Een lek in het zwijgen; Straffe verhalen van Graa Boomsma

Graa Boomsma: De geest van lavendel. Uitg. Prometheus. 136 blz. Prijs: ƒ24,90.

Graa Boomsma legt zijn hoofdpersonen graag grote levensvragen in de mond. In alle zeven verhalen uit De geest van lavendel, zijn nieuwe bundel, wordt naarstig gezocht naar het hoe, wat en waarom van menselijke drijfveren. 'Wil ik kracht putten uit het optekenen van zinloze levens?' vraagt een hulpverleenster, die in de avonduren haar ervaringen met aidspatiënten beschrijft. 'Heeft het zin te peilen wat iedereen bezielt?' zo luidt een van de vragen waarmee de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein worstelde, als wij Boomsma mogen geloven. 'Is er meer dan troost?' piekert de Duitse schilderijenvervalser Edgar Mrugalla, vlak voor zijn ontmaskering. 'Heb ik verdriet?' vraagt een zoon zich af bij de dood van zijn vader. Antwoorden op al deze vragen krijgt de lezer niet. Boomsma rekent op lezers die meedenken, die hun fantasie loslaten op het wit tussen de woorden, die, in zijn eigen termen, luisteren naar 'een lek in het zwijgen'.

Al zijn personages kampen op een of andere manier met hun historisch besef, dat hen verhindert onbevangen in het hier en nu te leven. Zij voelen zich verantwoordelijk voor alles wat er is geweest en mogen er pas zijn als ze, zoals een van hen het uitdrukt, zèlf geschiedenis hebben gemaakt. Beschouwelijke types zijn het, die ervan doordrongen zijn dat het op aarde een zooitje is. Er worden immers zinloze oorlogen gevoerd, er heersen dodelijke ziektes en de jeugd verpietert in grote steden. Corrupte politici, mafiose kunsthandelaren en gevaarlijke gekken zwaaien er de scepter. Hoe kan men zich tegen zo'n wereld teweer stellen? In De geest van lavendel doet men dat door erover te schrijven. De bovengenoemde hulpverleenster meent dat zij tegen 'de smerigheid buiten' met haar woorden een wal op kan werpen. 'Als de ethiek faalt, is er altijd nog de esthetiek.'

Ergens tussen werkelijkheid en fictie, echt en onecht, ethiek en esthetiek, houdt Boomsma's bundel zich op. Daar wringt ook meteen de schoen. Boomsma heeft niet kunnen of willen kiezen voor het een of het ander, zodat zijn verhalen ergens zijn blijven zweven tussen maatschappelijke relevantie en nadrukkelijke poëticaliteit. Zij staan net niet helemaal met twee benen op de grond, maar schieten in literair-esthetisch opzicht eveneens te kort. Die halfslachtigheid is ook in de toon terug te vinden, die heen en weer schiet tussen kil afstandelijk en pathetisch.

In 'Rollende stenen' laat Boomsma Gertrude Stein denken, praten en 'met statige tred' over straat lopen, maar zij komt geen seconde tot leven. Niet als mens en zeker niet als schrijfster. Onmogelijke, houterige uitspraken laat hij haar doen, van het type: 'Tijd schept identiteit' of 'Schrijven met je hoofd ontbeert sensitiviteit.' Weinig overtuigend is ook het portret dat hij geeft van de vervalser Mrugalla in het titelverhaal. Clichés over 'dat ene schilderij' dat alle andere schilderijen overbodig zou maken en de meedogenloze kunsthandel, die hem letterlijk honger laat lijden, worden afgewisseld met gekunstelde dagboeknotities: 'Tegenwoordig beleven we de onoprechte, leugenachtige tijd van de publiciteit en de reproduktie. De kunstenaar wringt zich (-) in de onmogelijkste bochten om zichtbaar te blijven. Hij is niet meer leeg, hij zit te vol met ... met strategieën die niets meer zijn dan valse verleidingen. Ik wil de oorsprong verleiden.'

De geest van lavendel is een straffe bundel, geschreven zonder een spoor van relativering of humor. Bezwaarlijk is niet dat er serieuze levensvragen in worden gesteld die onbeantwoord blijven, maar wel dat het leven zelf er geen schijn van kans in maakt.