Halaib is thermometer van relaties Egypte-Soedan

Precies een week geleden verzekerde de Egyptische minister van buitenlandse zaken, Amr Moussa, nog opgewekt dat er tussen Egypte en Soedan géén conflict bestond over Halaib, een potentieel olierijk gebied. Meningsverschillen misschien, maar geen conflict, zei Moussa. En een dialoog over dat meningsverschil zou doorgaan.

Inmiddels is dinsdag in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba een aanslag op de Egyptische president Hosni Mubarak gepleegd, waarbij Soedan volgens de regering in Kairo ten minste indirect is betrokken. Een mislukte aanslag weliswaar, en Mubarak heeft nadien lacherig verteld absoluut niet bang te zijn geweest, maar zijn humeur ten aanzien van Soedan is weer grondig bedorven. Het moslim-fundamentalistische regime in Khartoum heeft al dan niet terecht de schuld gekregen van die aanslag. En Halaib is plotseling weer veranderd in een twistappel waarvoor beide zijden zich bereid hebben verklaard te sterven. “Zo God het wil zal het Soedanese leger in Halaib bewijzen dat we hebben besloten dat de loopgraven (van de Egyptische troepen) hun graven worden”, liet Khartoum bij voorbeeld weten.

Halaib, een driehoek van 17.000 vierkante meter aan de Rode Zee, is wel degelijk omstreden. In 1899, toen Groot-Brittannië en Egypte samen Soedan bestuurden - en de Britten de feitelijke zeggenschap in Kairo hadden - werd de grens langs de 22ste breedtegraad gelegd. Maar drie jaar later werd een nieuwe, administratieve lijn getrokken, die van de internationale grens naar het noordoosten wijkt tot hij de Rode Zee raakt. Het gebied ertussen is Halaib. Elk van beide landen houdt nu de voor zichzelf gunstigste grens aan.

De atmosfeer in Halaib is doorgaans een afgeleide van de algemene staat van de onderlinge relaties. Gaat het om de een of andere reden niet goed tussen de regimes dan worden er schermutselingen in Halaib gemeld. Dat zijn dan overigens kleine incidenten - waarbij een paar doden vallen - en als de spanningen weer wegebben, leven de twee partijen er weer min of meer vreedzaam naast elkaar. Voor een echte oorlog zijn voor beide zijden de aanvoerlijnen te lang, en Soedan heeft bovendien al een slopend conflict in het zuiden.

Egypte en Soedan hebben overigens váák slechte relaties. Kairo ziet Soedan als zijn achtertuin en het wil de inrichting daarvan bepalen. Egypte is zich er scherp van bewust dat Soedan de benedenloop van de Nijl, zijn levensader, beheerst. De Soedanezen op hun beurt hebben niet vergeten dat Egypte eens de koloniale machthebber was en evenmin dat Egyptische slavenhandelaars in het zuiden van Soedan op slaven joegen.

In 1982 slaagde Egypte erin de toenmalige Soedanese president Jaafar Numeiry te bewegen tot een fusieproces (waarin Kairo zonder enige twijfel de dominante partner zou zijn). Maar Numeiry kwam in 1985 bij een militaire coup ten val en Mubarak veranderde voor Khartoum in een “zionistische agent” omdat hij zijn verstoten ambtgenoot onderdak bood. Twee jaar later was de lucht weer zodanig opgeklaard dat in een 'broederschapsakkoord' melding kon worden gemaakt van een “speciale lotsverbondenheid” tussen de twee landen. “Egypte is Soedans noordelijke diepte, en Soedan is Egyptes zuidelijke diepte”, werd opgemerkt.

Sinds in 1989 een moslim-fundamentalistisch regime in Khartoum de macht greep, is sprake van een permanent wantrouwen. Eerst kwam de Golfoorlog, waarin Khartoum de kant van Irak koos en daarmee internationaal isolement in het algemeen over zich heen haalde - en Egyptes woede in het bijzonder. Onmiddellijk daarna begonnen beschuldigingen de ronde te doen dat Soedan als handlanger van de Islamitische Republiek Iran in geheime kampen moslim-extremisten opleidt voor internationale dienst. Van tijd tot tijd wordt in Kairo ook veel publiciteit gegeven aan vondsten van wapens die vanuit Soedan zouden zijn binnengesmokkeld. Maar noch voor de kampen noch voor de herkomst van de wapens hebben de Egyptenaren tot dusverre bewijzen gegeven. Wel staat vast dat Khartoum in Egypte gezochte moslim-activisten een toevlucht heeft geboden en biedt (zoals Egypte vol zit met Soedanese ballingen). De blinde geestelijke sjeik Omar Abdel Rahman bij voorbeeld, die onder andere wordt beschouwd als inspirator van de moord op Anwar Sadat, heeft een tijdlang in Soedan geleefd.

Daarbij - en nu ook weer - is speciaal Hassan Turabi, de sterke man van het Soedanese regime, doelwit van de Egyptische woede. Turabi gaf onlangs nog in Den Haag een verhandeling over het tolerante, liberale, democratische, progresieve karakter van de islam. Maar voor Egypte is hij de leider van een “criminele bende waartegen wij maatregelen moeten nemen”.

Dus heeft Mubarak deze week, in strijd met zijn gewoonte, de Soedanese oppositie opgezocht, voorzover die in Kairo in ballingschap leeft, en er geen misverstand over laten bestaan dat het Soedanese volk een nieuwe regering verdient. Daarbij komt het goed uit dat die oppositie, jarenlang versplinterd in onderling twistende groepen en groepjes, dezer dagen in het Eritrese Asmara een zeldzame mate van saamhorigheid heeft bereikt.

De Soedanese oppositie is, verdeeld of niet, onmachtig de toestand in Khartoum te veranderen, maar zij geniet steeds meer internationale steun. Oeganda is een bondgenoot, maar ook Eritrea, en Ethiopië zou zich daarbij hebben gevoegd. Wie het in deze regio met een regime aan de stok heeft, steunt immers het lokale verzet.

Met de hulp van Egypte erbij begint het er voor de Soedanese oppositie vrolijker uit te zien. Van Khartoum uit gezien raakt de situatie daarentegen benard: het begint op een omsingeling te lijken. En betrouwbare bondgenoten zijn er niet veel meer overgebleven. Irak, Iran en Libië zouden voor de hand liggen, maar deze landen zitten alle zelf in de problemen.