Mooie plaatjes interesseren me niet; Tekenaar Piet Kroon over zijn carrière in Hollywood

“Onze films moeten meer edge hebben, meer humor en satire, niet dat mierzoete van Disney”, zegt de Nederlandse animatietekenaar Piet Kroon. Binnenkort begint hij bij Warner Bros in Los Angeles als 'storyman', iemand die scenario's bedenkt voor getekende speelfilms. Een gesprek met Kroon over animatie in Nederland en Amerika.

Hoeveel bioscoopgangers zouden na afloop van de hoofdfilm nog weten wie hem gemaakt heeft, die animatiefilm Dada in het voorprogramma bij De Vliegende Hollander of Muriel's Wedding? Het gegeven zet zich nog wel in het geheugen vast: een maatschappij waarin boekenwijsheid hoog staat aangeschreven, zo hoog dat de gelezen boeken bij de getekende figuren het hoofd uitgroeien. Het hoofd van een klein, levenslustig jongetje verwerpt echter alle boeken die erop geladen worden. De tot wanhoop gedreven, ambitieuze vader roept de hulp in van een hersenchirurg, zelf trotse drager van een stapel dikke boeken op zijn hoofd. Schedelkap eraf, sappig, sissend kinderbreintje onschadelijk gemaakt, en dra kan het opladen van boeken op het schedeltje beginnen bij het ventje, dat voortaan murw in een terrarium zit.

Die film, Dada, is van Piet Kroon (35), een van Nederlands veelbelovendste animators. Zo veelbelovend zelfs, dat hij volgende maand - voor drie jaar vooralsnog - naar Amerika vertrekt om in een hoge creatieve functie voor Warner Bros een animatiestudio te helpen opzetten die Disney naar de kroon moet steken.

Dat bijna niemand Piet Kroon kent, is typisch voor het gebrek aan aandacht in de media voor de Nederlandse animatiefilm, die in het buitenland hoog wordt gewaardeerd. “Het is wel ironisch”, zegt hij, aan de vooravond van zijn verhuizing uit Utrecht, “dat de schrijvende pers pas van zich laat horen op het moment dat ik het land verlaat.” Maar hij heeft nog geluk gehad: Dada is tenminste nog te zien geweest in Nederlandse bioscopen, wat van veel van de vier, vijf animatiefilms die per jaar in Nederland worden gemaakt niet gezegd kan worden. “Het is een vicieuze cirkel: over animatie wordt weinig geschreven, omdat er weinig animatiefilms worden vertoond, en andersom. Toch begrijp ik het niet: in Nederland wordt weinig poëzie gelezen, maar toch worden in kranten veel poëziebundels besproken. Waar blijven in Nederland de kunstpausen van de animatiefilm?”

Spielberg

Geen pausen, maar wel animators kent Nederland. Hoe is Piet Kroon dat zelf geworden? “Ik studeerde in Utrecht theaterwetenschappen, tekende strips en hield erg van film. Dus dan denk je al vlug...” Kroon studeerde in 1986 af met een scriptie over het werk van Gerrit van Dijk, een van de cracks van de animatiefilm in Nederland. Onder diens hoede maakte hij ook zijn eerste film La balancière / de onrust, over een vrouwtje dat met klokken in de weer is en op het einde aan de tijd lijkt te ontsnappen. De maker wil er liever niet meer aan herinnerd worden (“Ik heb te veel willen zeggen, en er is te weinig uitgekomen”). Wel bewees dit werkstuk goede diensten bij het krijgen van een baan voor een jaar bij de studio's van Steven Spielberg in Londen. Kroon werkte daar als animator, oftewel tekenaar. “Je krijgt dan, laten we zeggen, een halve minuut van de film waarin je de figuren moet laten acteren”.

Zo'n studio kenmerkt zich door teamwork, en dat is wel even iets anders dan de Nederlandse animatiecultuur waarin Kroon na zijn jaar Londen terugkeerde. “Nederlandse animatie-filmers zien zich een beetje als beeldend kunstenaar. Ze doen ook het liefst alles zelf: storyboard (script, ontwerp, red.) maken, tekenen, filmen, editen. Maar ik vind dat het maar weinig mensen gegeven is alle deelterreinen even goed te beheersen. Veel films zouden er enorm van opknappen als je anderen voor deelterreinen zou kunnen inhuren.”

Maar kom daar maar eens om in een land, waar alleen maar korte animatiefilms worden gemaakt, en sinds de voornamelijk in het buitenland getekende Bommel-film uit 1983 alleen helemaal geen lange features. Ook voor Dada had Kroon best wat hulp van buiten willen aantrekken, een goeie designer bijvoorbeeld, want de Nederlandse traditie van het 'vastzitten aan je eigen stijl', daar ziet Kroon niet zoveel in. “Dat zal er wel mee samenhangen dat ik niet van een kunstopleiding kom: ik zie meer in verhalen dan in oogverblindende grafiek.”

