Minister eiste stopzetting van infiltratie-actie

DEN HAAG, 30 JUNI. Minister Sorgdrager (justitie) heeft twee maanden geleden persoonlijk een al twee jaar lopende infiltratie-operatie van de politie verboden.

Ze eiste stopzetting van een onderzoek hoewel de eigen toetsingscommissie van het openbaar ministerie had besloten dat de gehanteerde opsporingsmethoden verantwoord en acceptabel waren.

Dit bevestigt de voorzitter van de toetsingscommissie en hoofdofficier van justitie in Den Bosch, mr. J.M. Jansen. De toetsingscommissie opereert sinds 1 januari van dit jaar als instantie die namens politie en justitie een oordeel velt over de toelaatbaarheid van omstreden opsporingsmethoden. Jansen wil niet zeggen in welk arrondissement de operatie werd afgeblazen. Het ging volgens hem om een “zorgvuldig georganiseerd infiltratietraject, waarin enorm veel is geïnvesteerd”, aldus Jansen.

Sorgdrager besloot in te grijpen toen de geïnfiltreerde politiemensen betrokken dreigden te raken bij de invoer van enige duizenden kilo's drugs die mogelijk allemaal op de vrije markt terecht zouden komen. Volgens het Reformatorisch Dagblad richtte het onderzoek zich op een belangrijke drugsorganisatie waarop door politie en justitie al twintig jaar tevergeefs jacht wordt gemaakt.

De minister van justitie nam haar besluit kort nadat in deze krant bekend was geworden dat onder haar leiding als procureur-generaal in het ressort Den Haag in 1994 in een Rotterdams onderzoek 20.000 kilo soft drugs op de markt kwamen. De bewindsvrouw verklaarde toen dat ze niet van alle acties op de hoogte hoefde te worden gesteld.

De actie van de minister leidde volgens hoofdofficier van justitie Jansen tot een briefwisseling met de procureurs-generaal over de toelaatbaarheid van de methode van gecontroleerde doorlevering. Er was volgens hem sprake “van een verschil in visie”. De top van het OM vond in zijn algemeenheid dat deze methode wel moet kunnen worden toegepast. De minister wilde liever een verbod. Twee weken geleden kwamen minister en PG's overeen dat de omstreden methode alleen in zeer bijzondere omstandigheden toelaatbaar is.

Bronnen binnen het OM en op het departement verwijten de minister grillig en opportunistisch handelen. Kort nadat zij met het OM een compromis bereikten over de toelaatbaarheid van gecontroleerde doorlevering werd in Rotterdam de 20.000 kilo-zaak - codenaam Operatie Bever - alsnog stopgezet. Een woordvoerder van het ministerie van justitie zegt niet in te willen gaan op de redenen voor het stopzetten van de infiltratie-actie in strijd met het advies van het OM.

De minister zelf zei deze week in een interview met regionale kranten dat de korpschefs “verkrampt” reageren op vragen over infiltratie-operaties. Justitie is bang dat de politie niet alle opsporingsacties aanmeldt. “De korpschefs voelen zich in het nauw gedreven. Het is een reactie die niet het niveau heeft dat je van een korpschef zou mogen verwachten. De politietop moet haar verantwoordelijkheid nemen en tegen haar mensen zeggen: het is belangrijk dat alles boven water komt”.