Mona Lisa met voile; De mythe van de Amsterdamse galerie The Living Room

Galerie The Living Room, in de jaren tachtig het hart van de Amsterdamse kunstscene, streefde ernaar het artistiek centrum van de wereld te worden. Twee jaar na opheffing is The Living Room nu onderwerp van een historisch overzicht - niet in Amsterdam maar in Duitsland.

The Living Room. Eine Amsterdamer Galerie und die achtziger Jahre. Kunstverein Grafschaft Bentheim, Hauptstrasse 37, Neuenhaus. T/m 7 augustus. Boek onder dezelfde titel, gedistribueerd door Idea-books: ƒ 29,50

De locatie van de tentoonstelling is een mooie verbeelding van het einde: het Duitse plaatsje Neuenhaus, zo'n vijftien kilometer over de grens bij Hengelo. Treinen rijden er niet, bussen nauwelijks en met de auto is het vooral zaak om dit Neuenhaus niet te verwarren met alle Neuenhausen die er in de buurt liggen. Het plaatsje is een cultureel niemandsland, wat met een zekere gretigheid wordt toegegeven door een van de bestuursleden van de Kunstverein Grafschaft Bentheim, die de tentoonstelling organiseert: “Als ik cultuur van enig niveau wil consumeren, rij ik altijd naar Amsterdam. Dat is de stad die daarvoor het dichtst in de buurt ligt - net iets meer dan drie uur rijden.”

Het is een merkwaardige ervaring om in dit lommerrijke, doodstille plaatsje plotseling een overzicht aan te treffen van de Amsterdamse galerie The Living Room. Het is een verzameling kunstwerken van de fine fleur van de Amsterdamse kunstscene uit de jaren tachtig - een groep kunstenaars die zichzelf maar al te graag als het centrum van de Amsterdamse en Nederlandse kunstwereld zag en bij tijd en wijle zelfs als het aankomend artistiek centrum van de wereld. Er hangen schilderijen van Rob Scholte en spray paintings van Hugo Kaagman, en er staan een enigszins glad, met felle kleuren opgefleurd beeld van Peer Veneman en twee 'huiskamer-installaties' van Fortuyn/O'Brien. Al deze kunstenaars waren onlosmakelijk verbonden met The Living Room; maar The Living Room is opgeheven en een groot aantal van hen lijkt hier in Neuenhaus hun Elba gevonden te hebben.

Hoewel dat laatste voornamelijk geldt voor in het museale circuit vergeten namen als Leo Mennen, George Korsmit en Nour-Eddine Jarram, zegt de locatie veel over de positie die The Living Room op dit moment in de kunstgeschiedschrijving inneemt. Sinds de afscheidstentoonstelling 'Kiss and Say Goodbye' in 1993 is de galerie uitgegroeid tot hèt symbool van de Nederlandse beeldende kunst in de jaren tachtig. En die geschiedenis is nog te dichtbij om er met nostalgie op terug te kunnen kijken. Toch is duidelijk dat er nu al langzaam een mythe rondom de galerie aan het groeien is, die wordt gevoed door het tamelijk uitgebreide, ruim 150 pagina's tellende Duits/Nederlandstalige boek over de galerie, dat bij de tentoonstelling is verschenen.

Uit dat boek, en dan in het bijzonder de interviews die Colin Huizing maakte met galeriehouder Bart van de Ven en zijn kunstenaars Peer Veneman, Martin van Vreden, Aldert Mantje en Tim Benjamin, blijkt dat de geschiedenis van de galerie zich laat lezen als de rise and fall van de hele Nederlandse galeriewereld in de jaren tachtig, maar dan in extremis. The Living Room had meer succes dan iedere andere galerie en viel vervolgens veel dieper.

Het begint in 1980 als een kleine idylle. In de zomer van dat jaar keert kunstenaar Peer Veneman terug van een reis naar New York, waar hij kennis heeft gemaakt met mensen die in hun eigen woning kunstmanifestaties organiseren. Veneman is enthousiast over dit idee, en terug in Nederland besluit hij samen met kunstgeschiedenisstudent Bart van de Ven, met wie hij samenwoont, een soortgelijke galerie te beginnen in hun woonkamer aan de Wagenaarstraat. Aanvankelijk exposeren ze het werk van bevriende, veelal Brabantse kunstenaars; hun enthousiasme werkt echter zo aanstekelijk dat ze al snel allerlei mensen uit de kunstwereld leren kennen. Ze komen in contact met de eigenaars van de invloedrijke galerie Art & Project, met bekende kunstenaars als Ger van Elk, en al snel blijkt een aantal invloedrijke kunstcritici enthousiast over hun initiatief. Daar komt bij dat ze het tij mee hebben: de belangstelling voor moderne kunst neemt toe. De prijzen stijgen, in het bijzonder die voor jonge 'aanstormende' kunstenaars, en minder dan twee jaar later zit Van de Ven op de Documenta al uitgebreid met de moeilijk bereikbare, wereldberoemde galeriehoudster Mary Boone te praten, die hem op zijn donder geeft omdat hij zonder haar medeweten een tentoonstelling van de toen fameuze Robin Winters in The Living Room heeft weten te organiseren.

Vanaf dat moment gaat het steeds harder met The Living Room - parallel aan de gestaag groeiende kunstmarkt. De verkopen nemen toe en Living Room-kunstenaar Rob Scholte wordt een internationale ster. Daarbij past het werk dat The Living Room brengt, zoals ook op de tentoonstelling in Bentheim is te zien, goed bij de trend van de jaren tachtig: veel 'conceptuele schilderkunst', figuratieve doeken met een knipoog of een grap, die prachtig aansluit bij het in die jaren zo populaire postmodernisme. Rob Scholte is er een meester in, maar op de tentoonstelling is er veel meer van zulk werk te zien, zoals een schilderij van Nour-Eddine Jarram, die een Mona Lisa met voile exposeert.

Helaas blijft The Living Room ook in de jaren daarna de ontwikkeling op de kunstmarkt volgen. Na een hoogtepunt rond 1987 beginnen de verkopen van de galerie terug te lopen; toonaangevende kunstenaars, onder wie Scholte, verlaten de galerie en Van de Ven besluit - geheel in strijd met eerdere principes - ook met buitenlandse kunstenaars te gaan werken. Maar het is dan al duidelijk dat the Living Room geen lang leven meer is beschoren; na een aantal jaren van kwakkelen heft Van de Ven zijn galerie in de zomer van 1993 op.

De tentoonstelling in Bentheim is zeker niet het definitieve overzicht van de geschiedenis van The Living Room. Hoewel er meer dan dertig werken worden geëxposeerd, geven die een nogal fragmentarisch beeld van de ontwikkeling die The Living Room heeft doorgemaakt en welke kunstenaars bepalend waren voor het beleid. Rob Scholte hangt er bijvoorbeeld met maar twee werken, waarvan er één van na zijn Living Room-periode is, en van Peer Veneman, de belangrijkste kunstenaar die de galerie trouw bleef, is maar één beeld te zien.

Dat echte, evenwichtige overzicht van de geschiedenis van The Living Room zal er zeker nog eens komen, en dan in Amsterdam, waar het hoort. Pas daarna zal de mythe van the Living Room echt kunnen beginnen.