Problemen rond houtkap Suriname

PARAMARIBO, 30 JUNI. De Surinaamse overheid heeft de onderhandelingen met de multinational Berjaya over houtkap in het binnenland afgerond.

Volgende week behandelt de Nationale Assemblee de concept overeenkomst.

De onderhandelingscommissie die voor de overheid gesprekken heeft gevoerd met Berjaya, Musa en Suri-Antlantic deelde gisteren mee dat momenteel slechts met Berjaya volledige overeenstemming is bereikt. Van het Indonesische bedrijf Musa is nog steeds geen duidelijkheid verkegen over de achtergronden van de moedermaatschappij, de Poridusa Group. Er zijn ook nog steeds geen technische en financiële gegevens overgelegd.

Musa is een groot probleem geworden voor de overheid. Ze had een investeringsplan ingediend dat er vanuit ging dat voor twee jaar rondhout zou mogen worden uitgevoerd. De overheid heeft echter slechts voor één jaar toestemming verleend, zodat een nieuw investeringsplan moest worden ingediend. Maar de onderhandelingscommissie heeft nog geen plan ontvangen dat haar bevredigt.

Daarbij komt dat Musa “op haar concessie in het gebied van Apoera op een wijze bezig is die niet in overeenstemming is met wat wij gedacht hadden”, aldus gisteren ir. Iwan Krolis, voorzitter van de onderhandelingscommissie van de overheid. Hij laat erop volgen: “Wij zouden, als wij als onderhandelings commissie dat konden, vandaag nog een eind maken aan toestanden van dit soort. Kennelijk heeft het land nog niet het punt bereikt om te zeggen: Dit moet stoppen.”

Krolis vertelde dat het parlement behalve de Berjaya overeenkomst ook het ontwerp van de wet op een Surinaams Hout Instituut zal behandelen. Tegen het eind van dit jaar moet het Hout Instituut volledig in staat zijn controle in en ontwikkeling van de bosbouwsector uit te kunnen uitvoeren.

In eerste instantie stond in de Berjaya overeenkomst dat een strook van vijf kilometer zou worden aangehouden als afstand van de dorpen aan de Tapanahony rivier waar Berjaya haar concessie krijgt. Deze afstand is vergroot tot tussen de zeven en vijftien kilometer, omdat de dorpelingen vinden dat zij te weinig ruimte zouden hebben. In de overeenkomst staat dat mochten op welke wijze dan ook de rechten van de binnenlandbewoners worden beperkt, en daarbij wordt voornamelijk aan de economische zone gedacht, de overeenkomst zal moeten worden herzien.

Wat herbebossing betreft is afgestapt van het planten van bomen, omdat dit in de praktijk minder succes blijkt te hebben. Gewerkt zal worden volgens het systeem bedacht door het Centrum voor Landbouw Ontwikkeling. Er wordt zodanig gekapt dat jonge bomen de gelegenheid wordt gegeven zich te ontwikkelen. Mocht blijken dat dit minder succes heeft dan gedacht, dan zal de overeenkomst moeten worden herzien.

Berjaya zal geen rondhout mogen exporteren. Ze zal het hout dat ze kapt, moeten gebruiken voor verwerking in en door haar eigen hout- en meubelfabrieken. Deze fabrieken moeten nog worden opgezet.

De overheid zal volgens de overeenkomst ongeveer 17 miljoen van Berjaya innen op jaarbasis terwijl 4.000 tot 6.000 mensen van wie 90 procent Surinamers moeten zijn, werk zullen vinden.