Proefschrift: kleine groep bezoekt nooit een huisarts

GRONINGEN, 30 JUNI. Mensen die zelden of nooit een huisarts bezoeken, lopen een onnodig groot gezondheidsrisico. Huisartsen zouden deze kleine groep patiënten, minder dan tien procent, moeten registeren als 'risicopatiënten'. Alle patiënten zouden jaarlijks van hun zorgverzekeraar een overzicht moeten krijgen van hun consultatiegedrag, afgezet tegen het gemiddelde consultatiegedrag van leeftijdgenoten. Dit kan patiënten die nooit naar de huisarts gaan aan het denken zetten.

Dit stelt de sociologe H. Beukema-Siebenga in een proefschrift over het huisartsenbezoek waarop zij op 6 juli promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij ondervroeg 39 patiënten op het platteland van de provincie Groningen van veertig jaar en ouder die langer dan vijf jaar niet naar de huisarts waren geweest. Na drie jaar werd het gedrag van deze groep opnieuw onderzocht.

Volgens het onderzoek leven de patiënten die zelden of nooit een arts bezoeken niet gezonder dan anderen. De groep die vijf jaar of langer geen arts bezoekt, bedraagt minder dan vijf procent van alle patiënten, vermoedt de sociologe. Deze patiënten hebben dezelfde sociaal-economische achtergrond, opleiding en manier van leven als mensen die wel een huisarts bezoeken. Driekwart van de Nederlanders raadpleegt de huisarts meer dan vijf keer per jaar.

De mensen die nooit naar de dokter gaan, hebben geleerd zichzelf te helpen, zo stelt de onderzoekster, ze leren vertrouwen op hun eigen deskundigheid en hun eigen lichaam, ook geeft het de mensen meer bevrediging, zelfvertrouwen en waardering van de omgeving. Bovendien heeft men geen kans op aandoeningen als gevolg van een medische behandeling en blijft de gezondheidszorg goedkoop. Volgens het proefschrift zouden mensen die zelden een huisarts consulteren, moeten worden beloond door een korting op de ziektekostenpremie. Wel moeten mensen in dat geval worden gewaarschuwd voor het gevaar dat ze lopen door te weinig naar de dokter te gaan, aldus het proefschrift.