Geen moratorium op dumping olieplatforms

BRUSSEL, 30 JUNI. Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen blijven zich verzetten tegen een absoluut verbod op het afzinken van offshore-installaties in zee.

Dat bleek gisteern in Brussel na afloop van de jaarlijkse bijeenkomst van de zogeheten OSPAR-commissie, een ambtelijke werkgroep die zich bezighoudt met de uitvoering van de gelijknamige conventie tegen de vervuiling van de noordoostelijke Atlantische Oceaan.

Na alle commotie over de voorgenomen dumping van het Shell-platform Brent Spar hadden sommige Europese landen stille hoop dat de twee landen zouden bijdraaien. Tijdens de vergadering van milieuministers vorige week in Luxemburg kondigde minister De Boer al aan dat ons land tijdens de bijeenkomst van de OSPAR-commissie zou proberen een moratorium op het afzinken van platforms te bewerkstelligen.

Na vier dagen vergaderen bleken verreweg de meeste bij de conventie aangesloten landen bereid het moratorium te onderschrijven, in afwachting van een juridisch bindende regeling. Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, verantwoordelijk voor rond 270 offshore-installaties, bleven zich daar tegen verzetten. Frankrijk was alleen bereid een verbod op de dumping van stalen constructies te accepteren.

Het akkoord waarover elf OSPAR-landen het eens werden, voorziet in een algeheel verbod op het afzinken van de installaties met ingang van 4 augustus. Uiterlijk in 1997 moeten de ministers van de bij de conventie betrokken landen overeenstemming proberen te bereiken over een definitieve regeling. In de tussentijd moet de OSPAR-commissie een voorstel opstellen en een inventarisatie maken van de aanwezige installaties en hun technische specificaties alsmede de verwachte levensduur van deze platforms.

Het akkoord is niet bindend voor de twee landen, Groot Brittannië en Noorwegen, die het niet hebben ondertekend. “Het is meer een sterk politiek signaal naar de landen die tegen zijn”, aldus de voorzitter van de commissie.

Toch blijkt onder een behoorlijk aantal landen begrip te bestaan voor de problemen waarmee Groot-Brittanië en Noorwegen kampen. Volgens de Nederlandse delegatieleider heeft Noorwegen gewezen op de enorme financiële consequenties van een absoluut verbod.