indurain en Berzin bestaat uit tweeduizend woorden. Ik ken trouwens maar weinig breedsprakerige Tourwinnaars. Ordinaire sprinters hebben doorgaans meer retorische kapsones. Maar zij komen dan ook niet verder dan een dagsuccesje. Schraalheid van taal verhevigt de legende. Dan pas krijgt het lijden een eigen soortelijk gewicht. Merckx, Hinault en Anquetil stonden in hun gloriejaren ook als mompelende blindgangers op het podium. Het semi-mondaine gekakel hebben ze later geleerd. Alleen de onsterfelijke Joop Zoetemelk is in de binnentaal van het peloton stil blijven staan. Daarom is het zo'n genot om Joop weer eens tegen het lijf te lopen. De frêle maëstro spreekt nog steeds zoals hij destijds fietste: altijd afwerende zinnen, catenaccio. Briljante eenvoud.

Het heet dat zelfs het gras van Wimbledon stijf staat van de traditie. Nou, als het op traditie aankomt, geef mij dan maar de Tour de France. Daar fietst het verleden nog echt mee. Denk de reclamemaskers, de zonnebrillen en oorbellen weg en de gezichten van de renners zijn nog even antiek als vroeger. Het weerbarstige van het landschap is in de jukbeenderen verankerd. Ook de ambiance van de Tour is dezelfde gebleven. De tijd is een beest in de Ronde, voor renners, ploegleiders, mecaniciens en soigneurs. Maar 's avonds na de etappe, als de ijzeren stoet is stilgevallen, krult er uit de leegte van een Frans plattelandshotelletje soms een opera-achtig feest op. Dan zingt het volk.

La Grande Boucle belooft een spannend duel te worden tussen Indurain en Rominger, met Berzin en de kleine Pantani als outsiders. De tien Nederlanders zullen zichzelf moeten overtreffen met een etappezege. Meer zit er niet in. Onze potentiële klassementsrijders zijn halverwege de puberteit verdwaald geraakt in de (gesubsidieerde) lichtheid van het bestaan. Bouwmans is als Ronde-talent nog steeds een eeuwige belofte. Maassen, Nijdam, Van Poppel en zelfs Tristan Hoffman waren al bijna miljonair in de aanloop naar hun wielercarrière. Drie ereplaatsen per jaar en hopla, het contract werd alweer met een tonnetje of twee aangepast. Mercedes voor de deur, een boodschappen-Golfje voor mevrouw en een aërodynamische wieg voor het eerste kind. Terwijl Jelle in de winter het hele land afreist om zijn collectie juke-boxen aan te vullen, rijdt Indurain met de tractor van zijn vader over de velden van Villava. Ik weet het wel, het zijn ouwe zakken, dominees of nog slechter volk dat om zo'n kleinigheidje staat te kniezen, maar toch: Nijdam zal ook deze keer de Tour niet winnen. Indurain wel.