Vanaf 2000 houdt subsidie aan NS op

DEN HAAG, 30 JUNI. NS en minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) zijn overeengekomen dat in het jaar 2000 de spoorwegen geen exploitatiesubsidie van de overheid meer krijgen. Vanaf volgend jaar mogen NS zelf de prijs van de treinkaartjes vaststellen.

Dat staat in het contract dat NS en rijk gisteren hebben gesloten over de verzelfstandiging van de spoorwegen. Tot die verzelfstandiging is twee jaar geleden geadviseerd door de zogeheten commissie-Wijffels, hiermee aansluitend op Europese regelgeving over het spoorvervoer. Vervolgens is bij NS onder leiding van een nieuwe topman, R. den Besten, een grootscheepse reorganisatie ingezet. Zo moesten er enkele duizenden arbeidsplaatsen verdwijnen en is het bedrijf opgedeeld in aparte, zelfstandige rechtspersonen, zoals NS Reizigers, NS Stations en NS Vastgoed.

Over de voorwaarden waaronder de verzelfstandiging vorm moet krijgen, is tussen NS en het ministerie van verkeer en waterstaat bijna twee jaar onderhandeld. In de nieuwe verhoudingen wordt de overheid verantwoordelijk voor de railinfrastructuur en de regulering van het gebruik daarvan. NS zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Minister Jorritsma sprak gisteren van een “redelijk en evenwichtig akkoord”, dat NS in staat moet stellen “zich verder te ontwikkelen tot een klantgerichte onderneming”.

Afgesproken is dat de overheid borg staat voor een “minimaal gewenst openbaar vervoersaanbod”. Lijnen waarvan de exploitatie NS voor grote financiële problemen stelt, worden aan de overheid aangeboden voor exploitaitie op contract-basis. Het ministerie reserveert hiervoor een bedrag dat oploopt tot 80 miljoen gulden in 2000, het jaar waarin de exploitatiesubsidie van de oorspronkelijke 450 miljoen zal zijn teruggebracht tot nul. Ook rekent het ministerie erop dat provincies en gemeenten contracten met NS zullen afsluiten. Over ongeveer een half jaar zal duidelijk worden welke lijnen NS voor contractering willen aanbieden.

NS zeggen in het contract toe dat zij tot medio 1996 de huidige dienstregeling “grosso modo handhaven”. Vanaf dat moment zijn de spoorwegen “vrij in het bepalen van het voorzieningenniveau”, waarbij is overeengekomen dat tot het jaar 2000 het aantal plaatskilometers niet meer dan maximaal 15 procent mag dalen. Plaatskilometers is de grootheid waarin NS het totale aanbod uitdrukken, ongeacht of van dit aanbod gebruik wordt gemaakt. Het gebruik wordt uitgedrukt in reizigerskilometers.

Omdat wordt verwacht dat er concurrenten op het spoor komen, blijft de regulering van het gebruik van de infrastructuur in handen van de overheid. Voor stations geldt dat ook die desgewenst kunnen worden gebruikt door de nieuwe concurrenten. Als voorbeeld van een mogelijke concurrent noemde minister Jorritsma gisteren het Rotterdamse vervoerbedrijf RET, dat (stop)treinen in die regio zou kunnen gaan exploiteren. Voor stations geldt dat het aantal hiervan tot het jaar 2000 alleen mag dalen als dit komt doordat de trein wordt vervangen “door bijvoorbeeld een bus”, of “als het zeer kleine stations betreft”, aldus het contract.

NS Cargo is gevraagd, zo blijkt verder uit het contract, een nieuw businessplan op te stellen, waarin “een strategie voor een goed levensvatbaar bedrijf wordt vastgelegd”. Uit een in opdracht van NS en ministerie door McKinsey en Company verricht onderzoek naar de financiële positie van de diverse NS-onderdelen, is gebleken dat NS Cargo dat nu niet is. Op basis van het nieuwe businessplan zal dit najaar een besluit vallen over de kapitaaldotatie aan NS Cargo. In de financiële bijlage is hiervoor al een principe-bedrag opgevoerd van 162 miljoen gulden, te verstrekken over een periode van vier jaar.

Ook over de sanering van vervuilde bodems op NS-terreinen moeten nog nadere afspraken worden gemaakt. NS en overheid schatten dat een totaal bedrag van 2,5 miljard gulden voor bodemsanering zal moeten worden uitgetrokken. Over de verdeling van de lasten wordt eind dit jaar besloten. Afgesproken is daarnaast dat NS tot het jaar 2000 nog voor 800 miljoen aan leningen met staatsgarantie kan opnemen voor de aanschaf van rollend materieel.

NS en overheid concluderen in de slotbeschouwing van het contract dat “met de afspraken die nu zijn gemaakt, NS de ruimte krijgt zijn sterke kanten verder uit te bouwen en zich verder te ontwikkelen tot een klantgerichte onderneming”. “De prikkel van concurrentie zullen de reiziger en de verlader ten goede komen. Nederland heeft goed spoorvervoer. Met de afspraken die nu zijn gemaakt, slaan we de weg in naar nog beter spoorvervoer!”