Dada had dus wel mooier kunnen zijn, maar niet met de in Nederland voor animatiefilm voorhanden financiering. En ook anderszins was het voor Piet Kroon na terugkeer uit Londen maar behelpen: een beetje commercials voor Comic House in Amsterdam, medewerking aan Water People van Paul Driessen. Dus toch maar in de Verenigde Staten gesolliciteerd, waar Warner Bros met animatie grootse plannen heeft, “niet uit kunstzinnige overwegingen hoor, maar omdat ze aan het succes van de helemaal niet zo fantastische Disney-films van de laatste jaren zien, dat er geld verdiend kan worden met animatie. Onze films moeten meer edge hebben, meer humor en satire, niet dat mierzoete van Disney.”

Toch zal Kroon ook nog proberen de regie te voeren over een Nederlands animatieprojekt onder de titel Transit. Het is een liefdestragedie in de stijl van de jaren twintig, die wordt verteld aan de hand van de stickers op een oude reiskoffer. Zeven stickers, die elk door een andere tekenaar tot leven zullen worden gebracht. “Die regie moet maar per fax en Internet”, denkt Kroon.

Pols

Bij Warner Bros in Los Angeles solliciteerde Piet Kroon als animator, maar tot zijn genoegen zal hij er meer dan alleen maar een wrist (pols) zijn, zoals de animators-tekenaars worden genoemd. Kroon wordt een storyman, die scripts en treatments gaat bedenken voor hele films, en niet alleen maar zijn eigen halve minuutje tekenen. “Ik dacht, als ik drie jaar animator ben, kan ik misschien storyman worden. Nu begin ik zo, daar ben ik wel blij mee. Het past misschien ook beter bij mijn dramaturgische vooropleiding, een zeker vermogen tot analytisch doorgronden, zien wat beter zou kunnen.”

Storyboards waren er niet in de goede oude Disney-tijd van voor de Tweede Wereldoorlog, toen de animatie-features hun intrede deden. Of althans, ze werden ontwikkeld tijdens het tekenen: “Als je iets niet kon tekenen, dan kwam het gewoon niet in de film.” Maar de huidige produktieomstandigheden van de Hollywood-studio kunnen niet meer zonder. “Je kunt wel merken dat animatie voor Warner Bros nog een beetje vreemd terrein is, gewend als ze zijn aan het samenstellen van packages voor speelfilms: een goeie regisseur plus een goed script plus sterren levert vermoedelijk een succesvolle film op.

“Voor ons eerste project, The Quest, hebben ze een zogenaamde A-list writer aangetrokken, de scriptwriter Elisabeth Chandler, die anders voor gewone speelfilms schrijft. Die schrijfster is voor Warner Bros een beetje heilig, heb ik al gemerkt, wat niet onverdeeld gunstig is voor animatie, want zo'n mevrouw denkt in termen van gewone film maar verkeert bovendien in de vooronderstelling dat je voor animatie een beetje op de hurken moet.”

Enig 'touwtrekken' zal dus nog wel nodig zijn, denkt Kroon, om The Quest, een verhaal geënt op Koning Arthur en de zoektocht naar de Heilige Graal, visueel aantrekkelijk en grappiger te maken en, meer in het algemeen, “te voorzien van elementen die geëigend zijn voor animatie.” Kroon voorziet aanvaringen met de studiocultuur: “Je hebt van die story meetings en daarbij merk je dat bepaalde mensen voor zichzelf een bepaalde rol hebben gedacht. De regisseur bijvoorbeeld, die verandert dingen, omdat het in zijn contract schijnt te staan dat hij dat soort dingen mag veranderen. En iedereen volgt hem dan, want dat is nu eenmaal zijn rol. Toen ik, in de twee maanden dat ik bij Warner Bros proefdraaide, tegen dat soort beslissingen in het geweer kwam, werd daar wel vreemd van opgekeken. Dat was een unicum, kennelijk. Maar ik vind, het gaat om argumenten, niet om iemands status. Dat wordt nog spannend.”

Voor de eerste fase van wat Warner Bros' animatie-divisie moet worden is niet uit kunstzinnige overwegingen gekozen voor de Heilige Graal, vertelt Kroon. “Het gaat er voornamelijk om, dat in het verhaal allerlei grappige trolachtige figuurtjes een rol spelen, die Warner Bros dan weer in zijn studiostores als kinderspeelgoed kan verkopen.” In de nieuwe divisie werken voorshands 120 mensen, onder wie ook de Nederlander Daan Jippes, auteur van het cult-stripboek Twee voor thee en voordat hij naar Warner Bros overging al vijftien jaar werkzaam bij Disney. Het is de bedoeling dat er in de nieuwe divisie binnen enkele jaren vierhonderd mensen komen te werken, en Warner Bros schuimt de hele wereld af op zoek naar talent voor deze uitbreidingsplannen.

