Verkleurde armband en een oud poppetje als bijgeloof

LONDEN, 30 JUNI. Tennisster Kristie Boogert was gisteren meer tijd kwijt aan het inpakken van haar tas en de voorbereiding dan aan de wedstrijd tegen Elena Makarova. Met krachtig en elegant machtsvertoon versloeg ze de Russische binnen een uur met 6-0 en 6-2. Morgen speelt Boogert in de derde ronde van Wimbledon tegen de grote favoriete, Steffi Graf. “Heerlijk”, zei Boogert. “Vorig jaar had ik hier ook tegen haar moeten spelen, als ze toen niet in de eerste ronde had verloren. Dit jaar zou het gebeuren in de derde ronde in Parijs, als ik niet had verloren.”

Ze weet zich morgen in ieder geval gesteund door maar liefst vijf verschillende geluksbrengers. Om haar linkerpols draagt ze een inmiddels verbleekt Zuidamerikaans katoenen armbandje. In een zijvakje van haar tas zit sinds haar tiende al een poppetje, destijds een cadeau bij een pak papieren zakdoeken. Aan haar gouden ketting hangt een klavertje-vier, een olifantje met zijn slurf omhoog en een klein racket, een geschenk van haar tennisclub Zuid-Beijerland “Ik ben niet zo bijgelovig dat ik wanhopig word als er iets breekt, maar als ik de baan op ga heb ik gewoon altijd precies hetzelfde bij me.”

Professionele tennissers laten zo min mogelijk aan het toeval over. In de immense tas naast hun stoel zitten niet alleen rackets, maar alles wat ze tijdens een partij nodig zouden kunnen hebben. De voorbereiding op een wedstrijd begint daarom eigenlijk al thuis. Boogert pakt de dag voor haar vertrek haar tassen zorgvuldig in. “Ik heb meestal 25 tot 30 kilo bagage bij me. Ik wil niet mis grijpen. Het is belangrijk dat je alles bij je hebt, ook al gebruik je meestal de helft niet. Als je buiten de baan goed georganiseerd bent, ben je dat op de baan ook. Thuis hang ik wel eens mijn jas op de verwarming, op reis nooit. In mijn hotelkamer ligt alles op volgorde in de kast. Ook van de toppers is niemand rommelig. Dat is geen toeval.”

De lijst met spullen die ze in haar grote rode tas de baan opdraagt is uitgebreid. Ten eerste zes rackets, geordend op sterkte van bespanning, de zachtste het verste weg. Voor de wedstrijd heeft ze ieder racket nieuw laten bespannen en van nieuwe bandjes om de greep voorzien. Tussen het vijfde en het zesde racket zit een mal van het logo van haar sponsor Wilson, zodat ze desnoods tijdens een partij haar snaren kan bijkleuren. In een blauw tasje bewaart ze vibratie-dopjes. Die zitten tussen de snaren om de trillingen op te vangen.

Ze heeft altijd een banaan bij zich, maar eet die nooit op. “Ik eet meestal anderhalf uur voor de wedstrijd: brood, een salade en fruit. Drinken neem ik niet mee. Op de baan pak ik het liefst water zonder bubbels.” Ze heeft een springtouw bij zich voor de warming-up. Een ijszak die ze kan vullen met ijsblokjes om na afloop haar spieren te koelen. En een toilettas met onder meer een schaartje, tape, een haarspeld en medicijnen tegen haar allergieën. “Ik kan niet tegen epoxy-hars, dat zit bijvoorbeeld in lijm en op houten vloeren, en nikkel, wat wordt verwerkt in drukknopen en horloges. Dan wordt ik moe en krijg ik een paars hoofd.”

In de tas zitten een reserve-haarband, een reserve-zweetband, twee paar sokken - ze speelt met twee paar over elkaar - en een petje. De mannen kunnen op de baan hun bezwete shirt verwisselen voor een droog exemplaar. Bij de vrouwen leidde eenzelfde actie van een speelster op Wimbledon ooit tot paniekreacties van ballenjongens, die razendsnel met opgehouden handdoeken om haar heen gingen staan. “We mogen twee keer vijf minuten van de baan om wat schoons aan te trekken. Ik neem altijd heel veel kleren mee. Je moet rekening houden met drie regenbuien.”

Voor de wedstrijden beschikt ze over vier polo's, vier rokjes, acht paar sokken, twee trainingspakken en een witte spencer. Voor de training heeft ze drie shirts en drie broekjes. “Ik ga nooit, ook niet in de training, met een ongestreken shirt de baan op. Dat is niet netjes. Ik wil er niet per se mooi uitzien, maar er zijn altijd mensen die kijken. Mijn sponsors investeren in me, ik moet me representatief gedragen.”

Op de grote toernooien is er voor alle speelsters een kluisje gereserveerd voor hun kostbaarheden. “Als er geen kluisje is, stop ik ook mijn sleutels en mijn portemonnaie in mijn tas. Vorig jaar, op Amelia Island, is alles gestolen van een meisje dat 900 dollar bij zich had. Niet zo slim.”

Tenslotte bevat haar tas boeken, zodat ze tijdens het wachten wat te lezen heeft. Dit keer: verzamelde columns uit deze krant van Youp van 't Hek en de autobiografie van de legendarische tennisser Arthur Ashe. En ze heeft een computer bij zich, een verjaardagscadeau van haar coach Betty Stöve, zodat ze desnoods in haar eentje backgammon kan spelen.