Rampenverzekering wordt goedkoper

De nieuwe nationale verzekering tegen de schade van aardbevingen en overstromingen van rivieren gaat per polis 12,50 gulden kosten. Dat is goedkoper dan de opslag van 15 tot 20 gulden op de premie van elke inboedel- en opstalverzekering, waar betrokkenen tot nu toe vanuit gingen. Minister Zalm van financiën stelde gisteren in een overleg met de Tweede Kamer dat de jongste berekeningen hebben uitgewezen dat een verplichte opslag van 12,50 gulden toereikend is.

Het is de bedoeling dat de rampenverzekering 1 januari ingaat. Iedereen die zijn huis of inboedel verzekerd heeft, moet vanaf dat moment verplicht meebetalen aan de nieuwe verzekering. Alle premies bij elkaar leveren een bedrag op van tussen de 150 en 200 miljoen gulden. Na een jaar of drie is, als er geen uitkeringen plaatsvinden, de beoogde fondsgrootte van een half miljard gulden bereikt.

De nieuwe rampenverzekering krijgt een wettelijke grondslag, waarover het kabinet naar verwachting vandaag een besluit zou nemen. Volgens Zalm is de regeling die nu ontworpen is bestemd voor “het kleinere rampenwerk”. Als er de afgelopen jaren al een dergelijk fonds had bestaan dan had de schade van de wateroverlast van december 1993 en afgelopen winter daaruit bestreden kunnen worden. Als er sprake is van omvangrijke dijkdoorbraken in het rivierengebied zal de overheid toch weer moeten bijspringen.

De verzekeraars zullen bij schades in ieder geval tot 100 miljoen gulden uit hun eigen reserves bijdragen als het fonds niet toereikend is. Het convenant is voor drie jaar afgesloten. Rijk en verzekeraars bekijken daarna of ze doorgaan. Zijn er in de tussentijd geen uitkeringen van enige betekenis gedaan, dan zou volgens Zalm overwogen kunnen worden om meer soorten schade onder de verzekering te brengen, dan wel de premie te verlagen.