Masseurs virtuoos in moeilijke Zimmermann

Concert: Concertgebouworkest o.l.v. Edo de Waart met Peter Masseurs (trompet). Programma: werken van Schreker, Zimmermann en Schönberg. Gehoord: 29/6, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 30/6, Concertghebouw.

Het Holland Festival leek maandagavond, na de laatste uitvoering van het Helikopter-Streichquartett eigenlijk wel voorbij. Het zou ook een spectaculaire afsluiting zijn geweest. Maar gisteravond was er toch nog een verdwaald concert. Het publiek had het Amsterdamse Concertgebouw op deze warme zomeravond nauwelijks weten te vinden. Ongeveer 750 mensen luisterden naar de expressionistische klanken van Franz Schreker, Arnold Schönberg en Bernd Alois Zimmermann.

Het was een traditioneel concert in een moderne gedaante: beginnen met een ouverture, voor de pauze een concert met solist en na de pauze het 'grote werk'. De ouverture was het Vorspiel zu einem Drama van Franz Schreker. Hoewel Scheker gepoogd heeft er een zelfstandig orkeststuk van te maken, blijft aan de voortdurend wisselende muzikale motieven en stemmingen goed te horen dat het hier gaat om de inleiding tot een opera (Die Gezeichneten). Dat gevoel werd versterkt doordat dirigent Edo de Waart niet voldoende grip kreeg op de materie. Waarschijnlijk was er op deze ouverture minder gerepeteerd dan op de rest van het programma: de snel over elkaar heen buitelende motieven bleven nu losse eindjes, zonder samenhang.

Ook in Verklärte Nacht in de bewerking voor strijkorkest uit 1917, het werk na de pauze, ontbrak de zinderende klank die dit stuk tot een van de populairste werken van Schönberg heeft gemaakt. Het klonk allemaal heel mooi, de intentie was goed, maar de strijkersklank had nog veel sensueler gekund. 'Ihr Atem küsst sich in den Lüften', schreef Richard Dehmel in het gedicht waarop Verklärte Nacht is gebaseerd. Zoiets had ik ook van de zwoele strijkers willen horen, maar het kwam niet.

De meeste aandacht ging uit naar de twee werken van Zimmermann, wiens trompetconcert Nobody knows de trouble I see (1954) voor het eerst in Nederland werd gespeeld. De razend moeilijke solistische partij werd uitgevoerd door Peter Masseurs, trompettist van het Concertgebouworkest. Hij speelde prachtig, zowel in de virtuose passages in het middendeel, als in de verstilde, bijna argeloos hummende tonen van de spiritual aan het einde.

Toch maakte Photoptosis, dat voorafgaand aan het trompetconcert klonk, meer indruk. Maar dat lag niet zozeer aan de uitvoering, als wel aan het werk zelf. Zimmermann slaagde er niet helemaal in om zijn eigen beladen expressionisme in het trompetconcert te verenigen met de jazzy klank en ritmiek (met onder andere saxofoons, elektrische gitaar en drums). Photoptosis is een hechtere eenheid. Trage, schijnbaar gebroken klanken worden afgewisseld met harde orkestklappen, voortdurend klinken goed verborgen herinneringen aan oude componisten. Alleen Beethoven mag zich echt even roeren. Na de daarop volgende verstilling, wordt de klank nog een keer tot volle sterkte opgebouwd, om met één genadeloze beweging door dirigent Edo de Waart onder de vloer te worden geveegd.