Metamorfose

In de Haagse Post van deze week staat een prachtig portret van Henk van Nieuwenhuijzen. De foto toont een vrolijk lachende, jongensachtige man. Zo op het eerste oog schat je hem op een jaar of veertig, maar in werkelijkheid is Henk van Nieuwenhuijzen stukken ouder dan hij eruit ziet. Hij is 51 jaar.

Henk komt uit een vrijzinnig domineesgezin. In de jaren zestig ging Henk geschiedenis studeren, maar om de een of andere reden slaagde hij er nooit in zijn studie af te ronden. Wel trouwde hij en werd hij vader van twee kinderen. Later kwam de scheiding, die hem veel energie kostte.

Om zijn scheiding te verwerken, ging hij in therapie en ten slotte kwam hij terecht bij een studiegroepje van andere gogen, dat zich bezig hield met simulatiespelletjes. Dat was ook wat Henk zelf wilde: spelletjes spelen en spelletjes ontwerpen. Hij werkte ideeën uit voor een nieuw spel, maar om de een of andere reden wilde de uitwerking van al die plannen niet vlotten. “Ik heb een aantal naar mijn idee heel goede spellen, maar dan laat ik ze liggen in een soort voorlaatste stadium”, zegt hij in de HP.

Carrière maken heeft Henk van Nieuwenhuijzen nooit gedaan. Op een half baantje na heeft hij nooit gewerkt. Hij is nu al meer dan vijftien jaar officieel werkloos, maar hij is daar niet ontevreden over. Hij woont in een aardig huisje in de Concertgebouwbuurt in Amsterdam, waar hij net kan rond komen van de bijstand.

Hij is eigenlijk wel gelukkig. 's Avonds kijkt hij televisie en 's nachts schrijft hij brieven. Overdag reddert hij een beetje in huis en gaat hij af en toe eens bij iemand op bezoek. Henk heeft het zeer druk met zijn sociale contacten. “In mijn omgeving gaan veel mensen gebukt onder hun werk”, zegt hij, “die komen aan hun vrienden niet meer toe. Daar zou ik mij nooit bij neerleggen.”

Toen ik het interview met Henk van Nieuwenhuijzen las, was het eerste gevoel dat bij mij opkwam een van herkenning. Jarenlang heb ik in cafés spelletjes gespeeld: schaken, dammen, bridge, gin rummy, jokeren, backgammon, triktrak, boerenpotten en paard-in-de-zak. Buiten stond de wereld in brand, of het was nacht en het sneeuwde, maar ik speelde door. En verder deed ik niets. Mijn devies in die dagen was dat van Jerome K. Jerome: “Ik houd van werken. Het fascineert mij. Ik kan er uren naar kijken.”

Tot het op een gegeven moment niet meer ging. Ik weet nog steeds niet waarom. Misschien zat het werken mij toch op de een of andere manier in de genen. In ieder geval verscheen op een doorwaakte ochtend een schaduw aan mijn bed, die mij toefluisterde: “Opstaan, luiwammes! Carrière maken.” En ik gehoorzaamde zonder mij te verzetten. Ik heb daar geen verklaring voor, ik had evengoed in bed kunnen blijven liggen.

Henk is geworden wat ik had kunnen zijn. Ik voel jegens hem dan ook een zekere jaloezie. Hij lijkt nog het meest op dat jongetje uit Die Blechtrommel, dat niet wil opgroeien. Je kunt het ook zien aan Henk: hij wordt nauwelijks ouder. Er komt misschien niets uit zijn handen, wat ook betekent dat hij niets doet waar je kritiek op kunt hebben. Hij heeft geen last van lezers die denken: wat een vervelend stukje is dit.

Af en toe moet Henk van Nieuwenhuijzen voor de vorm solliciteren. Dat doet hij heel briljant. In het sollicitatiegesprek zegt hij dat hij die baan graag wil hebben, maar dat hij juist op het punt staat een van zijn spelletjes op de markt te brengen. Wordt dat een succes dan zal hij over een half jaar weer ontslag moeten nemen. Henk krijgt dan een briefje thuis, waarin staat dat hij wegens onvoldoende motivatie niet is aangenomen.

Toch is zelfs het leven van Henk van Nieuwenhuijzen niet helemaal zonder zorgen. Af en toe komt zijn opgroeiende zoontje langs. Zijn zoontje wil naar de Business Harvard School om voor manager te studeren, want zijn zoontje heeft de ambitie om rijk te worden. Toen Henk zijn zoontje erop wees dat zo'n opleiding alleen al aan collegegeld 20.000 gulden kost, antwoordde het dertienjarig ventje: “Pa, dat moet je zien als een investering.”

Op dit ogenblik kijkt mijn eigen dochter televisie. Ik moet oppassen met al het werken.