Warner Bros zijn de enigen niet die denken dat er mogelijkheden zijn met animatie, en Disney - dat na een enorme inzinking in de jaren zeventig en tachtig nu veel geld verdient met in vakkringen algemeen als matig beoordeelde films - naar de kroon willen steken. Ook Spielberg begint in Los Angeles zijn eigen animatiestudio, SKG geheten, en koopt naar hartelust elders talent weg. “Het is een soort boom, dat kan nooit zo blijven, denk ik. Het is allemaal big business en je kunt er natuurlijk ook plat op je bek mee gaan.” Warner Bros is niet helemaal een onbekende op animatie-gebied, want de studio's maakten in vroeger tijden de legendarische, korte Bugs Bunnie-films. “Het is de bedoeling dat die traditie nieuw leven wordt ingeblazen in de Classics Division,” vertelt Kroon. “Ik was toevallig in LA toen een van de oude tekenaars, Chuck Jones, liet zien waar ze nu mee bezig zijn, maar ik kan niet zeggen dat ik onder de indruk was: dezelfde oude grappen, alleen minder leuk.”

Santekraam

Aan Piet Kroons Dada kan de edge die hij bij Warner Bros zal nastreven zeker niet ontzegd worden. Maar waarin ligt die edge eigenlijk? Is het niet een heel erg anti-intellectualistische film, met dat wrede inpompen van boekenwijsheid in een kind? Kroon: “Pro-intellectualistisch, maar antisnobistisch, zou ik zeggen. Misschien heeft het thema ook te maken met mijn achtergrond in de theaterwetenschappen: die hele cultuur waarin je geen bewering kunt doen zonder die te staven met boeken, noten, literatuurlijsten. En soms hebben mensen met die hele santekraam maar weinig of niets toe te voegen.

“En verder heeft de film te maken met wat ik onder mijn leeftijdgenoten veel zie: al die last minute ouders die heel erg veel verwachtingen in hun kinderen projecteren. Toen ik het script van Dada schreef was ik nog geen vader - nu wel - maar ik kan het me wel voorstellen. Van de vader móet dat jongetje in de film intelligent zijn - alles liever dan het kind laten wat-ie is. Het schrijnende in de film is natuurlijk dat het jongetje, zonder die boeken, juist heel intelligent is.”

Dada ziet er prachtig uit, “maar ik zie mezelf niet als kunstenaar”, onderstreept Kroon nogmaals. “Ik wil een verhaal vertellen, mooie plaatjes interesseren me niet zozeer. Dat is het grote verschil tussen mij en de meeste animators in Nederland. Die zijn vaak vijf, zes jaar met één film bezig, terwijl ik wel graag elk half jaar een film zou willen afhebben. Ik geloof ook niet, zoals veel Nederlandse animators, dat het proces belangrijker is dan de uiteindelijke film. Vaak wijken hun films tijdens het maken heel sterk af van het oorspronkelijke script. Er was dan in een duidelijke boodschap voorzien, maar die komt er niet uit en men aanvaardt dat dan met een zekere gelatenheid. Dat ligt me niet: als je A bedoelt moet je net zo lang doorgaan tot je A hebt en je niet met B tevreden stellen. Ik zou echt het gevoel hebben gehad te hebben gefaald, als in de bioscoop niet zou worden gelachen om de scènes in Dada die ik grappig bedoeld had.”

“Natuurlijk heeft mijn benadering ook nadelen. Als je het toeval uitbant uit je werk, ban je misschien ook wel het mysterie, de magie uit die een kunstwerk tot meer kan maken dan het is. Bij animatie speelt dat misschien nog wel sterker dan bij speelfilms: daar heb je altijd nog alternative takes, waaruit je op de montagetafel een keuze kunt maken. Bij animatie bestaat dat niet: alles wat getekend is, is een gegeven en het maken van alternatieve sequenties is veel te duur. Elke keer als je iets uit je film snijdt, gooi je weken werk weg.

“Daarom ben ik ook zo blij dat ik storyman word in Amerika, want aan het storyboard ligt het creatiefste moment in de animatie-film. Vergelijk het maar met regisseren. Een animator-tekenaar acteert in feite. In Nederland loopt dit allemaal door elkaar heen, maar in Amerika is het gescheiden. In tegenstelling tot de meeste Nederlandse collega's vind ik het een teken van succes, als je tijdens het werk aan de film je storyboard ook zoveel mogelijk realiseert, niet bijvoorbeeld al doende nieuwe dingen verzint. Die moet je dan maar voor een andere film gebruiken.”

Dada heeft, wat dit betreft, aan Piet Kroons verwachtingen voldaan. “Ik heb het steeds als een triomf ervaren, als een zaal, wanneer de vader probeert een boek op het hoofd van het jongetje te bevestigen door er een spijker doorheen te slaan, 'ach' roept. En aan het eind, als het jongetje als een zombie met al die boeken op zijn hoofd niets doet, alleen met zijn ogen knippert, en de toeschouwer toch voor hem als slachtoffer partij trekt. Wel een schokkend einde, toegegeven. Dat zouden de Amerikanen vast anders willen.”