Jubilerende broodjeszaak ziet gat in markt

AMSTERDAM, 30 JUNI. In de Amsterdamse eetsalon Van Dobben, vlak bij het Rembrandtplein, is in een halve eeuw weinig veranderd. Zakenmensen en verlopen types eten naast elkaar een royaal belegd broodje of een kwaliteitscroquet. Eigenaar Arnold van Dobben is altijd voorzichtig geweest met nieuwe ideeën. “Ik doe geen investeringen als ik vier keer moet reïncarneren voordat ik ze heb terugverdiend”, zegt hij.

De eetsalon viert deze week het vijftigjarig bestaan. “Van Dobben is niet zomaar een broodjeszaak, wij hebben een geschiedenis”, vindt de eigenaar. “Toen mijn vader hier vlak na de Tweede Wereldoorlog begon, was een broodjeszaak iets bijzonders en deze zaak is altijd iets bijzonders gebleven”.

Van Dobben wil de mythe rond de croquet die zijn naam draagt een beetje doorbreken. “De receptuur is kinderlijk eenvoudig”, zegt hij. “Je moet natuurlijk wel constante kwaliteit leveren, fouten kunnen het bedrijf de kop kosten. Vijfendertig jaar geleden bracht iemand het verhaal in de wereld dat de snackbar-keten Febo kattevoer in zijn croquetten verwerkte. Dat was niet waar, maar mensen praten daar nog steeds over.”

Van Dobben nam de zaak zes jaar geleden over van zijn moeder. Hij geeft leiding aan 36 werknemers die dagelijks “tussen de 1.500 en 10.000 broodjes” verkopen. Van Dobben wordt bij zijn leidinggevende taak niet gehinderd door theoretische kennis over marketing of personeelsbeleid. “Een kennis van me heeft er wel eens over verteld, maar de meeste adviezen die ik van hem kreeg bracht ik al in praktijk”, zegt hij. “Ik voerde een consequent logo. Ik wist dat we goed waren in broodjes smeren en dat ik me niet te veel met branchevreemde praktijken moest bezighouden. En als er klanten met klachten komen, neem ik ze altijd heel erg serieus.”

De fluctuaties in de dagelijkse broodjesverkoop vergen een flexibele bedrijfsvoering, maar Van Dobben heeft daarvoor eenvoudige oplossingen. “Ik werk veel met oproepkrachten en ik heb de telefoonnummers of zelfs de sleutels van mijn leveranciers. Als ik dringend iets nodig heb, moet ik ze uit bed kunnen bellen. Anders haal ik zelf mijn spullen op.”

Van Dobben had geen marketing- of distributieplan toen hij - na veel wikken en wegen - besloot zijn croquetten onder eigen naam in heel Nederland te gaan verkopen. “Ik wist dat de merknaam enorme bekendheid genoot onder mensen die in de horeca werken.” Groothandelaren weigerden eerst de nieuwe croquet in het assortiment op te nemen, maar de 'betere snackbar' zag in Van Dobbens dure kwaliteitscroquet een goede mogelijkheid om de winstmarge op te voeren. De Oostzaanse snackfabrikant Laan Snacks produceert nu jaarlijks miljoenen Van Dobben-croquetten. De eigenaar van de licentie op de merknaam doet liever geen exacte uitspraken over verkoopcijfers. Hij denkt dat branchegenoten als Gouda's Glorie en Breti op de loer liggen om de produktie van zijn croquet over te nemen.

Van Dobben exploiteert sinds vier jaar het bedrijfsrestaurant van de optiebeurs en heeft een klein cateringbedrijfje. Eenvoudige voeding op feesten van de 'happy few' is volgens Van Dobben een gat in de markt. “Hoogwaardigheidsbekleders hebben genoeg van de zalm, krab en kaviaar waarmee ze op recepties worden volgestopt.” Glunderend vertelt Van Dobben dat de Duitse ambassadeur zeer content was toen hij bemerkte dat hij op een receptie “gewoon een ei, zonder garnering of een broodje” kon krijgen. De grote cateringbedrijven hebben van Van Dobben echter weinig te vrezen. “We moeten niet als een Don Quichotte Maison Van den Boer of Martinair gaan beconcurreren”, vindt hij.