Feesten in het washok

Bassic Groove verschijnt tien maal per jaar. Distributie: Betapress. Prijs ƒ 5,95. Voor abonnementen, inl.: 070-350 83 70.

Zinnelijkheid hoort bij house als agressie bij rap. Een house-feest vraagt om een ontwikkeld lichaam dat uren kan dansen en paraderen, de verhitte omgeving en de opzwepende muziek vragen om gestroomlijnde kleding. Foto's van houseparty's tonen het publiek dan ook in blote blouse en minirok, gevangen in een wervelende pose. De muziek, de mode en de associatie met de love drug xtc hebben er voor gezorgd dat 'house' zo langzamerhand symbool staat voor lichamelijkheid.

Het is dit hedonistische aspect van house dat in het Nederlandse tijdschrift Bassic Groove breed wordt uitgemeten. Bassic Groove biedt bijvoorbeeld mode-reportages, die de uitgaanskleding flitsend in beeld brengen en foto's van party's. Het nieuwste nummer staat bovendien in het teken van porno - hoewel dat zich beperkt tot een verslag van de 'porno-dagen' in Cannes en modefoto's van de daar aanwezige pornosterren.

Het aardigst aan Bassic Groove, dat intussen drie jaar bestaat, zijn de recensies van feesten. In ieder nummer komt een selectie aan de orde die wordt bekeken op sfeer, dj's (hoe ze draaiden) en publiek (wie er was). Opvallend daarbij is de variatie en vindingrijkheid in de feestcultuur; de Domtoren in Utrecht wordt afgehuurd, leegstaande havengebouwen worden betrokken, men organiseert een Ajax/Milan live party of richt een feestruimte in als washok, met een love tube om in te baden en een wasmachine voor de kleding van de danslustigen.

De beschrijvingen van de draaistijl van de dj's zijn voor een buitenstaander nagenoeg geheimtaal. Zo wordt over dj George Morel in Nighttown, Rotterdam geschreven: 'Morel draaide met stroperig druppelend lava, iets te oppervlakkig', heeft Sven Väth in de Amsterdamse Roxy 'een strakke opbouw en amper muzikale vervlakking' en draait Sugarbaby alias Abraxis in het H.A.L-gebouw in Rotterdam 'als hekkesluiter relaxt, maar tot op het diepst van de snede'.

Het blad biedt ook interviews met house-dj's en muzikanten. De onderwerpen lopen uiteen van 'grote' namen, zoals een van de grondleggers van de techno-muziek, Juan Atkins, tot Ferenc en Ronald (net als in de kraakwereld hebben house-aanhangers meestal geen achternaam), de oprichters van Hotmix, een platenmaatschappij voor dance-platen. Deze keuze is gevarieerd maar de uitwerking heeft te lijden onder al te grote bewondering.

De geïnterviewden kunnen enkele pagina's lang ongestoord hun zegje doen. Dat mag over muziek gaan, maar ook over de ergernis van bijvoorbeeld Ferenc over “goedwillende burgers die worden lastiggevallen door parkeerpolitie terwijl de hardcore criminaliteit doorwoekert.” Door de journalistiek kritiekloze houding van de Bassic Groove-redactie lijkt het alsof de house-liefhebbers elkaar onderling nog altijd moeten beschermen tegenover de boze buitenwereld, die het toch allemaal niet begrijpt.