Ook hoeder publieke moraal is vogelvrij in ruw parlement

DEN HAAG, 30 JUNI. Zelfs Gert Schutte, anders het symbool van staatsrechtelijke en politieke zuiverheid, moest het gisteren zwaar ontgelden. Het ruwe parlementair klimaat van de laatste maanden, met zijn frequente botsingen aan de interruptie-microfoons en spectaculaire eindstemmingen, bracht zelfs de reputatie van de GPV-fractievoorzitter als strijder voor de publieke moraal aan het wankelen.

Op de laatste dag voor het zomerreces kreeg Schutte het zwaar te verduren vanwege de kanttekeningen die hij had geplaatst bij de belastingmoraal van minister Wijers. Volgens de fractievoorzitters van PvdA en D66 was Schutte er wel erg snel bij geweest om “suggestieve berichten” als zou Wijers de belastingdienst een oor hebben aangenaaid, op te waarderen tot een heuse kwestie. Ook Schutte zou uit zijn geweest op een vluchtig politiek succesje door de oud-zakenman, die zijn snelle lease-auto voor een te laag bedrag aan de fiscus zou hebben opgegeven, publiekelijk aan de schandpaal te nagelen.

Fractievoorzitter Wolffensperger noemde de GPV-voorman “een beetje hypocriet” omdat hij aanvankelijk allerlei commentaren op het gedrag van Wijers gaf, maar een dag later, in de Tweede Kamer, toegaf dat de aantijgingen een wel erg smalle basis hadden. Wallage wees Schutte erop dat de geloofwaardigheid van de bewindsman ondermijnd zou worden door een onderzoek zonder harde aanleiding.

Premier Kok had Schutte, maar ook CDA-fractievoorzitter Heerma, op het oog toen hij “buitengewoon somber” constateerde dat “er een sluipend gif is gezaaid dat verder gedragen wordt”, namelijk dat de “schijn is gewekt dat er iets niet helemaal pluis is” met gezagsdrager Wijers, uit de particuliere sector afkomstig.

De enige verdediger van de publieke moraal voor wie Kok tenminste nog enige waardering kon opbrengen was Socialistische-Partijleider Marijnissen. Die stelde, in tegenstelling tot Schutte, tenminste een echte kwestie aan de orde door klip en klaar te laten blijken dat hij de hele procedure rond de screening van bewindslieden bij formaties niet vond deugen, iets dat Kok overigens niet met Marijnissen eens was.

Nadat de premier was uitgesproken, snelden diverse parlementariërs naar Wijers om de minister van economische zaken een hart onder de riem te steken. Zij spraken schande over de GPV-voorman die met zoiets particuliers als een belastingdossier politiek had willen bedrijven. Dat Schutte dat had gedaan om zo de man van de 24-uurs economie, de doorbreker van de zondagsrust, aan de schandpaal nagelen was maar een van de vele suggesties die in de broeierige vergaderzaal van gisteravond viel op te tekenen.

Pag.3: Parlement heeft regering niet nodig voor fel debat

Licht zou de afgelopen maanden de indruk hebben kunnen ontstaan dat door het onstabiele klimaat in het parlement behalve de reputatie van Schutte, ook de daadkracht van de regering schade zou hebben geleden. Van het tiental zware dossiers dat in januari op afhandeling lag te wachten, werden gisteravond echter de eerste twee tot een goed einde gebracht. Vannacht wist het kabinet voor een slordige 34 miljard aan uitgaven voor aanleg van de Betuwelijn en de uitbreiding van Schiphol goedgekeurd te krijgen. Bovendien werden politiek zeer gevoelige kwesties afgehandeld, zoals de orgaandonatie, in de campagne voor de Statenverkiezingen nog goed voor veel geharrewar, en de herkeuring van WAO'ers.

Daarna mocht Kamervoorzitter Deetman afsluiten. Zijn speech bevatte een opmerkelijk voorstel dat de veranderde verhouding tussen regering en parlement weerspiegelde. Herhaaldelijk bleek de afgelopen maanden dat parlementariërs in het wekelijks vragenuurtje de behoefte hadden om niet alleen aan de regering vragen te stellen, maar ook met elkaar in discussie te treden, en wel in het bijzonder met een lid van de VVD-fractie: mr.drs. F. Bolkestein. Deetman stelde vannacht voor om de mogelijkheden voor dit soort intra-parlementaire gedachtenwisselingen te verruimen.

Dat parlementariërs voor een heftig politiek debat zonder de regering kunnen, bewezen Bolkestein en Wallage afgelopen woensdag nog eens. Terwijl in vorige kabinetsperiodes fractieleiders van regeringspartijen probeerden samen op te trekken, schrikken beiden er niet voor terug de confrontatie te zoeken over niet geringe zaken zoals hun drijfveren om in de politiek te gaan. Tijdens het debat over de Nederlandse bijdrage aan de VN-vredesmacht in Bosnië zei Wallage: “De heer Bolkestein ontleent zijn inspiratie aan wat hij ziet als de verwordingen van de jaren zestig en zeventig. Daarom is hij in de politiek gegaan. Ik ben in de politiek gegaan om een kleine bijdrage te leveren aan het tegengaan van het gevoel van absolute machteloosheid - die bijna onmogelijkheid om genocide tegen te houden - dat in de Tweede Wereldoorlog voor zeer velen is veroorzaakt.”

Bolkestein: “Ik wil tegen de heer Wallage zeggen dat de Tweede Wereldoorlog in mijn politieke opstelling natuurlijk van buitengewoon grote invloed is geweest.” Wallage moest daarom niet denken dat Bolkestein niet geinteresseerd was in het bestrijden van genocide, zoals in Bosnië. Of dergelijke slagenwisselingen binnen de coalitie een eendrachtige afhandeling van zware dossiers als de privatisering van de sociale zekerheid in de weg staat, zal het komend najaar blijken.